What do you think?
Rate this book


88 pages, Paperback
First published March 1, 1980
Geen enkele patiënt meer, denkt de voerman. Het is een schande om die kamer naast de spreekkamer boekenkamer te noemen, denkt de voerman, en ik denk, daarom noem ik de boekenkamer ook niet boekenkamer, maar altijd zogenaamde boekenkamer, en iedereen weet dat ik de boekenkamer altijd zogenaamde boekenkamer noem. De zogenaamde boekenkamer, denkt de voerman, denk ik, waar de boeken in werkelijkheid een ondergeschikte rol spelen. Moet je toch horen, denkt de voerman, denk ik, hoe de dokter die zogenaamde boekenkamer telkens weer zogenaamde boekenkamer noemt, en in die benaming heeft hij kennelijk het grootste plezier. Zijn kleren, jasje, broek en ook zijn overhemd, denkt de voerman misschien wel, denk ik, zijn al jaren niet meer geborsteld of gewassen, en in de zogenaamde boekenkamer hangt werkelijk een onvoorstelbare lucht. Ook al is die lucht niet ondraaglijk, toch is het de lucht van een heel bewust door iemand met het oog op een bepaald, natuurlijk door de massa verafschuwd en voor haar en iedereen om alle bekende redenen volkomen onbegrijpelijk doel consequent gepraktiseerde totale verwaarlozing, geachte heer.
Die jonge mensen heb ik geleerd hoe je een wereld die vernietigd behoort te worden, vernietigt, ze hebben de wereld die vernietigd behoort te worden echter niet vernietigd, maar ze hebben mij, die hun had geleerd hoe je de wereld die vernietigd behoort te worden, vernietigt, vernietigd.
Ik zeg tegen de voerman: zelfs als ik plotseling weer kon gaan watten, zou ik niet meer gaan watten, omdat ik nu weet dat ook watten nergens toe leidt. Al die jaren hebben me bewezen dat ook watten nergens toe leidt, dat het alleen versneld naar de totale onzin leidt. Je kunt watten wat je wil, zeg ik, maar je zult zien dat het tot niets anders leidt dan onzin. Zoals je ook kunt inademen om te zien dat het nergens toe leidt. Kunt leven om te zien dat het nergens toe leidt. Hoe lang er ook wordt gewat of geleefd.