Bevat vier vertellingen, te weten: Vissoep (1891), Boottocht op de Volga (1874) Meimaand in Petersburg (1891) en Huisknechten van weleer (1887). Gontsjarov was de eerste Russische schrijver die oog toonde voor de positie van de knecht. Vóór Gontsjarov was de knecht een zwijgende aanwezige in de Russische literatuur. Gontsjarov toonde de knecht met al zijn nukken en grillen. Hij was geen sociaal bewogen schrijver die voor de bevrijding van de arbeider pleitte.
Russian novelist Ivan Aleksandrovich Goncharov (/ˈɡɒntʃəˌrɔːf, -ˌrɒf/; Russian: Ива́н Алекса́ндрович Гончаро́в), best known for his novels A Common Story (1847), Oblomov (1859), and The Precipice (1869). He also served in many official capacities, including the position of censor.
Goncharov was born into the family of a wealthy merchant, elevated as a reward for military service of his grandfather to gentry status. A boarding school, then the Moscow college of commerce, and finally Moscow State University educated him. After graduating, he served for a short time in the office of the governor of Simbirsk before moving to Saint Petersburg, where he worked as government translator and private tutor, while publishing poetry and fiction in private almanacs. People published A Common Story, first novel of Goncharov, in Sovremennik in 1847.
Goncharov's second and best-known novel Oblomov was published in 1859 in Otechestvennye zapiski. His third and final novel The Precipice was published in Vestnik Evropy in 1869. He also worked as a literary and theatre critic. Towards the end of his life Goncharov wrote a memoir called An Uncommon Story, in which he accused his literary rivals, first and foremost Ivan Turgenev, of having plagiarized his works and prevented him from achieving European fame. The memoir was published in 1924. Fyodor Dostoyevsky, among others, considered Goncharov an author of high stature. Anton Chekhov is quoted as stating that Goncharov was "...ten heads above me in talent."
In deze parodie op het romantische natuurescapisme duikt volgens de theorieën van de dikke luiaard en tevens "proto-Oblomov" Tjazjelenko in Petersburg een bizarre ziekte op: bij goed weer de onweerstaanbare drang voelen om de stad te verlaten en op het platteland te gaan wandelen. De novelle "De Petersburgse pest" bestaat voor een groot deel uit de beschrijving van zo'n uitstap: door stank, stront, honger, dorst, regen en agressieve honden verpest, maar de meeste deelnemers zijn er blind voor. Ze kunnen niet wachten tot de volgende reis. Vlot geschreven, goed uitgewerkt, grappig en herkenbaar. En Tjazjelenko is een filosofische held. 4.5/5.
"Gij zijt besmet met een vreselijke, tot nu toe onbekende ziekte die een precedent noch naam heeft, in de achter ons liggende eeuwen noch in het heden, in verre landen noch hier onder onze ogen."
"[...] en hoe kon het ook anders, wanneer de ongelukkigen zelf de ontberingen leken op te zoeken?"
"En dat alles te voet en in looppas - is het niet walgelijk?"
A la distancia de los años, El mal del ímpetu resulta una pieza sumamente curiosa y divertida, incluso sin tomar en cuenta la intención inicial de satirizar ciertos comportamientos de la aristocracia rusa del siglo XIX, llevándolos a una ponderación muy cercana a la caricatura. Sin embargo, resultan notables los inesperados tropos nacidos de ciertos giros lingüísticos, el tono que, pese a ser totalmente socarrón, denota también una sutil melancolía, y por supuesto, el hecho de que de inmediato asoma la obsesión de Goncharov por la incesante batalla (casi diría proverbial) entre la abulia y la impetuosidad.
Leuk boekje. Een parodie op zij die de lofzang der natuur zingen haar ‘verheerlijken’, de stad ontvluchtend: zij lijden aan de “Petersburgse pest”. Hier schijnt het latere realisme van Gontsjarov al door. Grappig is ook de ‘voorloper’ van het personage Oblomov, Tjazjelenko: “hij die bekend stond om zijn ongekende, methodische luiheid en heroïsche onverschilligheid voor ‘s mensen gewoel.”
