De twaalfjarige M. groeit op in twee werelden. Thuis is er chaos en geweld, op school past ze zich geruisloos aan. Haar ouders zijn continu op de vlucht – voor de buitenwereld, elkaar, hun eigen demonen – en sleuren M. mee, van dorp naar dorp, van school naar school. Ze zoekt haar heil in de natuur en bij andere buitenstaanders – de bewoners van een vakantiepark, de reizigers in een woonwagenkamp, een groep kunstenaars in het bos. Maar nergens krijgt ze de kans om wortel te schieten, of, belangrijker nog: om met iemand een gedeeld verleden op te bouwen. Voor iedereen is ze slechts een voorbijganger. En als er niemand getuige is van je leven, besta je dan wel?
Dat beloof ik is het verhaal van een meisje dat alles in haar jonge leven moet bevechten om overeind te blijven. En uiteindelijk voor een onmogelijke keuze komt te staan.
Roxane van Iperen (1976) is auteur en jurist. In 2016 verscheen haar debuutroman Schuim der aarde, waarmee ze de Hebban Debuutprijs won. In 2018 volgde 't Hooge Nest, waarvan tot op heden meer dan 275.000 exemplaren zijn verkocht. Het werd bekroond met de Opzij Literatuurprijs 2019 en stond op de shortlist van de NS Publieksprijs 2020. Elf landen verwierven de vertaalrechten, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar het boek ook de bestsellerlijsten haalde. De filmrechten zijn verkocht aan Man Up, het productiebedrijf van Carice van Houten en Halina Reijn. Van Iperen heeft een vaste column over macht in Vrij Nederland en schrijft voor diverse media.
Roxane van Iperen (1976) is a lawyer and publicist. She writes for FD, NRC Handelsblad, Het Parool, Vrij Nederland, De Morgen, Follow the Money and she is a guest-correspondent for De Correspondent. Scum of the Earth is her first novel, The High Nest her second.
Intens boek gelezen: Dat beloof ik van de Nederlandse schrijfster Roxane van Iperen is het verhaal van het jonge meisje M. Ze komt uit een boerenfamilie, en woont met haar moeder en haar broertje Boelie in Nederland. Haar vader mishandelt zijn gezin bijna voortdurend, hij is verbaal en fysiek superagressief. Ze verhuizen vaak, er is armoede, er is de constante dreiging van geweld. Op elke school waar M. komt, probeert ze te blenden in de groep, om niet op te vallen. Als dat mislukt wordt ze lang en zwaar gepest.
Roxane van Iperen slaagt erin om ons als lezer helemaal in de huid van het meisje te doen kruipen. Je begrijpt waarom ze zich verbergt, waarom ze het aantal stappen naar de uitgang telt, waarom ze altijd weet welke deur op slot is, waarom ze het snelst kan rennen van de hele klas. Je voelt haar voortdurende achterdocht, waarom ze altijd op haar hoede is, waarom ze enkel met dieren een echte band ontwikkelt.
Het boek laat in vier seizoenen de cyclus van de mishandeling zien: er komt geen einde aan. Terwijl de natuur zich vernieuwt, blijft het misbruik bestaan; het kind behoudt zelfs in deze omstandigheden een liefde voor haar ouders. En het meest verschrikkelijke is wellicht: de onzichtbaarheid van haar situatie.
