De eerste druk van deze Havank verscheel al in 1939 - meer dan 20 jaar geleden - en het is dan ook merkwaardig, vast te stellen hoe fris en volkomen 'modern' dit kostelijk detective-verhaal is gebleven
Initially, the name "Havank" was used as a pseudonym by Dutch writer Hans van der Kallen.
After his death in 1964, his oeuvre was continued by Pieter Terpstra, who used the "Havank+Terpstra" pseudonym until 1985.
In 2008, at their 140th birthday, Dutch publisher Bruna asked the writer Tomas Ross to write a novel in honour of Hans van der Kallen. He then used the pseudonym "Havank Ross".
De cover is de destijds bekende gestleerde tekening, dit keer met rode achtergrond. Op de achterflap staat '...verscheen al in 1939 - meer dan 20 jaar geleden...' Dat was destijds correct en is dat nog steeds, nu al meer dan 80 jaar geleden. Natuurlijk ontbreken de moderne communicatiemiddelen en multimedia - de vaste telefoonlijk en radio oproepen waren toen in voege. Silvère is nog steeds de protagonist, maar de Schaduw staat ondertussen al op gelijke hoogte, speelt een even belangrijke rol en is onmisbaar in het verhaal. Manon is belangrijk maar speelt nog eerder een onafhankelijke rol, haar relatie met Silvère is nog verre van een huwelijk verwijderd. De vier vreemde vrienden hebben minder impact dan de titel doet vermoeden, maar blijken evenwel ook al onmisbaar. De woest Bretoense kust vormt een prachtige doch gevaarlijke achtergrond voor dit verhaal dat een goudschat, meerdere kastelen en een duikboot bevat. Zoals gewoonlijk bevat de ontknoping weer enkele onbekende elementen en een ingenieuze twist in de redenering zodat het tot op het laaste moment spannend blijft. Al zorgen de sluip- en overvalkunsten van vooral Charles C.M. Carlier al voor hoogspanning in het grootste deel van het verhaal. Van Silvère komen we als prettige bijkomstigheid te weten dat de C.M. in Schaduw's naam staat voor Cariolanus Maccabeus. 't is maar een weet.