Gerrit Achterberg was een Nederlands dichter. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygensprijs.
Zo raar en vet. Ik heb deze bundel ondertussen al wel tien keer van begin tot eind gelezen, het is een favoriet. De nonchalante toon, het narratieve, de mythische intertekstualiteit, de humor, de mysterieuze (mystieke?) symboliek die juist opgebouwd is uit hele wereldse dagelijkse beelden.. ik heb ook heel wat commentaren gelezen – die van Paul Rodenko is heel boeiend – maar echt doorgronden doe ik het nog steeds niet. Maar goede poëzie blijft ook raadselachtig.
Mijn favoriete gedichten zijn denk ik 'Jachtopziener' en de sotternie, 'Mon Trésor'. Die laatste gaat over een wandelende duiventil die 's nachts een bouwkeet gaat neuken: "Hij gaat naar Cor(!), / de nieuwe bouwkeet, waar het wegennetwerk / wordt uitgebreid". En ja hoor, "Zij paren tot de morgen hen verrast." Dat is nog grappiger dan het klinkt, omdat het ook meesterlijk alle symboliek van de bundel herpakt en relativeert.
Hier is 'Jachtopziener', voor de liefhebber:
Ik kwam in 't park de jachtopziener tegen en vroeg hem naar de stand van het roodwild. Hij draaide er om heen en trok verlegen met een schoenpunt raadsels in het grint.
Ik was hem sinds zijn aanstelling genegen en hij mij wederkerig goedgezind. Waarom werd ik opeens geheel ontsteld, of hij reeds maanden iets had doodgezwegen?
Er is er dikwijls één meer dan ik tel, zei hij bezorgd en keek me in de ogen. Waanzin en waarheid lagen in de zijne voortdurend voor elkander te verschijnen. De bomen stonden naar ons toegebogen. Toen klink ginds op het huis de etensbel.