De daden van een man wortelen diep in zijn jeugd . . . Vooraleer het einde komt, wil ik mij hierop nog eens bezinnen. Want ergens moet toch de verklaring liggen van het raadsel dat ik niet begrijp, het antwoord op de vraag waarom ik werd geboren, de bevrijdende zekerheid dan ik niet vergeefs heb geleefd.
Het is de vierde eeuw na Christus, de jaren van het Romeinse verval. Tegen het fascinerende decor van godsdiensttwisten wordt het leven beschreven van Alexander Marcus Aurelius. Onder invloed van zijn grootmoeder groeit hij uit tot een overtuigd christen, een overtuiging die heel zijn leven beïnvloedt.
In tegenstelling tot zijn tweelingbroer Angelo, de realist, de opstandeling, is Alexander een piekeraar, steeds onzeker over zichzelf. Hij gaat op zoek naar de zin van het leven en het waarom van de gebeurtenissen. Een meeslepend verhaal dat je terugvoert naar het oude Rome, naar een wereld van tradities, machtswellust, slavernij, bloedig geweld en verraad.
Maria Rosseels heeft als schrijfster vele belangrijke prijzen gewonnen. In 1981 ontving ze een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven. Bij Davidsfonds/Literair verschenen eerder van haar Verzameld scheppend proza, Elisabeth, Wacht niet op de morgen en Dood van een non.
Dit blijft toch een van mijn meest favoriete boeken. Van begin... 'Ik, Alexander Marcus Aurelius, heb een mens gedood. Zulks heeft misschien weinig te betekenen in een eeuw van ongerechtigheden en geweld. Maar de man die ik doodde, was mijn vriend. En ik had hem lief.' ...tot eind... 'Ik sla de laatste bladzijde om, en teken deze belijdenis met mijn naam: Alexander Marcus Aurelius. Ik was een Christen en een Romein. Op beide ben ik fier. In vele opzichten heb ik gefaald; en zelfs dit verhaal benadert op verre na niet wat ik had willen zeggen. Maar één zaak weet ik thans met grote zekerheid: dat ik, door alle dwaasheden en zonden heen, ja, tot in mijn koele haat, Christus heb liefgehad van het allereerste ogenblik waarop ik Hem - het lijkt eeuwen geleden - uit het ontroerend schone fresco van de Ierse monnik heb leren kennen. Er is maar één gebed meer dat ik nog bidden kan - al de rest is vergleden tot waardeloze stilte: Kom, Heer Jezus! Kom...' ...adembenemend.
Dit boek is heel indrukwekkend. Het is contextueel en inhoudelijk sterk in de uitvoerige beschrijving van steden als Rome, Constantinopel en ketterijen, waarbij Arius en Athanasius' ideeën worden besproken. De betekenissen van geloofsbelijdenissen worden duidelijk , zo ook de (soms strategische) keuze van keizers om het christendom te omarmen. Het boek dwingt me op de verhouding tussen God en mezelf te reflecteren als Aurelius herhaaldelijk in ontmoeting komt met het fresco van Christus. Christen zijn betekent jezelf en God onder ogen komen, de waarheid oprecht zoeken en lijden onder het Evangelie. Een boek om nog eens te lezen en nog eens te lezen.
Redelijk zwaar op de hand boek tijdens de nadagen van het Romeinse Rijk. We vergeten dat er toen nogal wat martelaren zijn gestorven voor hun geloof, niet allen door de hand van de heidense keizers, maar evenzeer door geloofsgenoten met een andere visie (Arianen tegen katholieken).
De hoofdfiguur is zo iemand die het moeilijk heeft met zichzelf, wat aanleiding geeft tot een eindeloze reeks godsdienstige bespiegelingen. Je moet het boek lezen met de tijdsgeest van de jaren vijftig in gedachten. Toen was dat nog mode.