Een fonkelend literair dagboek over relaties, ziek-zijn en mens-zijn
Veere Wachter is een vrouw van bijna veertig en woont samen met haar man in Amsterdam. Het lijkt op een normaal bestaan, totdat ze in de ban raakt van Janna, een sprankelende, jonge zangeres. De obsessie voor Janna wordt intenser nadat Veere met een levensbedreigende diagnose geconfronteerd wordt. Haar bruisende leven wordt hiermee onverwacht tot halt geroepen en dwingt haar tot het opnieuw onderzoeken van haar ambities, haar vrouwelijkheid en haar erotiek. Veere valt terug op dagboekschrijven en onderzoekt daarin de absurditeit van het alledaagse, de vormen die relaties kunnen aannemen en de ambiguïteit van ziek-zijn.
Dit volstrekt eigenzinnige debuut beschrijft een uniek en toch universeel mensenleven: Veere is zoekend, maar niet ongelukkig; gedreven, maar niet succesvol; ze is niet alleen, maar ondervindt, zoals velen, momenten van hevige eenzaamheid.
Een vrouw met mooie borsten is een verslag vol literaire, geestelijke en lichamelijke fixaties, wisselende stemmingen en levensechte personages. Bovenal is het een zoektocht naar de balans tussen doen wat er van je wordt verwacht en datgene waar je in de nachtelijke uren heimelijk naar verlangt.
In dit debuut onderzoekt Elte Rauch relaties in alle vormen en maten, met een partner, met oude en nieuwe vrienden of potentiële geliefden, met het eigen lichaam, de geest, met God zelf, en de invloed van ziekte op het verloop van en de visie op deze relaties. We lezen het dagboek van Veere Wachter, die op verrassend luchtige en verfrissende manier schrijft over haar ervaringen met liefde en ziekte. Ik heb het boek praktisch in één ruk uitgelezen, en heb van iedere bladzijde genoten. Bovendien is dit een van de eerste boeken die ik heb gelezen die op een eerlijke en prettige manier omgaat met de pandemie.
Ik vermijd boeken over kanker en andere ziektes altijd heel nauw. Ik ben blij dat ik dit boek niet vermeden heb.
Simpel en sterk. Het blijft een dagboekroman (vind ik altijd dubbel) maar alle personages zitten echt in mijn hart opgesloten en daar hou ik zo van. Nu moet ik ze gaan missen. En op elke pagina stond een zin om te citeren, op te schrijven, te onthouden. Voelde me zo dichtbij de hoofdpersonage.
Dit was niet per se een boek over kanker maar een boek over liefde en leven. Echt een fijne lees!
Een persoonlijk verhaal in dagboekvorm waarin de verliefdheid van een veertigjarige vrouw op een vrouw van nog geen dertig gelijk oploopt met het verhaal van haar borstkanker en, zij het op de achtergrond, met het liefdesverhaal van Virginia Woolf en Vita Sackville-West. Is zij, ondanks in een stabiele relatie met een man, ‘eigenlijk’ lesbisch, biseksueel? Maakt het uit? Niet dus. Dit is het universele verhaal van onbeantwoorde verliefdheid met een beetje een ‘verboden’ twist: buitenechtelijk, twee vrouwen, leeftijdsverschil. Het boek opent met het citaat: “This is a female text. Dioreann Ní Ghríofa”. Zonder er de vinger op te kunnen leggen, denk ik te begrijpen dat dat inderdaad zo is.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Één grote spoiler.
“Ik durf niet eens aan hen die mij het liefst zijn, degenen die mij liefhebben, mijn ware gezicht te tonen. Is dat nou hypocriet? Of gewoon laf? Een volstrekt logische inhibitie? Zelfbescherming?”
“Ik ben verre van euforisch. Ik draag een zachte, bloedende wond in mijn borst. Die wond die er altijd al was, en zich nu tot een gezwel heeft gevormd.”
“Jean-Jacques Rousseau schreef in zijn Bekentenissen dat ‘de grootste, de sterkste, de meest onblusbare van mijn behoeften de behoefte is aan een innige omgang, zo innig mogelijk als die maar zijn kan’. Ik verlang naar die innigheid, soms met alle vrouwen, soms met iedereen. Maar wie leest er nog Rousseau?”