"Toen had ze wel gehuild - misschien was dat de laatste keer geweest. Terwijl hij met de ene hand Boelie vasthield en met de andere het jachtgeweer, had ze gehuild en op haar knieën gesmeekt, maar hij keek dwars door haar heen. Er terwijl ze smeekte (lafaard) had ze zich ook zo gevoeld: onzichtbaar, niet omdat hij haar niet zag maar omdat ze in een wereld leefde die niet bestond, die niemand zag, zelfs de mensen die erbij waren niet - als ze het niet overleefde was dit nooit gebeurd, maar als ze het wel overleefde ook niet. Dan was ze morgen, volgende week, volgende maand terug in de klas, in de gymles, in de supermarkt en dan was er niets waar van dit alles, behalve de beelden in de kamers in haar hoofd." (p. 276)
De personages in dit boek zitten duidelijk in één van twee kampen: enkele mensen die het goed met M. voorhebben, en de overgrote meerderheid die haar misbruikt, of pest, of bewust wegkijkt. Ergens was ik wel benieuwd wat er met vader en moeder misgelopen is, wat hun achtergrond is waardoor ze zich zo gedragen. Maar van Iperen kiest ervoor om de focus volledig op M. te houden.
Dat beloof ik is een boek dat je anders naar je omgeving doet kijken. Over wat verborgen zit achter stilte. Over ontkenning of gruwelijke onwetendheid. Een aanrader.
‘Dat beloof ik’ is een gitzwarte roman over een gebroken, ietwat angstig meisje dat wanhopig op zoek is naar affectie en genegenheid. Dit boek komt binnen, heel hard binnen. De twaalfjarige M. en haar broertje beleven een harde, liefdeloze jeugd, met een gewelddadige vader en een moeder die hun vader alleen maar lijkt te voeden in zijn woede.
De cover geeft alvast goed weer hoe hoofdpersonage M. door niemand écht gezien wordt. En dat doet pijn. Als lezer voel je veel empathie voor het jonge meisje, je hoopt bij ieder hoofdstuk dat het tij eindelijk zal keren en het was voor mij telkens spannend afwachten of dat effectief zou gebeuren. Zo hard leef je mee met een personage.
M. is voor mij een even groot mysterie als haar naam. Ook op die manier zorgde de auteur er voor mij persoonlijk een beetje voor dat er iets rond haar personage bleef hangen maar dat ze tegelijk niet écht volledig gezien werd door mij. Dat is knap, maar tegelijk ook heel triest.
Wat mij het meeste raakt is dat M. overkomt als een sterk meisje (of dat toch zoveel mogelijk probeert te zijn) maar dat veel personen die in haar leven de revue passeren op één of andere manier misbruik maken van haar. Als een extra mokerslag terwijl je haar enkel een vriend, een bondgenoot of iemand die voor haar zorgt toewenst.
Het schrijnende aan het hele verhaal is dat dit makkelijk realiteit kan zijn en ongetwijfeld ook is. Deze roman lees je niet even tussendoor want hij zal ongetwijfeld een tijdje blijven hangen. Omwille van de zwaardere thema’s die aan bod komen zou ik het ook niet meteen aanraden wanneer je je mentaal wat minder voelt. Desalniettemin is deze roman het lezen meer dan waard.
Hoofdpersoon M. van de roman ‘Dat beloof ik’ van Roxane van Iperen is een meisje van 12 jaar met een sterk karakter, mede gevormd door huiselijk geweld. Zij is ook buitengewoon intelligent. Maar, zoals in de beschrijving staat, ergens wortelen laat staan nestelen is er niet bij, want het gezin verhuist keer op keer. M. kan de fysieke kracht en de mentale moed opbrengen om zich er niet onder te laten krijgen. Fysiek doet zij aan hardlooptraining; mentaal wapent zij zich door zich allerlei situaties in te beelden en daarop adequate reacties, ja, ook in te beelden. Zo