Willem Frederik Hermans is one of the greatest post-war Dutch authors. Before devoting his entire life to writing, Hermans had been teaching Physical Geography at the University of Groningen for many years. He had already started writing and publishing in magazines at a young age. His polemic and provocative style led to a court case as early as 1952. His caustic pieces were compiled in Mandarijnen op zwavelzuur (Mandarines in Sulphuric Acid, 1963), which was reprinted with additions a number of times. It is Hermans’s belief that in order to survive people have to create their own reality. It is inevitable that all these experiences of reality will collide. Language is essential to create order out of chaos and plays an important role in this process. In his essays on Wittgenstein, Hermans studied this problem in depth. In his novels and stories Hermans places his characters in a world of certainty for themselves but equivocal for the reader. It is in this field of tension that the intrigue in De tranen der acacia’s (Acacia’s Tears, 1949) and in De donkere kamer van Damocles (The Darkroom of Damocles, 1958) develops. Although stories such as Moedwil en misverstand (Malice and Misunderstanding) and Paranoia have a surrealistic tendency, Hermans’ novels The Darkroom Of Damocles, Nooit meer slapen (Beyond Sleep), Uit talloos veel miljoenen (From Countless Millions) are more realistic or satirical and everything in his rich oeuvre is subordinate to the author’s pessimistic philosophy.
Bloemlezing met de vijfentwintig beste interviews met W.F. Hermans in de periode 1950-1978. Hermans stelt nooit teleur, zelfs in interviews is hij zo uitgesproken, doordacht en volstrekt origineel dat hij zijn gelijke niet kent. De interviews zijn ook nog heel actueel, zowel over het schrijverschap, als de maatschappij. Ik ben maar weer eens bevestigd in mijn mening dat Hermans de beste Nederlandstalige schrijver aller tijden is en hoop dat de viering van zijn 100ste geboortedag op 1 september as. (2021) zorgt voor hernieuwde belangstelling en waardering voor zijn werk. Want dat ik voor mijn opleiding Nederlandse Taal en Cultuur maar één schamel essaytje van hem heb moeten lezen, daar kan ik eigenlijk nog steeds niet over uit.
Hierbij nog wat typerende (soms inderdaad nihilistische) uitspraken uit het boek:
"Ik ben me dus bewust dat het au fond geen zin heeft om andere mensen iets te verwijten, de mensen zijn zoals ze zijn. Zo zijn ze geworden, door erfelijkheid, door milieu, enzovoorts. Het heeft geen zin om je op te winden, het heeft geen zin om andere mensen dood te slaan, maar de mens is geboren met de faculteit om dat wél te doen, en die leeft ook in mij, al sta ik er zeer kritisch tegenover. Dat leef ik dus uit bij het schrijven." (p.53)
"Het hele levensproces is een langzaam aan kapotmaken, tot je op je 80e het graf instapt. Ik denk niet alleen aan lichamelijk kapotmaken, maar ook aan het verlies van je ideeën. Toen ik een jaar of 19, 20 was, was ik ook al erg somber. Nu ik 20 jaar ouder ben, nu pas besef ik hoeveel illusies ik in die tijd eigenlijk nog had." (p.55)
"Dat diepzinnig leuteren over ons leven komt door te veel eten, door de welvaart. Met een volle maag is het goed filosoferen." (p.75)
"De schrijver Hermans is tegen alle instellingen die zich baseren op geestelijke waarden om dan 'anderen' de wet te gaan lezen. Hij meent dat de taak van de schrijver is: relativering van verabsoluteringen. Of anders gezegd: Ik kan 'getuigenis' geven van de wereld die ik zie en die wereld is niet absoluut." (p.79)
"De meeste Nederlandse romans struikelen omdat er mededelingen in worden gedaan die niet ter zake doen. En als je dan een auteur zou vragen: waarom heb je dat erin vermeld, dan zou het antwoord zijn: maar het is toch zo in de werkelijkheid? Het zet absoluut geen zoden aan de dijk of iets zo is of niet. Alles in een roman telt alleen mee, als het in verband verplaatst wordt. Als ik zeg dat iemand een grote puist op zijn neust heeft, moet dat een verband hebben." (p.166)