“De Bloomsbury-kunstenares Dora Carrington, die verschillende relaties onderhield, met zowel vrouwen als mannen, zei over zichzelf: ‘If only I wasn’t so plural.’ Dat dus. Ik ben te veel, soms zelfs voor mezelf. Laat staan voor anderen.”
“‘Je moet je focussen op de toekomst, op het hier en nu,’ zei Iain tegen mijn moeder, maanden na het overlijden van papa. Dat zegt hij nu ook tegen mij. De waarheid is: ik vind het ‘hier en nu’ vaak volstrekt oninteressant en uiterst teleurstellend.”
De titel “Was met Zoë naar de opera. Met de kaartjes die ik van Janna heb gekregen. Ze zong in het koor. In opera kan je verdwijnen. Ik zat op het eerste balkon en keek over de balustrade de orkestbak in. Janna droeg een zwarte, fluwelen jurk met glitters en een diep uitgesneden decolleté. Wat een mooie borsten. Ik betrapte mezelf op de gedachte en ik hoop dat niemand het merkt. (Kan je gedachten voelen, ruiken, horen?) Ik stootte Zoë aan en fluisterde: ‘Mooi hè?’ ‘Mooi ja, Mozart,’ fluisterde ik terug. ‘Nee, Janna!’ Zoë rolde met haar ogen toen ik dat zei. Ik weet ook van geen ophouden…” Tussen de chemobehandeling en de operatie laat hoofdpersoon Veere Wachter zich fotograferen door een “medisch fotograaf”, voor onderzoeksdoeleinden: “Toen ze klaar was en ik door het ziekenhuis liep, werd ik plotseling overmeesterd door verdriet. Dit waren de laatste foto’s van een perfect lichaam. Van een vrouw met mooie borsten.”
Intimiteit Hoofdpersoon Veere Wachter krijgt vlak voor haar veertigste verjaardag te horen dat ze borstkanker heeft. In dagboekstijl neemt ze ons mee door haar behandeling met chemotherapie, de operatie (amputatie van beide borsten), bestraling en hormoontherapie, inclusief de bekende haaruitval op het hoofd, in het gezicht en over het lichaam. We leren Veere kennen als een gepassioneerde vrouw. Meer dan gemiddeld geïnteresseerd in alcohol. Ze heeft een stabiele relatie met Krzystof, ze wonen samen, geen kinderen. Toch wordt ze smoorverliefd op operazangeres Janna van nog geen dertig. Janna hengelt naar haar aandacht maar beantwoordt niet met de fysieke intimiteit waar hoofdpersoon naar hunkert. Hoofdpersoon onderhoudt een vriendschappelijke relatie met collega Erik bij de uitgeverij waar ze freelance voor werkt, wat jaloezie opwekt bij zijn vrouw. Tijdens de behandeling van Veere neemt Janna werk over van Erik en wordt naar eigen zeggen verliefd op hem. Bij hoofdpersoon stijgt irritatie over dat Janna flirt met haar collega, haar werk, met haar, maar dat dit allemaal niet leidt tot echte intimiteit. “Ik heb zin om terug te appen: ‘Ik laat de hele tijd van me horen, per e-mail, per brief… waarom reageer je daar nooit op en waarom gaan al je appjes over Erik?’ Maar ik doe het niet. ‘(…) Bel me anders als het teveel wordt! Liefs, V’ Ze belt me toch niet.” Hoofdpersoon stuurt Janna een lange email met verwijzing naar Virginia Woolf en Vita Sackville-West die ze afsluit met een citaat van Woolf: “‘My darling, I am still under the spell of being with you.’ Als ik op verzenden druk, heb ik spijt.” “Ik schreef dat ik aan haar denk, haar mis. Ik weet dat ik dit níet moet schrijven, omdat het niet meer aankomt. Toch verstuurd.” Janna drijft van haar af: “Ik kwam te dichtbij. Ik wees haar nooit af. Ik hou van haar. Om haar. Om wie ze is, en niet om wie ze zou willen zijn.”