haalt zij zich van alles in ’t hoofd, ook de meest bizarre scenario’s. M. heeft vanuit de ervaring in het gezin een diep wantrouwen tegen mensen ontwikkeld, tegen alle mensen, bij alle mensen die nieuw voor haar zijn, treedt onmiddellijk het ingesleten mechanisme in werking om superalert te zijn, om ontsnappingsroutes te verkennen enzovoorts. De auteur heeft dezelfde buitengewone verbeeldingskracht als haar personage. Zij ziet de situaties, waaruit M. moet ontsnappen, keer op keer in een andere context, beeldhouwt die met zo min mogelijk woorden, allemaal rake woorden en metaforen, echt ongelooflijk knap hoe haar schrijversbrein het bedenkt en produceert, roman-tiseert. Dat doet zij zonder overal in detail te treden, anders zou de gemiddelde lezer binnen de kortste keren onpasselijk blijven, nee, zij stipuleert, zij raakt aan, zij genereert fantasie bij haar lezers over toedracht, en zij doet dat in een taal, in een stijl van hoog literair kaliber. Dan is er de indeling van de roman. Wij doorlopen, met M., vier seizoenen: zomer – herfst – winter – lente. Bijna onmerkbaar wordt de kringloop der dingen gespiegeld in de kringloop van M. Dit betekent dat M. in een kringetje loopt. Op een iets kortere schaal is het doorleven van de gevolgen van wéér een verhuizing daarvan een equivalent. Weer opnieuw beginnen, nieuwe mensen leren kennen, met telkens hoop op verbetering, met telkens iets minder hoop op verbetering. Vrij subtiel komt hier welhaast Nietzsche in beeld met zijn filosofische denkbeeld over ‘die ewige Wiederkunft des Gleichen’. In de roman mag dan wel aandacht zijn voor de natuur, de schoonheid daarvan voert niet de boventoon, het in de roman bepalende aspect van de natuur is het onontkoombaar cyclische karakter. Er is geen ontsnappen aan de eeuwige terugkeer van hetzelfde. Deze beeldtaal heeft Roxane van Iperen prachtig ingevlochten. Hoe indringend is het nu helemaal? Daarop zijn verscheidene reacties mogelijk. Over het geheel genomen wordt de thematiek op een indringende manier gepresenteerd. Het is vooral het blikveld van M., van waaruit de beschrijvingen en de dialogen gestalte krijgen. Er zijn in de belevenissen van M. diverse momenten dat zij even op adem komt. Omdat je als het ware hand in hand met M. meeloopt, meerent, meedraaft en dus ook ‘meedoet’ in haar starende stiltes, krijgt de lezer – maar alleen dán – enige ademruimte. Voor mij betekenden die momenten voldoende gelegenheid om te recupereren, maar net zo voorstelbaar is dat veel lezers en lezeressen het hele boek door met gespannen spieren lezen en een permanente beklemming ondervinden. Want, om dit laatste te onderstrepen, er zijn ook vele hallucinante beelden doorheen het boek verwerkt. Opvallend vind ik ook dat het wedervaren van M. wel hier en daar een gefronste wenkbrauw oplevert, maar dat van enige doortastendheid van derden ten dienste van enige lotsverbetering totaal geen sprake is. Een element van M.’s tragiek is de onopvallendheid ervan. Overigens wordt dat mede door haarzelf in de hand gewerkt. (Ik gebruikte in de vorige zin bewust de lijdende vorm.) Misschien is het een psychologisch verklaarbaar onderdeel van het mentale overlevingsmechanisme van ‘onderdrukte’ kinderen dat zij er niet mee tevoorschijn komen (wantrouwen, angst, schaamte, alles op een hoop, dat alles, zou zo’n persoon kunnen denken, maakt mij volslagen ongeloofwaardig als ik er ergens melding van zou maken …. – ik (JM) weet het niet, ik prevel en stamel maar wat). Het verhaal is even gelaagd als geslaagd.
