Jozef "Jef" Nys was een Belgische (Vlaamse) striptekenaar. Zijn voornaamste stripreeks is Jommeke. Op 17 december 2005 kreeg hij de gouden Adhemar als bekroning van zijn oeuvre, een eer die voor hem enkel Marc Sleen te beurt viel.
Het 250ste album van Jommeke is het laatste dat Jef Nys zelf superviseerde. Jommeke overleeft zijn geestelijke vader echter, want in het testament van Jef Nys is immers vastgelegd dat Jommeke, onder de strikte regels van 'geen geweld, geen wapens, geen seks, geen drugs...', blijvend getekend mag worden door een aantal opvolgers.
Jozef "Jef" Nys was a Belgian comic book creator. He is mostly known for his comic strip Jommeke. On december, 17 2005 he was awarded 'de gouden Adhemar' for his complete work. This award was only awarded once before, to Marc Sleen.
Album 250 was the last one supervised by Jef Nys himself. However, Jommeke survives his spiritual father, because Jef Nys stated in his testament that Jommeke can be drawded indefinitely by a number of successors, under the strict rule of 'no violence, no weapons, no sex, no drugs...'
Jommeke heeft van Sinterklaas een warme tent gekregen. Hij wil direct gaan kamperen, en hij kan uiteindelijk zijn ouders overtuigen om mee te gaan. Maar omdat het zo koud is willen die gauw terug naar huis. Filiberke komt eraan, en dan horen hij en Jommeke hulpgeroep. Er is een kleine dikke man door het ijs gezakt. Ze redden hem, en dan vertelt hij zijn verhaal. Hij is professor--ja, professor Gobelijn--en op zoek naar de purpere berg, want als hij stukjes rots daarvan laat smelten en tot pillen maakt, zijn ze een geneesmiddel om alle zwakke kinderen gezond en sterk te maken. Jommeke en Filiberke gaan mee. Ze vinden de berg en ook een stam van sterke kinderen en hun koning. Doordat Filiberke de zoon van de koning redt van een beer, is die hen nu goedgezind en mogen ze stukken rots meenemen, en ze mogen altijd terugkomen voor meer, maar ze moeten de plaats wel geheim houden. Na nog wat 'ongelukjes' thuis doordat ze nu zo sterk geworden zijn, kunnen ze de pillen beginnen ronddelen aan de apothekers en het duurt niet lang of alle kinderen zijn sterk en gezond. Gobelijn krijgt een medailleketting van de minister.
Als Sinterklaas en Piet langskomen bij Jommeke en Flip gooit Piet een groot pak door het raam naar binnen. Als de ochtend erna Jommeke wakker wordt ontdekt hij wat in het grote pak zit (én dat hij een blauw oog heeft opgelopen toen Piet het pak naar binnen heeft geworpen), namelijk een grote warme tent. Niet onmiddellijk wat hij aan de Sint had gevraagd maar hij is er dolblij mee. Flip echter is teleurgesteld want voor hem lag er niks in zijn schoentje of bed. Na een ochtend vol ongelukken, blauwe ogen en enkele gaten in de vloer, wil Jommeke met zijn ouders kamperen, in de sneeuw. Het duurt niet lang eer Marie en Theofiel er de brui aan geven en Jommeke alleen in zijn tent laten. Filiberke en Pekkie komen toevallig langs en samen willen ze de tent opkramen als ze plots hulpgeroep horen. Een klein corpulent ventje is door het ijs gezakt even verderop. Jommeke en Filiberke slagen erin de man te helpen en terug op te warmen in de tent. En dan blijkt dat het toeval dus bestaat. De man heet Professor Gobelijn en had aan de Sint een tent gevraagd om mee op expeditie te kunnen gaan maar hij had een treintje gekregen én een zak noten. Al snel wordt duidelijk dat Piet zich heeft vergist en de geschenken heeft omgewisseld. Ze ruilen de geschenken en beslissen met de professor mee te gaan op zoek naar de purperen berg. Flip brengt de boodschap over bij de ouders terwijl Gobelijn de jongens meer uitleg verschaft.
Tijdens een van zijn onderzoeken ontdekte de professor namelijk een purperen siroop, waar hij pillen van kon maken, die kinderen groot en sterk kan maken. Eén van die onderdelen van de pillen die Gobelijn wil maken kan hij vinden bij de purperen berg, die vele stappen verder ligt. Eens daar aangekomen begint Gobelijn zijn onderzoek maar algauw wordt dit onderbroken als Jommeke én Gobelijn enkele stevige kerels zien, hen volgen en uiteindelijk gevangen genomen worden. Enkel Filiberke kan hen nog uit de handen redden van dit verborgen volkje. Als Filiberke één van de jongens redt uit de klauwen van een gevaarlijke beer vertelt deze het verhaal van zijn volk en hoe het komt dat zij zo sterk en groot zijn geworden. Zal het redden van deze kerel genoeg zijn om Jommeke en Filiberke te redden? En zullen ze de nodige grondstoffen mogen nemen om de kinderen te redden?
Dit album introduceert Professor Jeremias Gobelijn, professor in alles. En een echte Jommeke-fan weet dat deze man doorheen de reeks voor heel wat uitvindingen zal zorgen die de helden vaak zullen helpen maar die ook het nodige leed zal brengen aan de dorpelingen van Zonnedorp.
In dit album komen ook Sinterklaas en zijn knechtje, Piet, voor (iets wat bij de Nero albums veelvuldig voorkwam, waardoor ik me afvraag of dit niet een kleine hommage was aan Marc Sleen) en toont ook aan hoezeer de katholieke godsdienst verweven zat in de Vlaamse huisgezinnen, in de jaren vijftig en zestig. (Ik raad trouwens de boeken aan van Korneel De Rynck als je hier meer over wilt weten want het tijdsbeeld dat geschetst wordt in de oudere Jommeke albums is dezelfde die in deze boeken voorkomen). Later zullen verwijzingen naar godsdienst en actualiteit vaker wegvallen in de strips van Jommeke, die ook eerst verschenen in 'Het Kerkelijk Geloof'. Vooral in het volgende album, De muzikale Bella, zijn de verwijzingen hiernaartoe het grootst. Jommeke en zijn vrienden dien(d)en ook als het goede voorbeeld van hoe in het gezin de kinderen luisterden naar hun ouders en hun daden allemaal in teken stonden van anderen te helpen. Normen en waarden overbrengen in een stripverhaal...
De originele titel was ‘Purpere Pillen’ (zoals op de foto) maar door nieuwe spelling werd dit aangepast naar Purperen Pillen, de titel die ik heb gebruikt). Intussen zijn er al heel wat nieuwe uitgaven waarbij ook de inhoud van het verhaal aangepast zijn. Zo komen Sinterklaas en Zwarte Piet in nieuwe edities in een bestelwagen ipv met de ezel op het dak en is Piet niet meer zwart, omdat hij niet meer door de schoorstenen dient te klimmen.