De jonge vrouwelijke arts en universiteitsassistente Hélène Defraye heeft zich verloofd met Herman Morée, de zoon van haar professor en geliefde leermeester. Door zijn liefde voor Hélène wordt Herman Morée zich bewust van het feit, dat iedere man tweemaal wordt geboren, 'één keer uit de moeder, een tweede maal uit de vrouw die hem bemint'. Voor Hélène echter wordt het steeds duidelijker dat zij in de zoon eigenlijk de vader liefheeft.
Eén van de vroegste werken van Lampo. Met prachtig lome, lange zinnen vertelt hij het ineen geweven verhaal van liefde en dood binnen twee families. Soms wat betweterig, meestal heerlijk om in weg te dromen.
Personages: -Hélène Defraye - haar broer Eric Defraye -Joris Morée, professor en dokter; Hélène was ooit een van zijn studenten - zijn zoon Herman Morée, nu de verloofde van Hélène -Lea, de vrouw van Joris Morée, van wie hij scheidde toen Herman nog klein was -Vera, die ooit een verhouding had met Joris, en nu getrouwd is met Richard Defraye. Vera is veel jonger dan deze beide mannen. -Richard Defraye, vader van Hélène en Eric -Anne Defraye, eerste vrouw van Richard en moeder van Hélène en Eric, overleden. -Marc van Beylen, minnaar van Anne gedurende korte tijd. Mogelijk biologische vader van Hélène.
Er wordt ook uitdrukkelijk geïnsinueerd dat Eric een verhouding heeft met zijn stiefmoeder Vera. Sinds lang houdt Hélène onbewust van Joris, en ook Joris houdt van haar. Deze liefde wordt echter nooit uitgesproken tegenover elkaar en blijft dus platonisch. In zijn dagboek, dat hij aan zijn zoon Herman nalaat, bekent Joris wel zijn liefde voor Hélène, die begon lang voordat Hélène en Herman elkaar ontmoetten.
Dit is dus in het kort samengevat hoe de levens van de verschillende personages verstrengeld zijn. Het boek gaat er dan ook over hoe elk met zijn gevoelens omgaat, en legt uit hoe ze allemaal met elkaar kennis gemaakt hebben. Dat is het zo ongeveer.
Niet slecht, psychologisch en niet magisch-realistisch, zoals ik van de latere werken van Lampo gewoon ben. Toch ben ik niet echt een fan van dit soort lectuur, hoewel het verhaal naarmate het vordert steeds beter wordt.
Hélène Defraye is in letterlijke wijze gruwelijk realisme met een magische wending.
Als introductie naar de Vlaamse literatuur heb ik, aangeraden door iemand die in mijn lokale literair-kroegje werkt, Hubert Lampo opgepakt, en ik heb gejankt en tranen uitgehuild als nooit tevoren met een boek. Al is het een klein boekje, kan men het werkelijk kort maar krachtig noemen. In 'Hélène Defraye' biedt Lampo sterke onderwerpen zoals absurdisme, bedrog, de complexiteit van liefhebben en oorlog, die je meeslepen in een totaal bewonderend en dromerig verhaal in Vlaanderen anno. 1940.
Had eerlijk gezegd erg lage verwachtingen voor dit boek. Nederlandse literatuur is voor mij vaak langdradig en onbegrijpelijk, maar dit boek was dat niet. Al waren er soms passages waar ik het doorscande en was het taalgebruik natuurlijk niet van deze tijd, het verhaal en de dialoog tussen de personages sprak me wel aan. Als je iets mòet lezen voor Nederlands, dan is dit niet een marteling.