Ik heb de indruk dat M. ook na het einde van deze roman nog veel te verstouwen krijgt op weg naar verdere zelfstandigheid. Tegelijk heb ik de indruk dat M. de capaciteiten bezit om zowel met haar psychologische als met haar sociale intelligentie een bestaan op te bouwen dat getuigt van moed en dat rijk zal zijn aan scherpe inzichten over belangrijke maatschappelijke kwesties. Roxane van Iperen zelf was tijdens het interview met haar op 12 november 2023 de eerste en de laatste die het intense karakter van het verhaal relativeerde met woorden van de strekking: Jongens, wat het ook is, het zijn ook slechts letters op papier. Mag ik eraan toevoegen: Dít zijn dan wel letters in druk die grote indruk maken. (4,5*, afgerond naar 4*) JM
[RECENSIE: https://www.readabook.nl/2023/07/roxa...] Dat beloof ik is een intens boek over mishandeling, verwaarlozing, pesten en eenzaamheid. Dit is misschien niet een ‘leuk’ boek voor op het strand. Hier moet je even de tijd voor nemen. En dan zul je hoofdpersoon M. niet snel vergeten (net zoals haar muzieksmaak). Aanrader!
Dit boek grijpt je bij de keel. Ik vloog erdoorheen en voelde me daardoor als de omstanders die M. zien maar ook niet zien. Iedereen om haar heen is een voorbijganger. Niemand grijpt in en kijkt echt goed. Heel indrukwekkend hoe Roxanne van Iperen het perspectief van M. vasthoudt en haar onder haar pen laat opgroeien.
Afijn, laat ik beginnen met dat ik me echt kan voorstellen dat mensen dit een emotioneel, mooi beschreven verhaal vinden. Voor mij gaat dat helaas niet echt - of echt niet - op. Natuurlijk, het verhaal van M. is triest, maar echt in- en intriest en af en toe weet Van Iperen dat ook aardig te verwoorden, maar toch komt het werk amper binnen.
Allereerst het personale perspectief. Ik kan me voorstellen dat een ik-perspectief hier niet de voorkeur behoeft, omdat het dan wel heel YA kan worden (daar had het werk overigens nu ook al heel veel weg van), maar het personale stoorde me. Je leest mee met de gevoelens en gedachten van M., op enige afstand weliswaar. Dat resulteerde in zinnen die soms inderdaad door een 12,13,14 (?) jarige gedacht hadden kunnen worden en soms weer totaal ongeloofwaardig waren. Het wrong me te erg en stond daarmee als het ware tussen mij en het gevoel in.
Daarnaast de personages. Ok, ik heb een voorliefde voor ontwikkelingen, voor diepgang en psychologisering. En, jawel, M. maakt zéker ontwikkeling mee, zoals in ons gezicht wordt gesmeten in het laatste hoofdstuk (daarover later meer): groeit ze ondanks alles op tot een volwassene. Maar eigenlijk voelde álle andere personages als karikaturen: een gewelddadige, geldbeluste vader, een schone-schijn-ophoudende moeder, een niet-heel-goede schoolmaatschappelijkwerker, kampers, de lieve buurvrouw, en ga zo maar door. Dit verhaal schreeuwt toch om uitgebreide psychologische ontwikkelingen?
Tot slot (ik houd het even bij deze punten, want anders blijf ik uitweiden) het einde. Ja, sorry. Vanaf moment één schurkt het verhaal al tegen wat clichématigheden aan, maar ok, dat hoeft niet altijd erg te zijn: later kun je alsnog verrast worden. Maar de (zeer!) plotselinge lieve, menselijke communicatie van M. en dan haar vertrek op het treinstation, tja. Ik kreeg heel erg het taxi-gevoel: ‘Waar wil je heen?’; ‘Naar huis, zucht…’.
Het hoofdstuk ‘Winter’ vond ik trouwens vrij aardig. Daar werd ik wat meer meegezogen in het verhaal en kreeg je als lezer, mijns inziens, meer handvatten voor de situatie van M. en haar omgeving, maar dat is echt te weinig in een werk van 379 pagina’s. Helaas kon ik weinig met dit werk. En dat is spijtig, want, nogmaals; het verhaal an sich is emotioneel en had prachtig kunnen zijn.
Steeds maar weer verhuizen en een fantoompony. Wat een vreselijk verhaal. Weet toevallig dat Van Iperen ook Traumasporen heeft gelezen. Dat heeft haar troost geboden schreef ze. Sterkte meid. Hope you heal.
