Haar vader is al dertig jaar dood als haar moeder begint te dementeren. Josephine hoopt haar een leven in een verpleeghuis te besparen en probeert met haar broers en zussen de dagelijkse zorg op zich te nemen. Terwijl haar moeder steeds verder wegglijdt in de schemer van haar geest, een proces dat Josephine niet alleen met mededogen maar soms ook met redeloze ergernis vervult, verandert de band tussen de twee vrouwen drastisch en voorgoed. In haar debuut, vol tragikomische en aangrijpende dialogen, maakt Marina Offermans ons deelgenoot van een kantelende moeder-dochterrelatie. Voorheen mijn moeder is niet alleen een nuchtere en herkenbare roman over dementie, maar beschrijft ook de zoektocht van een dochter naar wat haar met haar moeder bindt.
Voorheen mijn moeder gaat door en door en door in de herhaling, zonder afwisseling van andere verhaallijnen. Piens zus, ex-vriend en broer spelen een indirecte rol, maar zo summier dat het geen verlichting biedt in de eeuwige herhaling en meegezogen moedeloosheid. Deze herhaling doet ons meevoelen met Pien en haar moeder; de vorm van het verhaal kopieert de vorm van hun leven op dat moment. Verhaaltechnisch blijft dit echter niet boeien. Na een uur gezellig praten met mijn oma krijg ik al de neiging om het gesprek af te kappen. De zoveelste keer uitleggen wat ik nu eigenlijk doe voor mijn werk laat ik dan even achterwege. Hoezeer het boek je ook meeneemt in deze sfeer, de sfeer zelf is saai. En het boek dus ook. De lezer leeft mee terwijl de oudere vrouw steeds verder wegzakt in haar eigen kleine wereld. Uiteindelijk is ze zo ver weg, dat Pien haar definitief kwijt is. Voor de lezer betekent dit ook een vreemde vorm van opluchting; er komt een einde aan de herhalingen.
Op een eerlijke manier vertelt Offermans over de laatste maanden in het leven van haar dementerende moeder. De lezer wordt overladen met de emoties van zowel moeder als dochter. De eeuwige herhaling in de levens wordt de vorm van het boek; altijd maar weer uitleggen dat het vandaag zondag is.