De ondraaglijke schoonheid van het volwassen worden. Dat is het thema van 'Zonder Tijd te Verliezen', een bijzonder aangrijpende roman van de jonge Nederlandse auteur Daan Heerma van Voss.
'En zo was het eigenlijk altijd gebleven, zwijgend en met z'n tweeën stapten we de tijd door. Met de vanzelfsprekendheid van broers, alsof wij en ons nooit voorbij zouden gaan (...).' Daniël en Xander, net afgestudeerd aan de middelbare school, besluiten hun thuisstad Amsterdam achter te laten en een jaar lang hun geluk te gaan beproeven in Italië, voor ze aan hun echte leven beginnen. Vol jeugdige branie en met het typische cynisme van de achttienjarige beginnen ze aan hun avontuur, vastbesloten om de banden met thuis te doorbreken, klaar om de wereld te bestormen.
Maar al gauw blijkt hun jaar-ertussenuit niet wat ze ervan verwacht hadden. De eerste onzekerheid sluipt binnen. Als het academiejaar begint, blijkt dat Xander liever de drinkgelagen blijft opzoeken dan ook maar één les te volgen. Daniël schrijft zich wel in voor een basiscursus Italiaans, maar de lessen - op het bijzonder motiverende niveau 0 - zijn saai en de medeleerlingen een deprimerende verzameling zonderlingen. Enig lichtpunt in de klas is het Zuid-Afrikaanse meisje Sophie. Zij wordt Daniëls eerste grote liefde.
Na de moord op cineast Theo Van Gogh in Amsterdam, haalt het leven beide vrienden in ijltempo in. Plots dringt het verleden zich weer op aan de toekomst, zeker wanneer Daniëls grootvader geheel onverwacht overlijdt. Het is een zware klap voor Daniël, een klap die heel zijn Italiaanse avontuur op de helling zet. Dwalend door Perugia in de novembermist, terwijl de eerste sneeuwvlokken neerdwarrelen, voelt hij de twijfel opborrelen: 'Eén vraag, die ik in al mijn tijd hier niet had voelen opkomen, stak boven alle andere uit: wat deed ik hier?'
De volgende dag reist Daniël voor de begrafenis af naar Amsterdam. Bij zijn terugkomst in Perugia is niet alleen Xander met de noorderzon verdwenen, maar ook de lichtheid en vanzelfsprekendheid van de liefde tussen hem en Sophie zijn weg. Samen trekken ze door Italië, op zoek naar Xander... en zichzelf, zonder te weten wat ze zullen vinden: een wedergeboorte of een begrafenis.
Daan Heerma van Voss is een begenadigd stilist. Geen toeval dus dat hij onlangs door het literaire tijdschrift Das Magazin samen met broer Thomas, werd opgenomen in de lijst van tien beste jonge Nederlandse schrijvers van het moment. In een prachtige, mannelijk aandoende stijl met korte, krachtige zinnen schildert hij in 'Zonder Tijd te Verliezen' de worstelingen van twee jongens, nog een tikkeltje jeugdiger dan ze zelf denken, met het volwassen worden. Hier en daar met een snuif mild cynisme, hier en daar somber en melancholisch, maar altijd met de rust van een schrijver die zijn toon al lang gevonden heeft.
Alleen al het openingshoofdstuk is van een ongeëvenaarde schoonheid. Vanaf de eerste zin grijpt van Voss de lezer bij de keel. Meteen roept hij vragen op: wie zijn de jongen en het mysterieuze meisje in het koren? Waar zijn ze? Wat doen ze daar? Het is een begin als een einde, waarna het verhaal met mondjesmaat zijn geheimen prijsgeeft.
Ook later doorbreekt van Voss zijn verhaal met korte hoofdstukken in hetzelfde historisch presens als het openingshoofdstuk. Het zijn heerlijke mijmeringen van een jongen die beseft dat hij zijn jeugdige onschuld voorgoed verloren is. Tegelijk stuwen ze het verhaal voort, roepen ze nog meer vragen op.
Het resultaat is een ontroerend, haast beklemmend verhaal, dat tegelijk heel vertrouwd aanvoelt. De worstelingen van de twee jongens zijn uiterst herkenbaar, alsof je terugkijkt op een fictieve versie van je vroegere zelf. Ook wij hebben ons jeugdig idealisme, onze jeugdige bravoure voelen tanen, ook wij hebben moeite gehad om los te laten, ouders, vrienden én eerste liefjes. Ook wij hebben de wanhoop meegemaakt van afbrokkelende vriendschappen en instortende liefdes, compleet met groeiend wantrouwen en stille verwijten. Ook wij zijn volwassen moeten worden.
Daan Heerma van Voss heeft met 'Zonder Tijd te Verliezen' een teder, beklijvend boek geschreven, vol heimwee en melancholie, heimwee naar onze eigen jeugd, en wie we zelf ooit waren.