Deze reeks omvat twaalf maanden, twaalf boekjes, twaalf schrijvers. Ieder boekje nodigt je uit om anders naar de tijd van het jaar te kijken.
De Maanden is een reeks die je wilt verzamelen, koesteren, een prominente plek in je boekenkast wilt geven. De vormgeving vanbinnen én vanbuiten is chic aantrekkelijk. Alle omslagen worden gemaakt door dezelfde kunstenaar.
Elk boekje verschijnt net voor het begin van de maand. Het houdt de lezer gezelschap terwijl de maand verstrijkt en nodigt je uit anders naar de tijd van het jaar kijken. In Mei deelt Arjen van Veelen zijn kleine filosofie van de opblaaskajak. Want de opblaaskajak is niet een simpel bootje, maar een draagbare rivier. Daardoor zijn de ademruimte en de verbeelding die elke waterstroom in zich draagt altijd binnen handbereik.
Over houten kano’s en opblaaskajakken en wat die ons kunnen vertellen over de maatschappij waarin we leven. Ik vond het de meest vermakelijke van Das Mag dit jaar tot nu toe (december moet nog komen).
De generatie die zichzelf opblaast beseft als geen ander hoe hol ze is.
Het is een bekende tactiek van Van Veelen: één stad of voorwerp pakken en dat gebruiken als symbool voor een groter thema. Dat deed hij eerder al met steden als St. Louis en Rotterdam. De container gebruikte Van Veelen om het zgn. ‘containerdenken’ te illustreren. Nu blijkt de kajak het lijdend voorwerp te zijn. Een benadering als deze viel ergens wel te verwachten, maar het zorgt voor een voorspelbaar en weinig verrassend boek. Vluchtig geschreven, dat schrijft Van Veelen zelf ook, en dat voel je als lezer in de vergelijkingen. Ook de lange lijst met voorbeelden waarin ‘lucht’ of een zinspeling daarop voorkomt is op den duur vermoeiend.
Iets luchtigers tussen alle politieke pamfletten en essays over democratische untergang. Nooit gedacht dat ik met zo veel plezier zou lezen over kayaks en kano’s, inuit volkeren die die samenvloeide met vissenhuiden of de herkomst van Zierikzee. Soms moet je gewoon even dobberen, jezelf wat lucht gunnen, net als dat je een kano leven inblaast en je mee kan laten varen door een stroompje, rustig peddelend.
filosofische kritiek, over lucht, verbeelding en omgaan met de ontdekking dat de wereld uit lucht bestaat ("een tijdgeest die de bubbelaar beloont" / "de generatie die zichzelf opblaast beseft als geen ander hoe hol ze is"). vermakelijk en zet aan het denken.
Arjen van Veelen geeft zelf al aan dat dit een haastig geschreven boekje is. Dat is inderdaad goed merkbaar. Bovendien is van Veelen, volgens mij veel meer een (onderzoeks)journalist i.p.v. een schrijver. Wat mij betreft dus een inhoudsloos boekje in de maandenserie van uitgeverij Das Mag.
Een boek schrijven over niets, dat was een beetje de bedoeling. Gelukkig is dat mislukt. Van Veelen gebruikt de kajak (en de kano) als voorwerp om allerhande bespiegelingen aan op te hangen, van alledaags tot meer filosofisch. Dit boek pretendeert weinig, maar zet je intussen aan het denken.
Arjen van Veelen neemt je mee in dit deel van de Maandencyclus, Mei, op tocht op een kajak. Hij wil met ons het water op en langs rivieren, meren en zeeën varen in een opblaasbaar bootje, de peddel in de hand. Om dit te doen komt er vanuit het verhaal een heel belangrijk element naar boven dat bij zowel het water als de kajak waarin we varen een grote rol speelt: lucht! Onze levensadem! Door langs de geschiedenis te meanderen zoekt Arjen samen met ons een weg vanwaar de kajak komt. Zijn het de Inuit die het uitvonden of is het toch tot stand gekomen nadat de ballon en later de zeppelin uitgevonden werd? En natuurlijk komt bij kajakken ook wat kijken. Er bestaat zoiets als kajakangst en kajakduikelen. Hoe ver staan we van de vogels en de vissen als we onze vooruitgang naleven? Ontdek het samen met Arjan in dit boekje!
