Jump to ratings and reviews
Rate this book

The Making of the Humanities: Volume 1 - Early Modern Europe

Rate this book
This book is the first step towards the development of a comparative history of the humanities. Specialists in philology, musicology, art history, linguistics, literary theory, and other disciplines highlight the intertwining of the various fields and their impact on the sciences. This first volume in the series The Making of the Humanities focuses on the early modern period. Different perspectives reveal how the humanities developed from the ‘liberal arts’, via the curriculum of humanistic schools, to modern disciplines.
The authors show in particular how discoveries in the humanities contributed to a secular world view, pointing up connections with the scientific revolution. The main themes are: the humanities versus the sciences; the visual arts as liberal arts; humanism and heresy; language and poetics; linguists and logicians; philology and philosophy; the history of history. Contributions come from a selection of internationally renowned European and American scholars, including Floris Cohen, David Cram, and Ingrid Rowland. The book offers a wealth of insights for specialists, students, and those interested in the humanities in a broad sense.

400 pages, Paperback

First published October 15, 2010

30 people want to read

About the author

Rens Bod

19 books13 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
1 (25%)
4 stars
1 (25%)
3 stars
0 (0%)
2 stars
2 (50%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 of 1 review
101 reviews3 followers
November 19, 2018
De vergeten Wetenschappen van Rens Bod. Iedereen kent Newton, Einstein en Copernicus, maar de namen van grote geesten als Panini, Qian Sima, Poliziano, Al-Biruni of Vladimir Propp zijn slechts bij een handjevol specialisten bekend. Toch verdienen deze, en vele andere door Bod besproken, menswetenschappers het om bij een veel groter publiek bekend te zijn. De baanbrekende inzichten van de grote alfa-wetenschappers blijken veel verstrekkender te zijn dan dat iedereen, inclusief beleidsmakers zoals ministers van Onderwijs en, treurig genoeg, alfa-wetenschappers zelf, denkt. Zo maakt Rens Bod duidelijk dat het succes van de natuurwetenschappen, bijvoorbeeld in de genetica of de informatica, voortkomt uit ontdekkingen die gedaan zijn in de menswetenschappen. Daarnaast is het baanbrekende werk van humanistische filologen de voornaamste reden geweest dat allerlei bijbelse waarheidsclaims gebaseerd op, in de middeleeuwen onaantastbare geschriften, na kr
itische bestudering verworpen konden worden. Deze ontwikkeling had niet alleen voor de opkomst van de Verlichting (Spinoza was, in navolging van de Leidse hoogleraar Scaliger immers met de stofkam door het Oude Testament gegaan) een enorme betekenis. Ook de grote namen van wetenschappelijke revolutie van de 17de eeuw waren schatplichtig aan het veranderde intellectuele klimaat dat door de filologie was ingezet. De onaantastbare auctoritas van de overgeleverde geschriften van bijvoorbeeld Aristoteles en Ptolaemaeus bleek op filologische gronden aanvechtbaar. Galilei c.s. zetten de logische volgende stap door ook hun natuurfilosofische aannames aan een kritische empirische toets te onderwerpen, met alle gevolgen van dien. De vergeten wetenschappen staat vol met dit soort eye-openers, en dan hebben we het nog niet eens gehad over de praktische en maatschappelijk relevante invloed van (kunst)-historisch onderzoek. Op basis van wat wordt de authenticiteit van kunstwerken of het
buitenlands, het economische of financiele beleid van een land bepaald? Inderdaad, op basis van alfa-wetenschappelijk onderzoek. Bods methodologische basisprincipe is dat de alfa-wetenschappers, net als hun beta-collega's altijd op zoek zijn naar empirisch waarneembare patronen (zelfs als het methodologische uitgangspunt uitgaat van de afwezigheid van patronen en de nadruk juist ligt op het afwijkende) en theoretische principes die daar uit voortkomen, of aan voorafgaan. De verhouding tussen inductieve en deductieve kennisvergaring blijkt voor de menswetenschappen niet wezenlijk anders dan voor de natuurwetenschappen.
\nHet onderzoeksobject van de menswetenschappen spitst zich in Bods interpretatie van wat alfa-wetenschappen zijn toe op taal, literatuur, muziek, beeldende kunst en geschiedschrijving. In al deze vakgebieden ontwaart Bod, die ambitieus als hij is naast Europa en Amerika ook China, India en Afrika tussen oudheid en heden in zijn onderzoek betrekt, ontwikkelingspatronen. Deze patronen kunnen betrekking hebben op de interpretaties van het in bepaalde tijden of regio's beschikbare empirische materiaal of op de methodologieën die toegepast worden om dit materiaal te duiden. Een van de meest interessante bevindingen van De vergeten wetenschappen is dat grosso modo de humaniora in hun beginperiode werd gekenmerkt door een descriptieve vorm van wetenschap. Dit houdt in dat de gevonden regelmatigheden aanvankelijk een neutraal, beschrijvend, maar geen normatief voorschrijvend karakter hadden. De kentering van descriptieve naar prescriptieve wetenschap zet in de al in het klas
sieke Griekenland in. Deze fase, waarin de wetenschap bepaalde hoe de werkelijkheid in elkaar steekt of zou moeten zijn, werd pas in de 20ste eeuw afgesloten. Sindsdien lijken de alfa-wetenschappen weer in een descriptieve periode beland. De gang van descriptief naar prescriptief terug naar descriptief betekent echter volgens Bod niet perse dat er van een cyclische ontwikkeling in de humaniora sprake is.
\nNatuurlijk zijn er op dit prachtige boek wel wat kanttekeningen te maken; sommige geografische regio's, bijvoorbeeld Zuid-Amerika blijven onderbelicht; de rechtswetenschappen komen nergens aan bod bij Bod en zijn demarcatie-criterium van wat het verschil is tussen alfa- en beta-wetenschappen is wel erg pragmatisch (de Nederlandse universitaire praktijk bepaalt het onderscheid). Vooral dat laatste kan hem echter vergeven worden.. Niemand zit natuurlijk te wachten op het zoveelste boek dat de tanden stuk bijt over de demarcatie-problematiek. Door deze kwestie te omzeilen kan De vergeten wetenschappen doordringen tot wat écht interessant is; het in kaart brengen van de verworvenheden van de humaniora en het rehabilteren van een onterecht in onmin geraakt deel van het corpus van wetenschappelijke kennis.
\n
Displaying 1 of 1 review

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.