"Al die mensen die nu over straat hobbelen om de mensheid te verbeteren vervullen mij met een bepaald soort deernis. Ik weet dat dat niet mogelijk is. De mensen zijn nog veel en veel slechter dan deze jongelui vermoeden. Nu, op het ogenblik dat we in een soort welvaarsstaat leven, zijn we nog tamelijk fatsoenlijk. Maar het hoeft niet meer dan 10, 20% achteruit te gaan of het beest komt helemaal boven." (p.237)
"Ik doe het bijna zonder schema. Je begint met een aantal gegevens en probeert met die dingen te spelen, probeert die dingen met elkaar te laten reageren. Het is dus onelegant om halverwege (bijvoorbeeld omdat het wel moet) een personage in te voeren dat niet is voorbereid. Het is een kwestie van wat ik zou willen noemen: roeien met de riemen die je hebt. Maar je bent natuurlijk vrij een bepaald aantal riemen van tevoren in de boot te leggen. Die moet je gebruiken, en ook blijven gebruiken." (p.316)
"Het is een roman die eigenlijk in de eerste plaats de personages niet beschrijft door ze te beschrijven, maar door ze te laten handelen. (...) Meestal leven de mensen maar zo voort, vandaag zoals ze gisteren leefden, enz. Als je nu romans maakt over dat soort personages, dan wordt een roman een soort pseudo-journalistiek en ja, dat wordt vervelend, en goedkoop; dat is niet interessant. Ik vind dat een romanschrijver in de eerste plaats een schepper moet zijn en niet een fototoestel." (p.317)
Tussen 1950 en 1984 gaf Hermans vijfentachtig interviews, inclusief die voor radio en televisie. Van deze interviews verschenen er tussen 1950 en 1978 vijfenzestig in druk. Vijfentwintig hiervan zijn verzameld in de bloemlezing Scheppend nihilisme, samengesteld door Frans A. Janssen. Hermans voegde hier en daar noten aan de tekst toe.
In deze interviews komt Hermans' visie op het leven, zijn werk en zijn filosofie duidelijk naar voren. Zijn ideeën over literatuur en zijn kijk op de menselijke natuur worden besproken. De interviews bieden inzicht in de gedachten en motivaties van Hermans.
Hermans lichtte zijn idee van mythologiseren in het schrijven toe. Hij vond dat literatuur het alledaagse moet overstijgen en een mythische dimensie moet hebben om dieper te resoneren. Dit idee wordt weerspiegeld in zijn roman Nooit meer slapen, waar de zoektocht van een wetenschapper symbool staat voor existentiële betekenis boven academische prestaties. De pessimisme van Hermans in contrasteert met het optimisme van Mulisch.
Hermans bereidde zijn interviews goed voor en streefde ernaar om nieuwe dingen te zeggen. In een twistgesprek met Mulisch in 1969 zei Hermans dat het zingen van een revolutionair lied niet zal leiden tot de afschaffing van de moord op Braziliaanse indianen.
Hermans' afkeer van Nederland komt ook veelvuldig aan bod. Op de vraag wat hem het meest ergert in Nederland (1962), antwoordde hij: 'Eigenlijk alles, maar ik laat het maar niet meer tot ontwikkeling komen.' Uiteindelijk verhuisde hij naar Frankrijk.
Hermans spreekt ook over film, literatuur en filosofie. Het boek biedt een commentaar op dertig jaar (cultuur)geschiedenis en vormt een onderdeel van Hermans' oeuvre. Zijn uitgesproken mening blijft boeiende leesstof opleveren.
In het inleidende 'Interview over interviews' met Frans A. Janssen (1979) vraagt Janssen aan Hermans of hij het niet zat is om geïnterviewd te worden. Hermans antwoordt dat hij zich over het algemeen niet verveelt en interviewers die hem vervelen eenvoudig de deur wijst. Dit kwam zelden voor, behalve in 1967 toen Martin Ruyter van de Volkskrant Hermans vroeg waarom hij de Vijverbergprijs had afgewezen. Toen een onaangekondigde fotograaf verscheen, raakte Hermans ontstemd en beëindigde het interview abrupt. Ruyter publiceerde dit gesprek in de Volkskrant onder de kop 'Bedrag doet niet terzake', wat in Scheppend nihilisme als een curiosum wordt beschouwd.
