De Schaduw en Flora brengen de laatste dagen van het jaar door bij Elly en Hans Uyttenbogaert, een Amsterdamse hoofdinspecteur. Tijdens een treinreisje vergezelt de Schaduw Uyttenbogaert en schrikt wakker als een klein jongetje, Gerritje Bruin uit de Newtonstraat 188, roept dat hij heeft gezien hoe iemand een vrouw doodsloeg op een kerkhof. Ze besluiten om eerst de auto op te halen en ondanks de hevige sneeuwval de plek des onheils te bezoeken. Daar wonen postcommandant Van Rossum met zijn vrouw, boer Kolthof en zijn dochter Verone. Samen ontdekken ze het lichaam van een vrouw maar niemand kent haar.
Initially, the name "Havank" was used as a pseudonym by Dutch writer Hans van der Kallen.
After his death in 1964, his oeuvre was continued by Pieter Terpstra, who used the "Havank+Terpstra" pseudonym until 1985.
In 2008, at their 140th birthday, Dutch publisher Bruna asked the writer Tomas Ross to write a novel in honour of Hans van der Kallen. He then used the pseudonym "Havank Ross".