Wales Lang geleden heeft hoofdpersoon in Wales gewoond, in het dorpje Hay-on-Wye. Daar leerde ze een zekere “A.” kennen die met haar verder wilde, maar waar zij destijds niet aan toe was. Tussen de chemotherapie en de operatie en de bestralingen reist hoofdpersoon terug naar Wales, een ‘sentimental journey’. Ze beseft zich dat het deels haar ziekte is die haar doet terugkeren naar een leven dat er niet meer is: “een soort heilige verzoening”. Ze noemt dat leven en Janna “een soort drogbeelden”. Ze realiseert zich dat ze door haar aandacht te geven aan “deze tussenwereld - die van de droom, de herinnering, de illusie”, de echte wereld van haar vriend, broer, hartsvriendin, moeder etc “op een bizarre manier op afstand” houdt. Ze beschrijft zichzelf als ziek en op zichzelf gericht: “Sick and selfish.”
Virginia Woolf De geheime liefde van Veere loopt parallel met een verhaallijn over Virginia Woolf en Vita Sackville-West. Hoofdpersoon heet Veere Wachter, met dezelfde initialen als Virginia Woolf - dat is vast geen toeval… Veere is docente creatief schrijven, werkt freelance voor een uitgeverij en schrijft en tekent zelf.
“Vermoeden dat blijft uitzetten Tot je jaren later pas de woorden kent Dezelfde tuin ruikt anders Als de schaduw erop valt Bernke Klein Zandvoort, Uitzicht is een afstand die zich omkeert”
“Ik ga met een zwaar hart, een dol hoofd en een diepe verwarring naar bed. Misschien moet ik Janna echt loslaten, voordat ze me helemaal verscheurt. Voordat ze me helemaal verlaat.” “Janna meisje, ik ben aan het verliezen.”
Seks Veere verliest haar lust in seks. Is het vanwege de chemotherapie en bestralingen, is ze er gewoon klaar mee, of wil ze niet meer met een man? Volgens haar vriend hield ze altijd al niet van seks. Ze antwoordt: “‘Met jou vond ik het altijd fijn.’ Ook geen leugen, maar seks… inderdaad. Problematisch. Maakt niet uit of je het hebt of niet hebt. Altijd gedoe.” Veere geeft de hormoonpillen de schuld van haar buien, naast het rouwproces van haar ziekte. “Natuurlijk krijgt vooral Krzys de wind van voren. Dat is niet goed. Gisteren, na een woordenwisseling, zei hij: ‘Je bent veranderd.’ ‘Ja, gek hè?? Na een levensbedreigende ziekte ben je misschien niet meer helemaal dezelfde.’ Ik ben hulpeloos cynisch aan het worden. Kankerbitch.” Iedereen die leeft of heeft geleefd met een borstkankerpatiënte kan zich hierin inleven, helaas. Veere is jaloers op de lesbische en biseksuele vrouwen uit de verhalen over Virginia en Vita. “Ik wou dat ik een tastbaar, lichamelijk vriendinnetje had.” Veere realiseert zich dat de door haar geïdealiseerde vrouwenliefdes van de Bloomsbury-kunstenaars elite-liefdes waren; hoe zou het ‘gewone mensen’ in die tijd zijn vergaan, mensen zoals Veere? Hartsvriendin Zoë weet het precies te duiden, “(…) dat ik verliefd op haar was. ‘En zij niet op jou. Dat is het verschil tussen jullie, altijd al geweest.’”
“Dagboekschrijven is niet echt schrijven.”
“‘Hoe gaat het?’ ‘Goed,’ is dan in de regel het antwoord, ik houd me geloof ik aan die regel.”
Herlezen met het oog op een paper. Echt zo'n citatenboek.
