Poëzie, begrijpt Jan Lauwereyns, is een uniek en zinvol samen-spel van proeven, luisteren en voelen, waarbij het hart een cruciale rol speelt. De smaak van het geluid van het hart is het vierde gedichtendagessay, een publicatiereeks waarin een dichter een persoonlijk pleidooi voor de poëzie houdt.
Citaat : Het veld van het hart is het denken. De smaak van het geluid van het hart geeft betekenis. Dat gebeurt voor mij in de eerste plaats in en door en met poëzie, zowel al lezend als schrijvend. Review : Elk jaar op Gedichtendag publiceren het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Poëziecentrum een 'pleidooi voor poëzie' van een grote naam uit de Vlaamse dichterswereld. Dit jaar werd dat Jan Lauwereyns. Hij woont en werkt in Japan, waar hij lesgeeft aan de Kyushu universiteit. Hij schreef een tiental boeken, waaronder de roman Monkey business, het essay Splash en een reeks eigenzinnige dichtbundels. In 2010 verscheen bij the MIT Press zijn wetenschappelijke werk The anatomy of bias.
Zijn nieuwe dichtbundel is Hemelsblauw (De Bezige Bij). Vijftig bladzijden lang bouwt hij, vrijelijk verwijzend en associërend, een niet-navertelbare cirkelredenering op. Die leidt niet naar één duidelijk antwoord, maar is, in zijn volledigheid, het antwoord op zichzelf. Poëzie, zo blijkt, is Wittgenstein en Deep Throat, is W.H. Auden en Lionel Messi, is Heidegger en je geliefde. Voor de Engelse romantische dichter John Keats was poëzie lezen 'wandelen, zwoegen, afzien zelfs.
Vertrekpunt voor Lauwereyns' essay is het Japanse kalligrafische teken voor 'betekenis', 'imi' in het Japans. Dat symbool bestaat uit drie onderscheidbare tekens, die 'smaak', 'geluid' en 'hart' betekenen. Met die constatering gaat Lauwereyns aan de haal: hij betrekt smaak, geluid, hart en betekenis via uiteen-lopende anekdotes en redeneringen op elkaar. De lezer moet van dit essay geen gestructureerd pleidooi verwachten. In poëzie worden dingen opnieuw samengebracht in taal. 'Ik (niemand anders) kan zin geven in mijn leven. Het is aan mij om te proberen dingen te begrijpen, betekenissen te geven, zin te vinden', schrijft Lauwereyns. Hij kent betekenis toe aan de samenhangende drievuldigheid van smaak, geluid en hart, en dus hééft ze betekenis. Via voorbeelden en anekdotes probeert de dichter de lezer intens bij zijn zienswijze te betrekken. De smaak van het geluid van kan zeker en vast ook beschouwd worden als poëzie.
In 2011 schreef Jan Lauwereyns dit essay over poëzie. Een essay is een poging, een zoektocht om tot een mening of idee te komen. Bij poëzie kom je er niet alleen met de ratio, de hersenen, het denken, het gaat ook om het voelen, de emotie, het hart, het zenuwstelsel. Lauwereyns leeft in Japan en kent enigszins de Japanse lettertekens. Daar speelt hij mee. De titel van het boekje is een combinatie van tekens. Of je met behulp van die tekens tot meer begrip van poëzie kan komen, weet ik niet. Hij maakt wel duidelijk dat de kracht van een gedicht vooral is dat het iets met je doet, dat het een laag in jezelf weet aan te spreken die je niet direct kunt benoemen. Hij geeft als voorbeeld het gedicht Diaspora van Gerrit Achterberg. De onnoembaarheid komt erin tot leven.
Na de eerste twintig pagina's raakte ik de draad compleet kwijt. Het verhaal gaat van Wittgenstein via Chinese tekens naar Deep Throat maar waarom poëzie belangrijk is is me niet duidelijk geworden. Iets met hart en harteloosheid, zoiets