Ivan Gontsjarov (1812-1891) is wereldberoemd geworden door slechts één boek, 'Oblomov', het onvergetelijke portret van de luiaard die om wereldbeschouwelijke redenen weigert zijn bed te verlaten. 'De Petersburgse pest' is een jeugdwerk van de auteur. Daarin drijft hij op milde wijze de spot met de onschuldige liefhebberijen van zijn vrienden en van vele andere Petersburgers die, zodra de lange, donkere winter voorbij was, een onweerstaanbare drang kregen de stad te ontvluchten en de natuur te beleven. Die natuurbelevingsdrang is sterk uitvergroot terug te vinden in deze novelle, die tevens een parodie is op een literair genre dat in die jaren nog heel populair was: dat van het romantische verhaal waarin wordt gedweept met de natuur. Om deze en andere redenen toont Gontsjarov zich hier een Russische broer van De Genestet en van de Nic. Beets (Hildebrand) van de 'Camera Obscura'. In deze familie Stastok op zijn Russisch beleven de Zoerovs en hun vadsige vriend Tjazjelenko (een voorloper van Oblomov, niet alleen door zijn luiheid maar ook vanwege zijn welsprekendheid en goedhartigheid) de natuur als prachtig, idyllisch, pittoresk, ongerept. Maar de verteller laat nooit na de lezer met de werkelijkheid te confronteren: de door anderen niet opgemerkte maar o zo nabije stank van een vetsmelterij, het zeepschuim op een petieterig meertje, mest op de reling van een brug of de schutting van een steenfabriek. De Petersburgse pest is een vergeten kleinood. ------------ De negentiende-eeuwse Russische schrijver Ivan Gontsjarov (1812-1891) is vooral bekend geworden door zijn roman 'Oblomov', die het onvergetelijke portret schetst van een aartsluiaard. 'De Petersburgse pest' (1838) is een jeugdwerk van Gontsjarov en geruime tijd vóór 'Oblomov' geschreven. In deze novelle geeft de auteur een vermakelijke, parodistische beschrijving van de onrust die een deel van de Petersburgse adel bekruipt als de winter is afgelopen en het tijd wordt de stad voor het platteland te verruilen en de natuur in te gaan. Gontsjarov drijft de spot met het dwepen met de (romantische en idyllische) natuur en laat zien hoe dit alleen maar tot nodeloze ontberingen leidt. Interessant is dat we in een van de personages reeds het prototype van Oblomov tegenkomen. Deze levendige, satirische novelle is een meesterwerkje van een van de grote Russische realisten. -------------- Iwan Aleksandrowitsj Gontsjarow (1812–1891) studeerde letteren aan de universiteit van Moskou, waar hij met zijn medestudenten Lermontow, Herzen en Belinksi geen enkel contact had, noch met enige politiek-literaire studentengroepering. In 1834 kreeg hij een betrekking als vertaler aan het ministerie van financiën. In tegenstelling tot veel andere Russische schrijvers maakte hij wél carrière als ambtenaar. Hij publiceerde inmiddels enkele verhalen en in 1847 de roman Een alledaagse geschiedenis. In 1852 maakte hij een reis naar Japan en bij zijn terugkeer werd hij benoemd tot Hofraad. In 1858 verscheen een reisverslag van zijn hand. Intussen was hij benoemd tot censor. Deze functie, die hij van 1855 tot 1860 bekleedde, oefende hij met grote nauwgezetheid, fatsoen en redelijkheid uit. In 1859 verscheen zijn grote roman Oblomow, waaraan hij zijn wereldroem en zijn plaats temidden van de klassieke negentiende eeuwse Russische schrijvers dank ----------
This entire review has been hidden because of spoilers.
Cargado de humor (como para mostrársela a ese deleznable crítico que sostiene que las literaturas eslavas, por ser eslavas y porque a él le sale de sus meninges -como casi todo lo que hace, dice y publica a no ser que medie la divina providencia de su líder espiritual *Bueno*-, este relato costumbrista que aprovecha el compulsivo deseo de la familia Zhurov por el excursionismo (o hiking que dirían ahora) y de paso como éste entra en fricción con el de sus allegados (no menos esperpénticos) o de terceros a los que se cruzan en travesía. Por otra parte, aunque de manera adyacente, velada, cumple con el propósito de la colección editorial en mostrar los paisajes y para el lector de hoy día, entregar una instantánea de la incipiente irrupción que hacía el mundo industrial en la bucólica Rusia del siglo XIX y sus correspondientes efectos (descritos éstos más bien de costado), sin que se vuelva tampoco un panfleto ambientalista.
Extraordinaria escritura, un sublime uso de las palabras. Te deja intrigado desde el primer momento al enterarte de el mal del impetu. Quieres buscar respuestas en los detalles. Las palabras te llevan por un extraordinario pasaje.
El mal del ímpetu es la cómica y curiosa contraparte de Oblomov, rusos sufriendo por los continuos e inevitables paseos en el bosque. El mal del ímpetu nos recuerda lo importante que es el descanso y la comida, en uno de los paseos por el bosque este singular grupo se queda solo con vino y sirope, experiencia que me resultó en extremo familiar. Libro corto y fácil
Lekker tongue-in-cheek vertelde anti-romantische novelle dat het gedweep met natuur, het zogenaamd gezonde buitenleven en de oneindige zoektocht naar het onbedorven landschap op de hak neemt. Bevat in het nevenpersonage Nikon Oestinovitsj Tjazjelenko een oerversie van Oblomov.