01.45 Ik val niet in slaap. Alles in mij woekert, is wakker, wil bevredigd worden en tegelijkertijd diep alleen zijn. Een ongekende diepte in. Ik snap het niet. Alles gaat best goed, ik voel me ook best goed. Maar er is altijd de kans dat het weer helemaal verkeerd gaat. Dat alles uit mijn handen glipt, dat ik niet vooruit te branden ben. Dat ik verlies, mijzelf verlies in dat gekke donkere gat waarin ik wel wil kijken maar niet echt naartoe durf te gaan. (24)
Ik zou haar willen beschermen, haha! Wat een grap, zij die een totale macht over mij heeft. Ik hou van haar. Misschien laat ik het niet genoeg merken. Of erger nog: te veel. (62)
In het oog van de orkaan ben ik best rustig. Misschien word ik alleen rustig als iets heftiger is dan ik. (97)
Krzys waarschuwt me. 'Pas op dat je jezelf niet verliest in droombeelden. Je geeft anderen je energie, maar als het straks uit elkaar spat voel je je in de steek gelaten als nooit tevoren.' (118)
Maar de vraag blijft: wat heb ik werkelijk geléérd in mijn leven? Over mezelf, over de wereld, over hoe ik me moet verhouden tot die wereld en hoe de wereld zich tot mij verhoudt? Geen ene moer. Ik sta verloren aan de rand van een ravijn met een knapzak over mijn schouder. The fool on the hill. The fool on the cliff, rather. (121)
Het lichaam liegt niet. Ik ben wat er van mij is overgebleven. (163)
'Live with me and be my love'. Dat mag je zingen, want het is poëzie. Je mag het nooit zéggen. Dat zou strafbaar zijn. (199)
Gister vertelde ik Zoë dat het leven als het eten van een bord pap met vellen is, terwijl je wel je dankbaarheid moet uiten voor het feit dat je te vreten krijgt. (229)
Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter. Door: Elte Rauch.
Een prachtig boek met de allermooiste cover en een geweldige titel; fan! Hoewel dit boek boordenvol diepgang zit leest het toch als een trein; je zou het in een hip en een wip uit kunnen hebben ware het niet dat je heel wat tijd besteedt aan het onderlijnen van mooie zinnen en boeiende ideeën. Ik heb half het boek onderlijnd.
Rauch heeft een originele vorm gekozen voor haar debuut: een dagboek. Daardoor zit je nog dichter op de huid van Veere, raakt het verhaal je nog meer. Veere is achteraan de dertig en woont al jarenlang gelukkig samen met Krzys, alles verloopt gemoedelijk. Tot ze in de ban raakt van Janna, een zangeres, én ze een paar maanden later de diagnose borstkanker krijgt. Alles begint te wankelen en Veere twijfelt aan alles.
Een vrouw met mooie borsten gaat over verlangen, vrouwenliefde, zoeken wie je echt bent, vechten en proberen overleven. Het is rauw, eerlijk, romantisch, herkenbaar, pijnkijk, triest én hoopgevend. Rauch laat ons in het lichaam en hoofd van Veere stappen; we voelen, kijken, verlangen met haar mee. Dit is een boek dat je raakt en dat je met je meedraagt. Zo goed, zo mooi. Fan!
‘Ik werd niet te sentimenteel, het was allemaal heel gemoedelijk en ik voelde me gelukkig waar ik was; bij het water, met mensen die ik niet kende maar die warm en vriendelijk waren naar elkaar, ergens in een onbeduidend vissersdorpje aan de oostkust van dit wonderlijke eiland.’
‘’Meisjes,’ verzuchtte ik, op mijn typische melodramatische aangeschoten manier, hevig verlangend om verlost te worden van dit verkapte getwijfel over mijn geaardheid, ‘zijn er voor elkaar, ze raken elkaar, ze beschermen elkaar, ze houden van elkaar.’’
Verrassend boek. Grappig, schrijnend. Het dagboek van een eerlijke vrouw die zich niet wil laten beperken, wil schrijven, geliefd worden, twijfelt tussen hond en kind. Spoiler: de hond wint. Mede omdat ze borstkanker blijkt te hebben en alles wat ze wil onder druk van haar ziekte komt te staan. Het moeilijkste aan de ziekte: de mensen. Het ongemak.
Af en toe gok ik een boek als ik e-boeken download bij de bieb. Vaak word ik positief verrast. Dit was ook een steek boek. Een literair dagboek over een bruisend leven waar kanker in sluipt. Ze beschrijft venijnig en raak hoe vaak de vraagstukken van haar leven doorgaan, maar ook juist niet.
Persoonlijk dagboek over het krijgen van borstkanker en de weerslag op haarzelf en haar relaties. Goed geschreven maar ik had eigenlijk geen zin om het te lezen.
wel oke, ik heb niet echt een menig over dit boek. Het is makkelijk te lezen, want het is een dagboek. Echter vond ik de karakters niet al te interessant en voorspelbaar. Hierdoor kon ik geen connectie vinden met de personages en boeide mij niet veel dat de hoofdpersonage kanker had. Dit is een boek dat als ik over een paar jaar het weer oppak ga denken: 'ohja... waar ging het ook alweer over?'