Citaat :
Ik wil niet anders dan eenvoudig spreken, ik bid dat mij deze/
gunst mij verleend wordt/
Omdat wij de zang zo zwaar met muziek hebben belast/
dat hij langzaam-aan wegzinkt/
en onze kunst zo hebben opgesierd, dat haar trekken
door goud zijn weggevreten,/
wordt het nu tijd, onze weinige woorden te spreken/
want onze ziel hijst morgen het zeil./
Review :
Jorgos Seferis (1900-1971) werd geboren in Izmir, het voormalige Smyrna, dat in 1922 door de Turken op de Grieken werd veroverd, maar dat zijn ouders met hun drie kinderen tijdig waren ontvlucht. Zijn volgende woonplaats was Athene. Vandaar vertrekt hij in 1918 voor een rechtenstudie naar Parijs. In 1924 is hij voor een jaar in Londen, in 1926 treedt hij in dienst van het Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken, in 1931 verschijnt zijn eerste poëziebundel en wordt hij benoemd tot vice-consul in London. Van 1941 tot 1945 is hij in ballingschap: Egypte, Zuid-Afrika – hij wordt persvoorlichter van de Griekse regering in ballingschap in Caïro, en reist naar Palestina. Dan weer naar Londen. Vertrekt met de hele regering in ’44 naar Italië. Een reis die ook na de Tweede Wereldoorlog niet ophoudt. Hij wordt in ’45 kabinetschef, maar keert in ’46 terug naar Buitenlandse Zaken. Wordt in 1948 benoemd aan de Griekse ambassade in Ankara, in ’51 in Londen. Wordt in ‘53 benoemd tot ambassadeur in Syrië, Jordanië, Irak en Libanon, met als standplaats Beiroet. In ’57 wordt hij ambassadeur in Londen. Ondertussen blijft hij schrijven. Zijn biografie verklaart de vele reizen die plaatsvinden in zijn poëzie, evenals de ballingschap die eveneens een belangrijk thema is in de poëzie van Seferis, naast de willekeur en de onverschilligheid van het lot. In 1962 eindigde zijn diplomatieke carrière. In 1963 kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur. In ’69 sprak hij zich uit tegen de dictatuur van de Griekse kolonels, in 1971 overleed hij in Athene.
Zijn gedichten ademen een sfeer van diepe melancholie, die wordt veroorzaakt door het besef van het menselijk tekort en de machteloosheid ten aanzien van onderdrukking, machtsmisbruik, geweld en oorlog. Typerend voor zijn literair werk is de alomtegenwoordigheid van het verleden in het heden, niet het minst door de vele verwijzingen en citaten uit de klassieke en de moderne Griekse dichters.