Een boek van Roxane van Iperen lees je niet omdat je toe bent aan iets luchtigs. Frivole schrijfsels zijn niet aan haar besteed, dus ik was op mijn hoede. Want sinds Het hoge nest weet ik dat Van Iperen in staat is een ogenschijnlijk lieflijk verhaal keer op keer kan laten escaleren. En elke keer dat je denkt dat het niet erger kan gaat er toch weer een tandje bij.
Ik was dus op mijn hoede bij Dat beloof ik. En het verhaal heeft op verschillende momenten wel een flink escalerend karakter, maar zo hopeloos en onontkoombaar als bij Het hoge nest wordt het gelukkig nooit.
Centraal in het verhaal staat M, een meisje van 12 in een zeer disfunctioneel gezin. De gestoorde verhoudingen worden voor Van Iperen knap vormgegeven. Ze waagt zich nergens aan een diagnose, maar laat M alle idiotie oprecht en primair ervaren. Dat is erg overtuigend en het is indrukwekkend om te zien wat dat met M doet, dat kan Van Iperen als geen ander.
De verhaallijn is verder niet altijd erg geloofwaardig en zwerft soms ineens een heel andere wereld in, waarbij voor de lezer niet altijd helemaal duidelijk is hoe we daar in verzeild raken. Vrij plotseling is M ineens op een vakantiepark in Franstalig België, later bij en zeer excentrieke bohemien kunstenaar en zo talloze andere omgevingen (een woonwagenkamp, een verloederd vakantiepark, etc). Het past goed in de heen-en-weer-geslingerde leven van M. Maar het schuurt te vaak aan de geloofwaardigheid wat mij betreft.
En dan is er ineens het einde van het boek. Patsboem is het afgelopen. Een wonderlijke scene met een zwerfkind en een vertrekkende trein en het boek is afgelopen. Wellicht dat er een diepere laag onder zit, of dat het einde ergens symbolisch is bedoeld, maar dat ontgaat mij dan helaas.
Drieënhalve ster, vanwege het einde naar beneden afgerond.
Impulsieve aankoop na vorig jaar enorm genoten te hebben van ‘t Hooge Nest. Dit was toch echt wel heel iets anders - ik heb halverwege zelfs gecheckt of ik niet twee schrijfsters met elkaar verward heb.
De stijl sprak mij totaal niet aan. Mijn gedachten dreven continu af doordat ik gedurende het hele boek tussen de regels door moest lezen wat er nou precies gebeurde, en daardoor telkens weer een stukje terug moest lezen.
Het concept van het verhaal bevatte voor mij alle ingrediënten voor een goed boek, maar dit was toch wel een tegenvaller.
Dat Roxane van Iperen geweldig kan schrijven staat buiten kijf maar werd hier simpelweg niet gegrepen. En kan er de vinger niet precies op leggen waarom, alle elementen leenden zich er immers voor... hmmm.
Wat een deprimerend kutboek. Het is goed geschreven, maar het gaat nergens heen. De karakters blijven vlak, en het is eigenlijk een soort verlekkering aan trauma en kindermishandeling? Misschien snap ik er gewoon niets van, maar bah, wat een ellendig boek.
Roxane van Iperen debuteerde in 2016 met haar roman Schuim der aarde, waarmee ze de Hebban Debuutprijs won. Twee jaar later brak ze met haar tweede boek ’t Hooge Nest echt door en werd ze bij het grote publiek bekend. Dat beloof ik, waarvan ze zelf zegt dat dit haar oerboek is, is haar in 2023 uitgebrachte en semi-autobiografische roman, kreeg meteen lovende reacties en kwam op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs van dat jaar terecht.
