Politieke ambten zijn de enige functies waarvoor je in Nederland geen papieren nodig hebt. Lekenbestuur vormt immers de kern van de democratie. Elke burger heeft het recht om zich verkiesbaar te stellen, elke burger kan wethouder of minister worden, ongeacht zijn formele kwalificaties. Zo was het in Athene, de bakermat van de democratie, en zo staat het ook in onze Grondwet. De praktijk is inmiddels volstrekt anders. Nederland is een diplomademocratie, een land dat wordt bestuurd door de burgers met de hoogste diploma’s. Alle formele en informele politieke instituties en arena’s, variërend van Kamer en kabinet, belangenorganisaties en overlegorganen, tot inspraakavonden en internetacties, worden gedomineerd door hoger opgeleiden en professionals. Diplomademocratie beschrijft hoe de lager opgeleiden uit de politiek verdwenen, wat de oorzaken hiervan zijn, wat dit betekent voor het politieke landschap en voor de democratie in ons land, en wat je hieraan zou kunnen doen.
Mark Bovens (1957) is politiek filosoof en bestuurskundige en hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft veel gepubliceerd over democratie, bestuur en politiek. Anchrit Wille (1960) is politicoloog en bestuurskundige en als senior docent/onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden. Ze heeft veel gepubliceerd over burgerparticipatie, politiek-ambtelijke verhoudingen en vertrouwen in de overheid.
Aardig boekje, Nederland en kamerleden steeds hoger opgeleid. Na ontzuiling nieuwe kloof tussen hoog- en laagopgeleid. Lager opgeleiden niet meer vertegenwoordigd in parlement waardoor onderwerpen/standpunten die zij belangrijk vinden ondersneeuwen. Mogelijke oplossingen dichten kloof: rferenda, opkomstplicht
Bovens, Mark, en Anchrit Wille, Diplomademocratie. Over de spanning tussen meritocratie en democratie (Amsterdam: Bert Bakker, 2011). Bovens en Wille tonen aan dat het onderscheid tussen kosmopolieten en nationalisten samenvalt met verschillen in het opleidingsniveau. Hun analyse biedt goede aanknopingspunten voor een beter begrip van de veranderingen in de publieke steun voor de krijgsmacht. Volgens de auteurs is in het afgelopen decennium de kloof tussen de hoger opgeleiden (kosmopolieten) en de middelbaar en lager opgeleiden (nationalisten) groter en zichtbaarder geworden. Deze kloof tussen burgers achten zij relevanter dan de vermeende – en volgens Bovens en Wille niet bestaande – kloof tussen de overheid en de burger. Hoger en lager opgeleiden komen elkaar tegenwoordig nauwelijks meer tegen:
Hebt u een academische bul, dan heten uw kinderen Floris of Fleur, u kijkt naar de publieke omroep, leest een van de voormalige PCM- bladen en misschien ook nog de Elsevier en Vrij Nederland. U stemt GroenLinks, D66, PvdA of VVD. Uw kinderen zitten op een lagere school met bijzondere signatuur en gaan, als het even kan, door naar een categoriaal gymnasium of een lyceum. Fleur zit op hockey en Floris mag voetballen, maar dan wel bij HVV of AFC. Als ze schaatsen, hebben ze noren. In de zomer gaat u kamperen in Frankrijk of naar een appartement in Toscane. Hebt u een lbo- of mbo-diploma, dan heten uw kinderen Kevin of Kimberley, u kijkt naar SBS6 of RTL, u leest een lokale krant (als u nog een krant leest) en misschien de Panorama of de Story in de leesmap. U stemt SP, PVV of blijft thuis. Uw kinderen zitten op een buurtschool en gaan daarna door naar een van de grote vmbo- scholen. Kevin voetbalt en Kimberley ook, of ze gaat naar handbal. Als ze schaatsen, rijden ze op hockey- of kunstschaatsen. In de zomer gaat u naar de stacaravan of met de charter naar Spanje of Turkije.
Bovens en Wille maken duidelijk dat hoger opgeleiden andere belangen en voorkeuren hebben dan lager opgeleiden. Hoger opgeleiden vinden natuur en milieu, duurzaamheid, internationale solidariteit en Europese samenwerking belangrijk. Zij staan open voor de multiculturele samenleving. Lager opgeleiden hechten groter belang aan leefbaarheid, bestrijding van de criminaliteit, beperking van de migratie, nationale identiteit en monoculturalisme. Zij staand argwanend tegenover Europese samenwerking. De opkomst van populistische partijen is volgens Bovens en Wille ten dele een reactie op de overheersing van de hoger opgeleiden in politiek en samenleving. Erg veel zorgen over deze opkomst maken zij zich overigens niet:
Het meer positieve, en wat ons betreft meest waarschijnlijke, scenario is dat die opkomst toch vooral een correctie is op de eenzijdige politieke agenda van de afgelopen decennia en dat de programmapunten van de nieuwe populistische partijen in gematigde vorm worden overgenomen door de bestaande politieke partijen. Ook zullen de nationalistische nieuwkomers zich gematigder gaan opstellen en zich voegen in het parlementaire stelsel. Cijfer: 7. Gelezen: mei 2011.
Dit boek laat uitstekend zien dat sociale immobiliteit en segregatie de motor is van ressentiment onder kiezers. Een oogopener, zoals dat zo mooi genoemd wordt. Boek had ook een essay van 60 pagina's kunnen zijn, want het staat bol van herhalingen.
Hoewel het ondertussen al elf jaar oud is nog steeds een enorm belangrijk en relevant boek. Er zitten wat schoonheidsfoutjes of opvallende keuzes in het boek (zoals: variatie in wat een grote en kleine afwijking in de cijfers is). Ook is het opvallend dat, hopelijk, onbewust de schrijvers ook zelf in de val trappen die ze beschrijven en lager opgeleiden neerzetten als incompetente burgers. Deze kleine butsjes op het blazoen van de schrijvers zijn echter gemakkelijk te vergeven. Zeker als je het boek met de kennis van nu (forum, toeslagen, etc.) leest. Een van de mooiste omschrijvingen wat er mis is met de meritocratische democratie staat op pagina 115, waar het vergeleken wordt met een tijdrit bij het wielrennen: iedereen heeft in theorie dezelfde kansen, want je doet het alleen, maar niet iedereen heeft dezelfde talenten of hetzelfde doorzettingsvermogen. Ook de gesuggereerde oplossingen zijn nog steeds het lezen waard. Kortom, een aanrader voor elke beleidsmaker, -bepaler en politicus van elk pluimage.