Aan het eind van haar leven schrijft de jongste van het gezin haar herinneringen op. Eigenlijk gaat alles over woede, razernij, ruzie en haat in dit gezin. Flitsen van herinneringen schrijft ze op. Als jongste wordt ze niet gezien en daarom luistert ze naar gesprekken die niet voor haar oren bestemd zijn. Haar moeder en haar zus die herinneringen ophalen aan hun leven in Nederlands Indie. De zus heeft met haar gezin in jappenkampen gezeten. De vader (Joods) praat met zijn vriend over de tijd na de oorlog toen hij voor de Engelsen als tolk optrad om Duitse oorlogsmisdadigers op te pakken. Hij komt ook in de kampen. De 5 kinderen waarvan de oudste geen kind van de vader is. De straatgevechten met de kinderen uit een andere straat. Moeder heeft geen tijd voor de kinderen is alleen maar druk met het huishouden en terugverlangen naar vroeger. Een en al frustratie dus maar op een heel mooie manier opgeschreven.