Egypte: farao's, pyramides, de sfinx, Cleopatra, ...
Niets van dat alles - behalve een korte verwijzing naar Cleopatra, en niet eens een postieve. Nee, Biggles en de zijnen leren Egypte erg eenzijdig kennen: een dorre woestijn, hitte, dorst en erg veel zand. Zelfs de aanleiding tot dit avontuur, een perzische oorlogsexpeditie die in woestijn verdween, dat toch aanleiding zou kunnen geven tot archelogische bespiegelingen, worden door Johns door monde van Biggles enkel belachelijk gemaakt en naar het tweede plan verwezen.
De vrienden landen met hun vliegtuig in de woesijn en hebben benzine nodig. Het grootste deel van dit verhaal gaat over het verblijf en het overleven in die woestijn. Ze worden geplaagd door kamelen, schorpioenen, vleermuizen en zelfs een grote nijlkrokodil. De ontdekking van de resten van de perzische expedite is geen bron van vreugde want ze moeten proberen hun leven te redden, dat is de enige prioriteit die hun rest.
Johns mist meerdere malen een mooie kans om er wat humor in te brengen, wat dit tot een droog (letterlijk) en grimmig avontuur maakt. De beschrijving van de woestijn en de omstandigheden is meesterlijk, zowel vanuit de lucht als ter plaatse. De toearegs zijn geen romantische lieverdjes maar levensechte gevaarlijke sadistische christenmoordenaars.
Een dorstig, leerzaam en erg spannend verhaal dat binnen de reeks zeker een ereplaats verdient.