M. is een twaalf jaar oud meisje, maar heeft geen stabiel leven. Ze is opgegroeid in een gewelddadige thuisomgeving, die bovendien ook nog eens ongewoon chaotisch is. Hierdoor heeft ze een eigen wereld gecreëerd, waarin ze vooral niet wil opvallen. Ze heeft tevens de gave ontwikkeld zich aan iedere omstandigheid aan te passen. Haar ouders zijn voortdurend op de vlucht en slepen M. en haar broertje Boelie van dorp naar dorp mee. Het is daarom onmogelijk om een evenwichtig bestaan op te bouwen of langdurig vriendschap met iemand te sluiten. Voor iedereen is ze een voorbijganger, dus vraagt M. zich af of ze wel leeft.
Het verhaal, dat begint met een bijzondere proloog die voor diverse vragen zorgt, wordt volledig verteld vanuit het perspectief van het twaalfjarige meisje M. (de enige van wie de volledige naam niet wordt genoemd en waardoor rond haar personage een enigszins mysterieus tintje waart). In vier delen – die vier seizoenen van het jaar – die ieder een andere strekking hebben, maar waaruit keer op keer blijkt dat M. in een ontwricht gezin is/wordt grootgebracht, komt de lezer te weten wat er bij het meisje leeft, hoe ze haar tijd doorbrengt, hoe ze met anderen omgaat en vooral waar ze zich in haar hoofd allemaal mee bezighoudt. Hierdoor krijg je een erg goed beeld van haar en begrijp je waarom ze zich gedraagt zoals ze doet.
De omstandigheden van de diverse personages zijn over het algemeen nogal treurig en armoedig. Niet alleen die van M. en haar familie, maar van eigenlijk iedereen. De auteur weet deze sfeer, maar ook die van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt – uit enkele details kun je opmaken dat dit ergens aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw moet zijn – uitstekend en treffend weer te geven. De beschrijvingen en omschrijvingen van de personages en hun karakters komen eveneens bijzonder goed tot uiting. In feite weet je als lezer meteen wie je voor je hebt, hoe zo’n persoon in elkaar steekt en wat haar of zijn bedoelingen zijn. Door dit alles leven deze personages stuk voor stuk en heb je nergens het gevoel dat ze ‘slechts’ romanfiguren zijn.
Van Iperen heeft maatschappelijke thema’s als huiselijk geweld, misbruik, eenzaamheid, armoede en verwaarlozing in de roman verwerkt, problemen die destijds voorkwamen en tegenwoordig nog steeds. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat het boek nogal zwaar is, maar daar is eigenlijk geen enkele sprake van. De schrijfstijl is namelijk vlot en levendig en daarbij toch ook invoelend. Omdat de auteur bij de vele ellendige situaties de vinger op de zere plek legt, komt het verhaal buitengewoon realistisch over. Als je in ogenschouw neemt dat de plot gebaseerd is op eigen ervaringen is dit niet geheel onbegrijpelijk. Overigens is het op geen enkel moment te merken dat het boek autobiografische elementen heeft.
Het eind van het verhaal is treffend, want in het laatste hoofdstuk heeft het er alle schijn van dat M. een spiegel voorgehouden wordt. Hoe ze hierop reageert en ermee omgaat, is mooi en confronterend tegelijk. Voor het meisje zelf en misschien ook wel voor de lezer. Dit alles maakt van Dat beloof ik een intens en krachtig boek dat na het lezen nog wel een tijdje in je hoofd blijft rondzingen.
Dit boek past binnen het genre van Griet op de Beeck of het smelt van lize spit. Je volgt een meisje dat wordt mishandeld, misbruikt en verwaarloosd, waarbij je elke keer op het verkeerde been wordt gezet en er een valse hoop voor liefde en rust voor dit meisje wordt geschetst. Teleurgesteld wil ik elke keer de hoofdpersoon uit het boek trekken en in veiligheid brengen. De fantasie van een kind komt vaak terug en red je even van de gruwelijkheid van dit verhaal. Een boek dat je wilt blijven lezen en tegelijkertijd wilt wegleggen en nooit meer aan wilt denken. Mijn lievelingszin was: ze was niet verdrietig maar onbewoond.
