Twee belangrijke karakteristieken van het jodendom vinden wij in de titel van dit boek terug: schrift en leven. Het jodendom is een typische schriftreligie met als middelpunt de Tora. Geschreven op een boekrol, neemt de Tora de plaats in van het godenbeeld in andere religies: in de Tora openbaart zich de God van Israël. Wie voor deze Tora kiest, kiest voor het leven, want de Joodse God is een God van levenden, die zelfs de doden weer tot leven brengt. Ondanks de tragische geschiedenis van het Joodse volk is door de eeuwen heen het geloof in het leven onaangetast gebleven: Lechajim - 'Op het leven!'.
Het jodendom kent tal van dergelijke paradoxen, waardoor het lezen van dit boek een spannend verhaal wordt. Een verhaal vol contrasten, een verhaal ook vol leven en levenswil. Wie het jodendom associeert met dood en vernietiging, zal bedrogen uitkomen na het lezen van deze inleiding.
Positieve maar ook negatieve kanten worden besproken van de voortdurende worsteling om een tweeduizend jaar oude traditie in overeenstemming te brengen met de huidige tijd. Maar ook over de gebruiken, de feesten, het leven van alledag wordt op een levendige wijze geschreven. Geschreven leven is daarom een ideale referentie om met de Joodse leefwereld kennis te maken.
Klaas A.D. Smelik is emeritus professor at the Universiteit Gent. He studied Theology, Semitic Languages and Ancient History in Utrecht, Amsterdam and Leiden, and taught Old Testament and Hebrew in Utrecht, Amsterdam and Brussels, Ancient and Jewish History at the KU Leuven, and Hebrew and Jewish Studies at UGent.
-----
Prof. dr. Klaas A.D. Smelik studeerde theologie, semitische talen, oude geschiedenis en archeologie in Utrecht, Amsterdam en Leiden. Hij doceerde Hebreeuws, Hebreeuwse Bijbel, Jodendom en Oude Geschiedenis in Amsterdam, Utrecht, Brussel, Leuven en Gent. In 2006 richtte hij het Etty Hillesum Onderzoekscentrum op, eerst in Gent en sinds 2015 in Middelburg. Verder is hij specialist op het gebied van het antisemitisme. Hij is auteur, medeauteur en eindredacteur van een vijftigtal boeken. Hij staat bekend om zijn heldere schrijfstijl en brede eruditie.
Dit boek – Geschreven leven – heb ik gelezen in het kader van mijn studie. Het is een rijk en informatief boek dat zich richt op de vele facetten van het Jodendom: religieus, sociaal, cultuur en nationaal. Smelik hanteert in dit boek een overwegend historische benadering, waarbij hij met nauwgezetheid de verschillende aspecten van het Joodse leven behandelt en hierbij aandacht heeft voor de vele stromingen die het Jodendom rijk is. Zo schenkt hij aandacht aan de ontwikkelingsgeschiedenis van Joodse gebruiken, met name in de Rabbijnse traditie, zonder daarbij na te laten een beschrijving van het heden te geven. Ook ten aanzien van de Hebreeuwse Bijbel biedt hij een gedegen uiteenzetting en heeft hij aandacht voor de traditionele opvatting (dat de mondelinge en schriftelijke Tora aan Mozes gegeven zijn), terwijl hij tegelijkertijd niet voorbijgaat aan de Bijbelwetenschappelijke inzichten omtrent datering en auteurschap. Beide benadering – de Joods-traditionele en de kritisch-wetenschappelijke – komen aldus evenwichtig en genoegzaam aan bod.
Het boek is uitgebreid en compleet (opgedeeld in twee delen van 14 resp. 10 hoofdstukken), maar de structuur laat te wensen over. Hoewel elk hoofdstuk een bepaald onderwerp behandelt (e.g. Joodse stromingen, de tempel, Joodse mystiek, etc.), lopen de onderwerpen nogal eens door elkaar heen. Onderwerpen worden daardoor alsnog fragmentarisch behandeld, waarbij herhaaldelijk vooruit- en teruggewezen wordt (“zoals we nog zullen zien” of “we hebben in hoofdstuk x gezien”). Dit komt de overzichtelijkheid en leesbaarheid zeker niet ten goede. Vergeleken met Jodendom: Een heldere inleiding (2017) van Lou Evers en Jansje Stodel, mist het werk van Smelik de helderheid en logische opbouw die het eerdergenoemde werk wel bezit.
Als lezer vanuit de christelijke traditie viel mij op dat Smelik in zijn vergelijkende beschouwingen niet altijd recht doet aan het christendom. Als hij bijvoorbeeld schrijft dat het christendom alleen ‘in theorie’ nog monotheïstisch is, en dat christenen Jezus ‘vereren’ en Maria ‘aanbidden’, bewijst hij – hoewel goed onderlegd in het Jodendom – niet goed onderlegd te zijn in de christelijke theologie. Enkele tegenstellingen die hij poneert zijn onjuist. Als hij bijvoorbeeld de traditie van het lijden in het christendom plaatst tegenover de traditie van het leven in het Jodendom, lijkt hij te vergeten waar het christelijke Pasen over gaat, de opstanding van de Levende. Het is spijtig dat Smelik in zijn vergelijkende beschrijvingen van het christendom, onjuistheden en onvolledigheden niet weet te mijden. Deze omissie zou men toch niet verwachten van een geleerde uit het academische milieu.
Ondanks deze kritische kanttekeningen over de structuur en de beschrijving van de christelijke traditie, blijft Geschreven leven een rijke bron van informatie. De verrijkingen met talrijke capita selecta maakt Geschreven leven tot een inhoudelijke kennismaking met bronteksten uit de Joodse traditie.