Is het interview wel het beste medium om je tot de mensen te richten? (p. 14) Of hoort een interview niet tot de groep van dagboek, brieven, enz.? (p. 17)
1. Adriaan van der Veen- Een biografie van het boek in onze tijd 1950 -schrijven een taak tegenover zichzelf p. 29
2. G.H. 's-Gravesande- Al pratende met Willem Frederik Hermans 1952 -over de ontwikkeling van de roman bijvoorbeeld door het kiezen van andere onderwerpen, door het scheppen van nieuwe karakters, het veranderen van perspectief, zienswijze, compositie enz. p. 37 -bestaat er geen enkele klassieke Nederlandse roman p. 39
3. Hans Sleutelaar en Piet Calis- H.P.-gesprek met dr. Willem Frederik Hermans 1962 -over verfilming van romans -over De God Denkbaar Denkbaar de God en over het ontstaan van de Donkere kamer p. 41
-Hermans putte veel informatie uit de rapporten van de Parlementaire Enquêtecommissie
4. Hans Sleutelaar, Hans Verhagen en C.B. Vaandrager - Zelfportret van Willem Frederik Hermans 1963 - over De Mandarijnen op zwavelzuur p 50 - Wanneer begint de moderne mens te bestaan? Misschien met de uitvinding van de stoommachine.. veel intellectuelen komen uit de geestwetenschappen (theoloog of historicus etc); lijden aan historisch perspectivisch bedrog; beseffen niet hoe oud de planeet is etc voor mij staat het vast dat de mens helemaal niets is p 60.
5. Henk J. Meier- Interview met een mandarijnenjager 1964 - over Ter Braak en Otto Verbeek p 64 - Hoe Hermans schrijft p 64
6. Ben Bos- De weerloze mens fascineert 1965 - over religie en wat is het leven eigenlijk? p72 - Over schuld: schuldig als je bij een brug toevallig aanwezig bent en een jongetje verdrinkt. De omstandigheden brengen iemand tot schuld. Schuld hebben is gebrek aan nederigheid p 73 - Dat diepzinnig leuteren over ons leven komt door te veel eten, door de welvaart. Met een volle maag is het goed filosoferen. In de hongerwinter van de afgelopen wereldoorlog was ik twintig jaar. Ik heb toen gezien hoe gemakkelijk een mens afstand doet van alle welvaartsartikelen. Hij laat ook de metafysica gemakkelijk los hoor. Moraal, ethiek en geloof leggen het loodje tegen de honger. Die mooie bovenbouw laat de mens zonder meer vallen wanneer hij moet eten p 75 - Alles wat we met zekerheid over de mens kunnen zeggen wordt gezegd in natuurkundige, meetbare zin. De rest wat daar bij komt- moraal, theologie, filosofie- is onzeker p 76 - Geluk is slapen zonder dromen p 77 - De zin van de dood? Dood gaan is ook niets p 78 - Verzet tegen de rooms-katholieke kerk omdat het een groot machtinstituut, dat ongestraft zinloze en gevaarlijke ideeën verspreidt p 78 - De taak van de schrijver is relativering van verabsolutering p 78
7. Rem Koolhaas- Ik ben heel zielig 1966 - nooit meer slapen gaat er voor dat er in de wetenschap vaak heel weinig wordt bereikt met heel veel moeite p 81
8. J. van Tijn- ‘Ik heb nooit in de goedheid van de mensen geloofd’ 1966 - Over de politiek p 83 - Over Ter Braak p 86 - Hermans leest niet veel; leest encyclopedie of een woordenboek p 89 - Criterium voor erkenning? In hoeverre iemand die het boek leest, de hoofdzaken eruit pikt, of begrijpt p 95 - De overeenkomsten tussen de hoofdfiguren van De donkere kamer en nooit meer slapen? Ze zoeken naar iets dat ze niet vinden p 97 - Ik weet niet hoe anderen mij zien, maar in mijn eigen ogen ben ik toch niet veel meer geweest dan een kleine jongen die aan het strand speelt en om zich te amuseren een steen of schelp opraapt omdat die gladder of mooier is dan een andere, terwijl de oceaan van de waarheid, ondoorvorst voor hem ligt p 98 Dit citaat is afkomstig van Isaac Newton en weerspiegelt zijn nederigheid en bescheidenheid ondanks zijn immense bijdragen aan de wetenschap.