Hmm.. dit boek greep mij niet helemaal. Het onderwerp is zwaar, het gaat over mishandeling en verwaarlozing van een kind. Wat heel verdrietig en pijnlijk is om over te lezen. De hoofdstukken vond ik soms wat rommelig overkomen. Ik miste iets, alleen weet ik niet wat precies..
Een boek als een mokerslag. Vanaf de eerste bladzijde zit je gevangen in de nachtmerrie van het leven van hoofdpersoon M., een meisje van 12. Het ergste vond ik, als lezer, de constante hoogspanning in het lichaam van M., die zo genadeloos goed overkomt dat je zelf met gespannen spieren zit te lezen. Constant is ze hyperalert, vol adrenaline, de omgeving nauwlettend in de gaten houdend, elke verandering op het gezicht of in de houding van de mensen om haar heen lezend, om te kunnen vechten of vluchten als dat nodig is. Een jaar gaat voorbij in het boek, elk hoofdstuk een seizoen. Een doorgaande lijn van mishandeling, misbruik, verwaarlozing en buitensluiting. Ongelooflijk wat mensen hun eigen kinderen aandoen en hoe loyaal zo'n kind toch altijd blijft naar de ouders én hoe kwetsbaar het ook nog is voor misbruik door personen buiten het eigen gezin, omdat je nooit hebt geleerd dat je zelf iets waard bent en dat je een eigen stem hebt. Ontluisterend ook dat in dit geval minstens een paar mensen in haar omgeving weten wat hier speelt, maar niet ingrijpen. Er komen wel een paar keer hulpverleners voorbij in de vorm van sociaal werkers, maar dat is echt een lachertje. Het lijkt wel alsof ze eigenlijk niet willen helpen en ook niet weten hoe ze met (getraumatiseerde) kinderen om moeten gaan. En misschien was dat ook nog wel zo, in de verschrikkelijke jaren 80, die ik overal in dit boek herken. Toen ik het uit had, moest ik even heel hard en lang huilen. Ik las ergens dat dit boek semi-autobiografisch is. Al heeft Roxane van Iperen maar 10 procent van wat zij beschrijft daadwerkelijk meegemaakt, dan nog is het ongelooflijk hoe ze zich daaraan heeft weten te ontworstelen.
"Het was altijd het een of het ander - er zou inderdaad een tussenmens moeten zijn".
Verdrietig verhaal over ene M. Het enige minpunt is dat het me nergens echt raakt ondanks de zwaarte van het onderwerp. Tijdens het luisteren vond ik sommige hoofdstukken ook rommelig overkomen.
Pfoeh. 378 bladzijden mooie woorden vol lelijkheid. Verstikkend bij vlagen, en hartslagverhogend. Ergens vond ik het onaf omdat het verhaal van M's vader en moeder zo plat bleef. Desalniettemin een mooi boek, een inkijkje in levens dat zich aan randen afspeelt.
Heel beeldend en met prachtige zinnen krijg je een kijkje in de schrijnende wereld van M, waarin fysiek en mentaal geweld, verwaarlozing en misbruik als rode draad door haar leven lopen. Het ligt er niet altijd dik bovenop maar je voelt de narigheid al hangen. M. staat altijd op scherp en moet veel meer dragen dan een kind dat in een veilige omgeving opgroeit. Ik bleef wel tot het eind op zoek naar een richting in de verhaallijn, daarom 4 sterren ipv 5..
Mijn hart is gebroken voor stoere, dappere, keer op keer beschadigde M.
In dit boek wordt het verhaal verteld van meisje M. Ze groeit op in een compleet onveilige thuissituatie en zodra er iemand is die daarachter lijkt te komen, verdwijnt het gezin weer. Opgejaagd staat M.'s lijf steeds meer onder spanning. Een spanning waar zij als kind geen idee van heeft wat ze ermee moet, behalve rennen.
