Weinig politici hebben in Nederland en België zo tot de verbeelding gesproken als Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Arbeiders zagen in hem een verlosser, een held die afstand deed van de hoge kringen waartoe hij behoorde. Overal waar hij sprak, zaten de zalen vol. Hij was oprichter van het blad Recht voor Allen en de Sociaal Democratische Bond groeide onder zijn leiding uit tot een landelijke partij. Zijn boeken en brochures werden in vele talen vertaald.
De elite spaarde hem niet. Domela zat gevangen wegens majesteitsschennis en België en Duitsland verboden hem de toegang. Internationale geheime diensten maakten jacht op hem.
Jan Willem Stutje staat uitvoerig stil bij Domela's charisma. Hij presenteert hem als een internationaal coryfee zonder wie het socialisme en anarchisme een minder utopisch aanzien had gekregen. Domela ging uit van de emanciperende kracht van kennis en onderwijs. Maar hij was ook een romantisch revolutionair die gedreven werd door de behoefte aan het herstel van eenheid en gemeenschap. Medestrijders en rivalen als Multatuli, Pieter Jelles Troelstra, Wilhelm Liebknecht, Cesar De Paepe en Edward Anseele komen in dit boek volop tot leven. Ook de tragiek van Domela's privéleven blijft niet onbesproken: de man verloor drie echtgenotes en vijf kinderen.
Met een voorwoord van Marcel van der Linden, onderzoeksdirecteur van het IISG.
Jan Willem Stutje is historicus, verbonden aan het biografie-instituut van de Universiteit Groningen. Eerder publiceerde hij Paul de Groot, de man die de weg wees en in 2007 verscheen Ernest Mandel. Rebel tussen droom en daad, dat vertaald werd in het Engels en het Duits.
Eén van de meest belangrijke figuren van Nederlands' 19e eeuw die door velen vergeten is. Natuurlijk ken ik de naam, het standbeeld bij het Westerpark en de uitspraak "drinkende arbeiders denken niet, denkende arbeiders drinken niet" die op een bordje aan de muur hangt bij de anarchistische camping in Appelscha, één van de Friese regio's waar hij als verlosser werd gezien. Maar eerlijk gezegd wist ik alsnog bijzonder weinig en ook weinig over de algemene (vrij-) socialistische geschiedenis van Nederland. En hoe en waarom hij van prediker tot socialist en uiteindelijk anarchist werd.
Het boek lijkt een behoorlijk dikke pil te zijn, maar ik heb het behoorlijk snel uitgelezen en de grootte is enigszins misleidend aangezien de voetnoten zowat een kwart van het boek in beslag nemen. Het is behoorlijk vlot geschreven en behalve dat het een geschiedschrijving is over Domela's leven en zijn activiteiten, is het deels ook een politieke behandeling van Domela's ideeën, een socialisme waarin niet alleen de arbeider centraal staat maar ook het 'lumpenproletariaat'. Meer nog dan discipline en organisatie versus losse organisatie en spontane massa-activiteit is dit volgens Stutje het verschil tussen Domela's (vrije) socialisme en Troelstra's meer elitaire en parlementaire weg.
Daarnaast wordt ook de internationale dimentie belicht, aangezien de beweging toen eigenlijk veel internationalistischer was dan nu. Domela Nieuwenhuis was de belangrijkste en meest invloedrijke socialist tot halverwege de jaren '90 en genoot dan ook van behoorlijk wat internationale faam. Stutje maakt gebruikt van zijn internationale correspondentie met Karl Marx en Friedrich Engels, Mallatesta, Kropotkin, Wilhelm Liepknecht, Louise Michel en zijn persoonlijke vriendschap met Multatuli. Met het leven van Domela Nieuwenhuis als lens krijg je een behoorlijk goed idee van de beweging toentertijd.