9. Trino Flothuis- Interview 1966 - over Nader tot U van Reve, is heel zielig p 102. Zijn succes gebaseerd op de al of niet doelbewust exploitatie van de Nederlandse godsdienstzin. Reve in De avonden kankert over zwartjes en aan de andere kant stelt hij zijn manuscript beschikbaar voor de actie ten bate van de strijd tegen de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek p 103 - Over zijn boeken in het buitenland p 105
10. Trino Flothuis- ‘Nederland gaat ramp tegemoet’ 1966 - Over de democratie, dat Nederland eigenlijk nooit een echte democratie is geweest (is paternalistisch patricisch standenstaat is geweest p 108
11. Martin Ruyter- Bedrag doet niet terzake 1967 - Hermans heeft de Vijverbergprijs geweigerd ging het gesprek over.
12. Willem Frederik Hermans- In gesprek met mijzelf 1967 - Over de Nederlandse film
13. Fons Elders- Filosofie als science-fiction 1968 - Een filosofisch interview over o.a. Wittgenstein, Camus, Sartre - Over filosofie en wetenschap - Nietszche als inspirator van het nationaal socialisme p 139
14. Rein Bloem- Schrijven vind ik alleen de moeite waard als je de ambitie hebt om iets te schrijven dat nog niet eerder geschreven is 1969 - over het lezen van oude boeken - Wetenschap/ talent is niet democratisch
15. Wat moet een schrijver doen?- Twistgesprek tussen Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch 1969 - Twist met Mulisch over o.a. christendom, marxisme; de mens (een dier dat op een ogenblik een communicatiesysteem - de taal- heeft uitgevonden p 180; Hermans : de natuur is niet rechtvaardig p 182
16. Magda Oude Stegge- Intervjoe met de schrijver W.F. Hermans 1969 - Over cultuurvorming - Boeken die mensen na 20ste -25ste hebben gelezen blijven ze volhouden dat dat de mooiste zijn die geschreven zijn (ze stoppen ook met lezen. - Hermans heeft een probleem met herinneringen “ik geloof dat mensen, ook van zichzelf, een geweldig incompleet beeld hebben, doordat ze allerlei dingen vergeten en dat dat eigenlijk een van de oorzaken is dat bijna iedereen over zijn leven in het duister tast” p 193 - Het bestaan van talen is een van de oorzaken van de ellende op de wereld p 195 - Over erg oude literatuur: literatuur die ouder is dan 150 jaar, is eigenlijk niet meer toegankelijk voor de mensen p 203
17. Adriaan Venema- Willem Frederik Hermans 1970 18. Ischa Meijer- ‘Ik hoef niet meer zo nodig hard van me af te trappen’ 1970 - Gaat over toneel 19. Ischa Meijer- ‘Het enige geluk is geluk in slavernij’ 1970 - Over de jaren van de bevrijding… geluk in vrijheid bestaat niet. Vrijheid is niets p 231 - Geheimzinnigheid van het bestaan: niets geheimzinnig de aarde bestaat 3 miljard jaar. En van 1921 tot maximaal 2021 kan ik leven. Dat is niks p 234
20. Dirk Ayelt Kooiman en Tom Graftdijk- Willem Frederik Hermans, een vraaggesprek 1970 - Zo is de menselijke geest samengesteld voor 99% van de tijd dat hij leeft houdt hij zich met geouwenhoer p 246
21. Marja Roscam Abbing- Heilig verklaarde fopspenen 1971 - over katten en poezen
22. Freddy de Vree- De tranen der acacia's anno 1976 (1976) - over De tranen der acacias
23. Cees Nooteboom- ‘Nederland is een stiekem land’ 1978 - interview vanuit Parijs
24. Judy van Emmerik- Prachtig, prachtig, dat Oedipusverhaal 1978 - Over Freud en Wittgenstein
25. Willem M. Roggeman- Gesprek met Willem Frederik Hermans 1978 - Over schrijven: Romanschrijver is wetenschap bedrijven zonder bewijs
