Filosoof Cees Zweistra neemt ons mee in de woelige wereld van het wokedenken. Zijn stelling is dat de felle tegenstand tegen woke even problematisch is als woke zelf. Sterker nog, beide richtingen lijken sterk op elkaar. Zowel woke als antiwoke zoeken naar ongebreidelde vrijheid voor zichzelf. En dat is problematisch. Want woke en antiwoke houden het publieke podium bezet, waardoor veel belangrijke problemen aan onze aandacht ontglippen. Een fascinerend boek over een ideologische titanenstrijd die het aanzien van Nederland steeds meer bepaalt.
Een analyse van woke/anti-woke (beide ontsporingen van vrijheidsdenken) die hout snijdt. Zweistra doet een mooie poging voor een alternatieve ethiek, de ethiek van het alledaagse. Dit zou m.i. ingebed moeten worden in een bredere, christelijke ethiek om daadwerkelijk vruchtbaar te kunnen zijn.
Filosoof Cees Zweistra waagt zich aan een spannend thema in de vorm van een essay: woke. Het karakter van het essay maakt dat dit geen doctrinaire studie is, maar een beschouwing, een duiding van de strijd tussen woke en antiwoke. Deze begrippen roepen allerlei gevoelens op. Het belangrijkste doel van dit essay is een herformulering van de strijd tussen woke en antiwoke. Anders gezegd: de omduiding van een theatershow die draait om niets. Want het is volgens Zweistra uiteindelijk een schijngevecht: beide benaderingen redeneren namelijk vanuit hetzelfde paradigma ‘het individu is heilig’. Zweistra weet in dit boek duidelijk te maken dat woke en anti-woke elkaar raken als ontsporingen van een ‘vorm van vrijheidsdenken’. Beide hebben ze het individu en diens eigenheid absoluut en onaanraakbaar gemaakt. Emancipatie en erkenning van het individu staan centraal. Daarbij zijn beide richtingen het contact met de werkelijkheid verloren. Zweistra bouwt de spanning in dit boek op door pas later deze stellingname te onderbouwen. De lezer heeft – zeker in het eerste deel van het essay - enig doorzettingsvermogen nodig om de denkbewegingen van Zweistra te blijven volgen. Het probleem met beide vormen van vrijheidsdenken is dat ze de verantwoordelijkheid voor de gemeenschap doorsnijden. Voor Zweistra strijdt dat met zijn begrip van vrijheid, namelijk het vermogen relationeel te leven met de ander en de Ander (ook al werkt hij dit laatste aspect niet uit). In deze zin is vrijheid ook verantwoordelijkheid. Want vrijheid die zich niet ook verantwoordelijk maakt, is een vorm van mateloosheid. Maar bestaat woke echter wel? Woke is volgens Zweistra een loot aan de stam van het complotdenken, maar tegelijk meer dan dat. Want men hoeft weinig moeite te doen om documenten, beleidsverklaringen en functieprofielen boven water te krijgen die ‘woke’ aandoen. Zweistra verwijst naar de gemeente Amsterdam die zich in officiële beleidsdocumenten bekommert om de individuele emancipatie van haar burgers. Omdat dit hoort bij huidig vooruitgangsdenken is dit moreel perspectief niet te bekritiseren. Zweistra wil voorbij de clash komen. Zijn bestudering van de dynamiek tussen ‘woke’ en ‘antiwoke’ loopt uit op een appel op verantwoordelijkheid. Hij noemt dat de ‘ethiek van de erfgenaam’. De wereld van nu vraagt niet om emancipatie, maar om verantwoordelijkheid. De auteur wil een derde weg bewandelen, een weg waarin niet het lichaam, maar de geest, de situatie, het netwerk, de samenleving centraal staan. ‘Anders dan onze vrijheid ten koste van alles te verdedigen, zou de gerichtheid op het andere, anders dan nu het geval is, een fundamenteel onderdeel moeten zijn van onze ethiek.’ Zweistra geeft in dit boek een voorzet voor een nieuwe ethiek, die noch abstract, noch utopisch, maar hoopvol is. Het is een ethiek voorbij de idealen van de Verlichting, kritisch op ongebreidelde vrijheid en emancipatiedrang, vast ook geïnspireerd door een denker als Emmanuel Levinas. Het is ook een ‘behapbare’ ethiek, omdat ze inzoomt op concrete handelingen die binnen ons bereik liggen, zoals de omgang met je smartphone, met de ander, met je tuin. Het gaat dus over de omgang met technologie, met de mens, met de wereld. Het is ook een ‘kwetsbare’ ethiek, omdat we volgens Zweistra structuren in de samenleving ontberen waar dit verhaal wordt verteld. In tegenstelling tot Zweistra – die wel erg somber is over de rol van kerken en marginale rol voor de kerk ziet weggelegd – denk ik dat juist in de christelijke gemeente sociale praktijken van omzien naar elkaar en de wereld kunnen opbloeien. Het tegendraadse pleidooi voor de ‘ethiek van de erfgenaam’ zou gebaat zijn bij een christelijke inbedding, waarbij de ethiek van het Nieuwe Testament een lichtende rol zou kunnen vervullen. Dan wordt het pleidooi voor deze ethiek van ‘kleine goedheid’ ook transcendent gevuld en blijft ze geen binnen-wereldlijke realiteit, zoals nu het geval is. A.A.F. van de Weg N.a.v. Cees Zweistra, Woke-theater. Hoe we ontsnappen ui
Interessante stellingname in het debat tussen woke en anti-woke, namelijk dat beide groepen in feite extreem liberaal denken, kinderen van Verlichting en Romantiek zijn en de individuele vrijheid in de zin van autonomie en zelfontwikkeling als hoogste goed hebben. De auteur stelt daar tegenover dat we een teveel aan vrijheid hebben en juist weer verantwoordelijkheid moeten leren. Hij ontwikkelt een “ethiek van de erfgenaam” die dicht bij christelijke noties komt en noemt ook de kerk noodzakelijk maar ziet de kerk dan als “metafoor” voor een gemeenschap waar deze ethiek geleerd wordt. Als geheel blijft het boek echter wat al te essayistisch, niet overal argumentatief genoeg. Daarom toch drie en geen vier sterren.
De Nederlandse filosoof Cees Zweistra betitelt zijn boek als een essay. Het is geen sociologische of wetenschappelijke studie, maar het resultaat van zijn reflectie over wat hij als woke en antiwoke ziet. Dit boek is niet gemakkelijk te bespreken, want heel anders dan de andere boeken die ik over dit onderwerp las. De auteur ontwikkelt een geheel eigen kijk op deze thematiek.
Woke staat voor de tijdgeest: “De tijdgeest van nu is niet woke in de vorm van een wijdverspreide, activistische cancel culture, maar in een wijdverspreide common sense dat het boven het debat verheven is om individuele, menselijke emancipatie in alles centraal te stellen” (p. 36). Hij ziet woke en antiwoke als concurrenten binnen wat hij het spectrum van het arrivé-liberalisme noemt. De strijd tussen beide is volgens deze auteur slechts een schimmenspel, slechts theater. Maar dit schimmenspel “leidt ons af van de noodzaak een ethiek te ontwikkelen die op een andere leest is geschoeid. En die ethiek vertrekt niet vanuit het individu, maar vanuit de wereld waar het individu in staat en waaraan het individu terug moeten worden vastgemaakt”. Hij noemt dat de ethiek van de erfgenaam, die verantwoordelijkheid opneemt voor wat in zijn macht ligt. Het gaat vooral om kleine dingen, kleine daden. Want het naïeve vooruitgangsdenken zou zijn einde moeten vinden in de catastrofe van de klimaatverandering en van andere hedendaagse ecologische kwesties. We moeten dus een alternatief vinden het theater.
Ik weet niet goed wat ik over dit boek moet denken. Het is heel anders dan de vele die ik al over woke gelezen heb. Wellicht waren dat vooral boeken in het antiwoke-paradigma. Het is verrassend dat hij woke en antiwoke plaatst als concurrenten binnen het spectrum van eenzelfde arrivé-liberalisme zoals hij dat noemt. Nog verrassender is Zweistra’s alternatief, dat uiteindelijk dood loopt op kleine dingen, kleine daden en (godbetert) gezelligheid. Nochtans, in zijn bespreking van woke en antiwoke geeft hij talrijke voorbeelden waaruit blijkt dat er een groot verschil is tussen beide. Dat de strijd tussen beide slechts theater is durf ik te betwijfelen. Het begrip verantwoordelijkheid lijkt me zeker belangrijk om een alternatief op te bouwen. In elk geval staan in dit essay veel belangrijke, en vaak originele gedachten die de lezer aanzetten tot reflectie.