En dan is er de legende van de man die werd teruggevonden in zijn kajak. Waarom duikt die legende op verschillende plekken op en weet niemand wat echt is of wat verzonnen is? Ook hier komt Arjen van Veelen even op terug, zelfs in Nederland (in Zierikzee) komt deze legende aan bod. Zou er dan toch een gemummificeerde Inuit aangestrand zijn of was het een andere avonturier die zijn poging mislukt zag? Of is het gewoon allemaal legende en mythe?
Nooit had ik verwacht iets over kajakken te lezen maar de maanden die bij Das Mag verschenen in 2023 tonen aan dat geen enkel onderwerp taboe is noch geschuwd wordt. En het is dan ook de kunst van de auteur om het ook nog eens interessant genoeg te maken om de lezers te boeien. Ik wist niet dat er zoveel te vertellen viel over het opblaasbaar bootje dat vaak in de Ardennen (ok dan is het wel een hard plastic geval, als je er eentje huurt) gebruikt wordt om de nodige rivieren aldaar af te varen.
De mooiste werken hebben de minste substantie. Met deze parafrasering van Flaubert vat van Veelen het Mei-boekje in de DasMag maandenreeks aan. Het zet de toon voor wat eerst op oeverloze (pun intended) sofisterij lijkt. Naarmate het werkje vordert wordt het echter steeds chaotischer, maar tegelijkertijd ook verhalender, waarmee hij met veel aplomb zijn eigen uitgezette regels met de voeten treedt ("verwacht evenmin bloedstollende verslagen"). Ik ben daar wel voor te vinden. Temeer daar zijn verhaal steeds meeslepender wordt, en dus aanzet om verder te lezen, wat in deze reeks eerder uitzondering dan regel is.
Op zijn minst is van Veelen in zijn opzet geslaagd: dit luchtige (daar is die woordspeling weer) boekje bevat weinig substantie, maar daardoor ook weinig pretentie. Het is een charmant en leesbaar niemendalletje, dat zich tot de betere van de reeks mag rekenen.
Ik heb niks met kajaks of kano’s en laat daar dit boekje nu net over gaan. Toch heb ik het met plezier gelezen. Arjen van Veelen is een boeiend verteller en zijn geschiedkundige en filosofische zijsprongen houden steek. Dat maakt het zelfs tot één van de betere bijdragen in deze telkens aan een andere maand gewijde reeks van Das Mag. Zoals in eerdere uitgaven, blijkt echter ook hier de link met de maand mei flinterdun.
Brb, even een opblaaskano kopen. Want ik voel de behoefte om al dobberend op het water nog eens rustig dit boek te laten bezinken.
Tijdens het lezen had ik overigens nooit het gevoel dat ik op het punt stond te zinken. Ondanks zware thema’s als klimaatverandering, de vluchtelingencrisis, foute politieke leiders en imposter syndrome, bleef het boek luchtig. Letterlijk én figuurlijk, want lucht is een belangrijk metafoor in het verhaal.
Een wat weinig samenhangend bundeltje beschouwingen, met als enige rode draad ‘opblaasbare varende voorwerpen’. Soms wat te veel faits-divers, maar geregeld toch verrassend interessante bedenkingen, o.a. rond de oppervlakkigheid van onze plastic cultuur, of de noodzaak van fantasie en creativiteit.
Een verhaal over wat kajakken en luchtbellen ons kunnen vertellen over de huidige maatschappij, met een quote die ik niet snel zal vergeten: “De generatie die zichzelf opblaast beseft als geen ander hoe hol ze is.”