Een boerengezin in Oostturkije krijgt ramp na ramp te verduren. Als gevolg van een ongeluk moet een been van de vader worden afgezet, waardoor hij niet meer kan werken. Hij verkoopt zijn vee aan zijn wrede buurman, een volkomen onbetrouwbare man die hem belazert. Het gezin, vader, moeder, twee zonen een een dochtertje, zoekt zijn heil in een ander dorp waar de vader nog een - geërfd - stuk grond heeft. Zijn oom die in dit dorp woont en het gezin goed gezind is zorgt voor een huis. De inwoners van het dorp, inclusief de burgemeester, willen echter dat het gezin vertrekt. Het stuk grond van de vader gebruiken ze al 20 jaar als landbouwgrond en dat laten ze zich niet afnemen. Na veel verbaal en lichamelijk geweld en na een aardbeving die het halve dorp wegvaagt vertrekt het gezin met geld van de staat naar Izmir, waar ze door een vriend van de oom worden geholpen en waar ze een nieuw bestaan opbouwen.
Het verhaal wordt verteld door de jongste zoon, die uiteindelijk voor het inkomen moet gaat zorgen.
Het boek is mooi geschreven, het leest prettig maar is soms iets te langdradig. De vader neemt in zijn wanhoop keer op keer een foute beslissing, wat mij als lezer wat ging irriteren.
Het boek geeft een beeld van het primitieve, mooie maar ook hardel leven op het platteland in (het oosten van) Turkije in de de tweede helft van de vorige eeuw. Wat sterk naar voren komt is hoe de leden van een familie altijd voor elkaar klaar staat.