Interessante kijk op de maatschappelijke dynamiek.
Zweistra plaatst zowel wokisten als antiwokisten, zoals hij het noemt, op eenzelfde plaats aan het uiteinde van het spectrum collectivisme vs. individualisme. Beide groepen zijn in zijn ogen in feite doorgeslagen in hun liberale, individualistische levenshouding, waarbij de wereld om henzelf en hun persoonlijke beleving draait en er geen ruimte is voor introspectie. De ene groep ventileert dit op het vlak van zelfontplooiing, de andere op het vlak van materiële weelde, maar in essentie laten beide zich niets gezeggen door externe factoren of beperkingen. Ze plaatsen zichzelf volledig centraal, boven alle anderen en boven de wereld.
Daartegenover stelt hij het ideaal van een levenshouding die erkent dat de individuele mens per definitie niet uniek is, omdat er 7 miljard van zijn soort rondlopen. Dat noopt tot bescheidenheid, zonder al te veel grote verhalen die je niet waar kunt maken, waarbij je persoonlijke wensen en (theoretische) rechten niet meer altijd doorslaggevend zijn voor je handelen.
Volgens Zweistra is er in een wereld die naar de vernieling dreigt te gaan door menselijk toedoen en consumentisme, geen ruimte meer om het individu op deze egocentrische manier centraal te stellen. Hij houdt een warm pleidooi voor verantwoordelijkheid nemen in kleine verbanden, waar kleine daden alsnog grote verschillen kunnen maken. Soevereiniteit in eigen kring, al valt die term nergens. Het is interessant hoe hij dat verbindt met globalisering, technocratie en het verlies aan werkelijke connecties.
In zijn betoog gaat Zweistra stereotyperingen niet altijd uit de weg. Je zou hem soms kunnen verwijten dat hij een stroman inzet om zijn punt te maken. Toch kan ik zijn pleidooi in grote lijnen volgen en lijkt dit een rake analyse van wat er misgaat in de huidige maatschappij. Het zou aardig zijn als dit gedachtegoed breder werd opgepakt.
Het hele boek door bleef ik hopen op een uitleg van de oorsprong van de term 'woke', maar die kwam nooit. Daardoor verwerd woke tot iets over gender en klimaat, in plaats van over gemarginaliseerde mensen die elkaar oproepen waakzaam te blijven over institutioneel en persoonlijk racisme. Dit maakte alle gedachten over woke zwak, in mijn opinie. De conclusie vond ik ook erg zwak, waarbij Nederlandse gezelligheid en goed doen in kleine dingen het belangrijkste advies werden voor het streven naar een goede wereld. Andere punten waren wel nuttig, bijvoorbeeld anti woke is niet conservatief, maar streeft vooral naar technologische en economische vooruitgang (woke streeft dan naar ideologische en individuele vrijheid). Het idee dat vrijheid niet het hoogste goed moet zijn en dat er geen oneindige groei mogelijk is vind ik ook belangrijke conclusies. Een negatief punt vond ik dat hier het idee van 'erfgenaam' zijn erg lijkt op Layla Saad's idee van 'good ancestors'. Al met al weet ik niet of ik het anderen zou aanraden. Misschien alleen als je je al meer in de materie hebt verdiept, maar niet als introductie in wat Woke-zijn inhoudt.
Intens lang over gedaan voor zo’n kort boekje. Niet waar ik op hoopte/wat ik had verwacht. Ik heb een paar ideeën van Zweistra onderstreept omdat ik het wel interessant vond, maar in het grotere plaatje vat ik zijn visie denk ik nog niet genoeg. Er werd heel veel uitgeweid waar het niet nodig was en de toon van het boek vond ik onaangenaam. 1 ster is ook zo hard, maar vergeleken met mn 2 sterren reads komt ie niet in de buurt.
Mooi, maar af en toe taai, pleidooi tegen de ongebreidelde vrijheid van het individu, maar vóór het nemen van verantwoordelijkheid voor de kleine goede dingen.