Onnadenkend stopte ik een boek met de titel ‘Scheppend nihilisme’ in mijn tas op weg naar het ziekenhuis voor de geboorte van mijn tweede zoon. De verpleegkundigen die het boek zagen liggen, zullen niet hebben gedacht dat het boek een verzameling interviews met W.F. Hermans bevatte. Die interviews van een halve eeuw geleden zijn nog altijd de moeite waard. Bijna alles waarvoor men zich kan interesseren binnen Hermans’ oeuvre komt aan de orde: de (Nederlandse) literatuur, Freud en Céline, het verschil tussen media (toneel, foto, video, romans, en ja ook interviews), de politiek enzovoorts. En zijn wereldbeschouwing natuurlijk, samengevat in de titel van Hermans’ eerste novellenbundel ‘Moedwil en misverstand’: “Ik geloof dat de hele wereld, veel sterker dan men beseft, uiteenvalt in individuen die elkaar niet kunnen begrijpen. Het misverstand heeft het hoogste woord. (...) Dat gevoel kent iedereen wel, dat je omgeving dingen van je verwacht, of eist, waarvan je zelf denkt: daar heb ik helemaal geen pasgeld op. Ik geloof dat de wereld blijft draaien, doordat mensen hebben afgesproken om die onderwerpen dan ook maar te mijden."
Ik heb zeker ook weer genoten van Ischa Meijer, twee interviews van hem zijn in de bundel opgenomen. Hermans: “Ik heb het gevoel dat in dat jongetje van 15, 16, 17 jaar de kernen worden gevormd die nog steeds bestaan.” (…) Meijer: “Wat zijn dan die essentialia die door 35 jaar heen hetzelfde gebleven zijn?” Hermans: “De angst om bedrogen te worden, een groot gevoel voor ontnuchtering, afkeer van nonsens, hè.”
Het interessantst vond ik de ideeën van Hermans over romans en het ambacht van romans schrijven. Ook zo fijn dat veel interviews daar destijds uitvoerig over gingen trouwens; lang niet alle interviewers legden zich erop toe te wroeten in de psyche. Hermans’ opvatting is dat een romanschrijver in de eerste plaats schepper moet zijn en geen fototoestel. In een klassieke roman is alles wat gebeurt, doelgericht. Er valt bij wijze van spreken geen mus van het dak, zonder dat het gevolgen heeft. Personages moet de auteur niet uitleggen, maar hij moet hun handelen beschrijven. Die beschrijving is niet neutraal, ook niet in schijn - het is toch geen reportage - maar met nadruk een interpretatie van de auteur. Niet dat die interpretatie iets aan de wereld verandert. Zo’n idee zou ook niet passen bij zijn wereldbeschouwing. Hermans heeft van niets een grote dunk, maar heeft van literatuur toch nog de grootste dunk.
Inmiddels genoeg van Hermans gelezen (De donkere kamer van Damocles, Nooit meer slapen, Moedwil en Misverstand, Onder professoren, De Laatste Roker, Au Pair, Paranoia, De tranen der acacia’s) om aan deze te kunnen beginnen. Voor een luttel euro (hoogstens twee, Eva was bij me om te bevestigen, denk ik) mocht ik dit door de bib van Ieper afgedankte boekje met vijfentwintig interviews met Hermans lezen. Aan een tiende van het boek had hij al Mulisch agressief bejegend en Reve (en Boontje!! ) opgehemeld (let op: ook dat, een vriendelijk woord voor of over Reve zonder een ‘maar’ onmiddellijk erna, zal zich een paar jaar later nooit meer herhalen).
Cynische, bittere, norse, conflictueuze man. Meet zichzelf ook graag de geuzennaam “querulant” aan, maar ja… aan de basis daarvan liggen vooral schijnconflicten en bleke verwijten. Na helft heb je het zo stilaan wel allemaal gezien en begrepen.
Hoe dan ook, vreselijk boeiende en getalenteerde vent en voor mij steekt hij voor altijd met kop en schouders boven Mulisch uit. Heb nog minstens Herinneringen van een engelbewaarder en Een wonderkind of een total loss liggen en wil nog graag Het behouden huis!