een meisje
een jongen
de zee
de stad
"Het was gevaarlijk om daar zo te staan. Als één van hen wegschoof, belandden ze allebei in de golven. Ze hadden nauwelijks houvast. Rune wankelde, strekte haar arm uit om haar evenwicht te behouden. Simon lachte en riep iets tegen de regen in, ze kon niet verstaan wat. Rune keek naar hem. Hij zag er gelukkig uit. Dat had zij voor elkaar gekregen en niemand anders."
Rune komt met haar moeder aan zee wonen en leert er Simon kennen, een eenzaat die alles en iedereen buitensluit en enkel bij de zee tot rust kan komen. Rune wordt door hem aangetrokken als een mot naar een kaarsvlam, en hij slaagt er telkens weer in om haar keihard te kwetsen als ze te dichtbij komt, tot het bijna te laat is.
Een jeugdboek van Vlaamse bodem, dat ik won via een wedstrijd maar dat me voordien ook al was opgevallen door de donkere cover met de helle blauwe ogen, en binnenin hier en daar zwarte pagina's met witte opdruk. Het boek zit grafisch doordacht in elkaar, en ook met woorden wordt er gespeeld maar zo verfijnd dat je je zonder meer kan laten meedrijven op Goeminnes mooi aan elkaar geweven zinnen.
**** 4 sterren, omdat het zo'n speciaal gevoel achterliet.
Nog enkele fragmenten.
"De zee roept.
Ze ruist hem toe dat zij veilig is.
Met haar diepte en haar ijskoude water dat omringt en binnendringt, omarmt en nooit meer loslaat.
Zijn hart wordt rustig, zijn hoofd is leeg."
(p57)
"Natuurlijk was hij bang. Bang voor pijn. Bang voor wat hij ooit las, voor wat met doodgaan gepaard ging: het moeizame slikken, het lastiger ademen, de koorts, het heftige zweten, het stijver worden van armen en benen... "Maar niet voor de leegte, Rune. Ik ben niet bang voor de leegte. Omdat het geen leegte zal zijn.""
(p93)