Ik zou dit boek persoonlijk niet aanraden. Op uitzondering van de epiloog heb ik me door bijna elk hoofdstuk moeten ploeteren; mezelf er moeten toe aanzetten geen woorden, zinnen of zelfs volledige paragraven over te slaan.
Ik stoorde me niet zozeer aan de expliciete seksuele passages en vocabularia, maar vooral aan het overbodig gebruik van adjectieven. Sommige reviewers beschrijven Delphine als Koningin van de adjectieven, en ze kent duidelijk veel adjectieven, maar het gebruik ervan vind ik persoonlijk de titel niet waard. De adjectieven maakte het verhaal en de betekenis van de gebeurtenis soms verwarrend omdat verschillende 'niveaus' door elkaar werden gebruikt zoals enigmatisch en warrig. Daarnaast kwam één zelfstandig naamwoord soms voor met 15 adjectieven. Een zelfstandig naamwoord, in plaats van een naam, werd al gebruikt om een personage te beschrijven; kiwisorteerder, baggeraar, vogelverschrikker, alpacaherder etc., een adjectief zou, in mijn beleving, dan een extra meerwaarde moeten hebben in de beschrijving van het karakter van het personage of de reden waarom net dit personage 'een hoofdstuk krijgt'; maar als deze adjectieven allemaal na elkaar staan vervalt die meerwaarde gewoon - want niets springt meer naar buiten. Grijzende marktkramer oké, gewiekste marktkramer oké, flamboyante marktkramer oké, maar gladde gewiekste grijnzende verleidelijke flamboyante onbetrouwbare marktkramer... een beetje overdreven. Het adjectief "anemisch", wat te pas en vooral te onpas voorkomt, heeft volgens mij in dit boek bijna nooit een meerwaarde gehad. Anemisch zou een goed adjectief zijn als de passage waarin het voorkomt over de gezondheid of het uiterlijk van dat persoon zou zijn, niet wanneer het gaat over de manier waarop het seksueel misbruik plaatsvindt, althans niet voor mij als lezer. In deel 1, de kinderjaren, was blijkbaar iedereen anemisch? Het adjectief had voor mij ook geen meerwaarde in het creëren van een beeld of empathie naar het verhaal toe - waar in de epiloog, terecht, wel om gevraagd wordt.
De epiloog maakte de ene ster dat ik aan het boek zou geven nog een tweede; het was een rauwe en pure reflectie, minder overdadig met afleidende adjectieven, én met een mooie boodschap. "De Vlaamse Psychiatrie" als antwoord op 'dé vraag' en het nadeel van een "me-too" beweging.
Los van het boek, als medemens en hulpverlener heeft het boek mij wél geraakt; en vind ik het spijtig, verschrikkelijk en oneerlijk wat mensen en patiënten mee kunnen maken. Ik kan alleen maar hopen voor geloof en begrip vanuit ons al medemens en ons als hulpverlener voor slachtoffers.