"Ze kon er niets aan doen, haar lichaam kon niet niet-bewegen, er zat altijd een kleuterklas onder haar huid die naar buiten moest. Voorzichtig trok ze een voor een haar bovenbenen van het leer, dat aan haar bezwete huid plakte. Ze knakte haar nekwervels, pulkte aan haar nagelriemen tot ze beet had en stroopte sliertjes vel af. Een voor een, vinger voor vinger, pelde ze zichzelf, tot de kleuterklas rustiger werd." (P.17)
Roxane van Iperen is meesteres in het in woorden vangen van de meest schrijnende situaties en leefomstandigheden. Ze schrijft rauw, direct en met zeer scherpe pen. Hoewel ik het dit keer in de laatste ongeveer 100 pagina's van het boek wat vond vertragen, heeft ze dat ook nu weer bewezen. Met beeldspraak en metaforen brengt ze zonder de harde werkelijkheid te schuwen de binnenwereld van en dynamiek tussen mensen tot leven.
Al in de eerste pagina's sloot ik M. in mijn hart. Zo pijnlijk om te lezen hoe zij zich als jong meisje staande moet houden in een gezin vol "lange nachten" waarin vaak eerst haar moeder en dan zijzelf er aan moet geloven. Een moeder die zelf zo beschadigd is dat ook zij geen enkele veiligheid kan bieden aan haar kinderen en eerder meer olie op het vuur gooit. Zo heftig om pagina na pagina te lezen. Je weet dat dit is hoe het kan gaan en hoe pijn nog meer pijn kan aantrekken, maar een meisje dat zó niet gezien wordt en zelf ook niet anders meer lijkt te verwachten: dat breekt mijn hart.
Tegelijkertijd is het zo belangrijk dat dit boek er is. Ik kan dan ook niet anders dan Roxane van Iperen bedanken dat ze het aan heeft gedurfd een boek over dit thema te schrijven en te complimenteren met de zeer gedegen manier waarop ze dat gedaan heeft. Dit boek kruipt onder je huid en dat moet ook. Alleen dan kunnen we ons er bewust genoeg van zijn en een plaats innemen om deze cirkels te doorbreken.
Het verhaal doet denken aan het werk van Griet op den Beeck, maar ook aan 'Wees onzichtbaar' en 'Maar buiten is het feest'. Voor ervaren lezers te voorspelbaar om je echt mee te slepen en te laten verrassen. De rol van het bos, van steeds verstoppen en in beweging zijn, vond ik treffend. Ook de manier waarop de naarste dingen suggestief geschreven zijn. Stilistisch is het niet heel samenhangend, de meer diepe, symbolische stukjes wisselen snel af met de heldere momenten. Maar dat maakt juist dat je het innerlijk van M. beter kunt volgen, dat het verhaal beklemmend wordt. Ze maakt de gekste dingen mee, al weet je dat er buiten de literaire wereld kinderen zijn voor wie dit de realiteit is. Al met al een eyeopener, voor wie dacht de enige te zijn met een traumatische jeugd én voor hen die een lieflijk en zorgeloos bestaan hadden.
Eerdere boeken van deze schrijfster heb ik met veel plezier en aandacht gelezen. Met dit boek wilde het maar niet lukken me betrokken te voelen en me in te kunnen leven. Het leed blijft aan de oppervlakte en nooit voel je als lezer enige connectie met het meisje M. Als je dan ook nog flinke fouten in de tekst tegenkomt is het helaas een teleurstellende leeservaring.
Geen gezellig vakantieboek, maar het heeft me extreem geraakt. De verschrikkelijke gebeurtenissen blijven elkaar maar afwisselen, met en toe een sprankeltje hoop dat het beter wordt maar dat is steeds weer niet het geval. Treurig en verdrietig maar de gedachtenspinsels van M. zijn ergens soms ook weer inspirerend.