Dit boek is onbegrijpelijk lang onder mijn lees-radar gebleven.
Maar wat blijkt: anno 2020 is deze bundeling van artikelen en reportages nog net zo springlevend en actueel als in 2003. Van Westerloo (helaas inmiddels overleden) is er in geslaagd niet alleen de tijdgeest goed neer te zetten, maar er ook nog eens eeuwigheidswaarde aan mee te geven. Natuurlijk, de poppetjes heten anders, maar de mechanismen waar Van Westerloo over schrijft zijn dezelfde gebleven.
Niet spreken met de bestuurder begint en eindigt met interviews met trambestuurders op de Amsterdamse lijn 16 (tussen centraal station en olympisch stadion). De blanke heren (want dat zijn het op dat moment nog allemaal) nemen geen blad voor de mond waar het gaat om het etaleren van hun ervaringen met het vervoersbedrijf, de leiding, politiek en het volk dat ze moeten vervoeren. Dat deugt allemaal niet, kan ik wel verklappen. Alleen het rijden van de tram zelf is helemaal top. Plus het onderling contact met de collega's.
Van Westerloo verschuift dan de aandacht naar de politiek, waar Pim Fortuyn op het punt staat de zaak eens lekker op te schudden. De auteur komt met een haarscherpe analyse over de verambtelijking van de politiek, volgt de futloze schapen van de PvdA-fractie onder de later door de mand gevallen Ad Melkert en schetst een ontluisterd beeld van de zinloosheid van de Eerste Kamer.
We lezen verder hoe de rust in de Bijlmer wordt gekocht met leuke baantjes voor de grootste schreeuwers, hoe Leefbaar Rotterdam met veel moeite in het spoor blijft, om tenslotte jonge honden van diverse pluimage in de Tweede Kamer hun revolutionair elan te laten etaleren. Dat hoofdstuk is met name leuk om juist nú te lezen, aangezien veel van die nieuwkomers óf inmiddels teleurgesteld zijn afgehaakt, mislukt, dan wel onderdeel zijn van de achter- en binnenkamers van de politiek.
Want dat is natuurlijk toch ook een teleurstellende conclusie die je ruim vijftien jaar na dato moet trekken: er is geen fluit veranderd. Nadat Fortuyn door dierendebiel Volkert van der Graaf is afgeknald is Den Haag een paar jaar van de leg geweest, maar inmiddels is alles weer bij het oude.
Toch jammer dat dit soort journalistiek van grote klasse ook al niet broodnodige veranderingen helpt in gang te zetten.