Op een bouwwerf wordt het naakte lijk van een kind van tien gevonden, een zigeunerjongen die door slagen vermoord is. Op zijn vingertoppen vindt men bizarre snijwonden. Commissaris Stijn Goris en zijn inspecteur Stef Pauwels dringen in het Romamilieu binnen. Dat is bijzonder moeilijk, want de Roma vormen een gesloten gemeenschap. Beide speurders komen erachter dat het slachtoffer een gauwdief was die met zijn kompanen allerlei misdrijven pleegde.
Intussen wordt Brussel geteisterd door een bende die dieven, daklozen en homo’s gewelddadig aanpakt. Zo worden de jonge Hollander Steve Pijlstra en zijn vriend zwaar aangerand na een avondje stappen. Stijn Goris is geschokt en gaat achter de bende aan. Algauw blijkt dat ze ook de moord op de zigeunerjongen gepleegd heeft. Goris legt ook het verband met de moord op twee andere Roma. Het onderzoek wordt afgesloten en het assisenproces gestart.
Niets is echter wat het lijkt, een eenvoudige zaak wordt met het uur ingewikkelder en de tijd dringt want het proces gaat gewoon voort.
Wanneer een Roma kind in een koker klaar om vol beton te gieten, gevonden wordt, denkt men in eerste instantie aan een uit de hand gelopen diefstal, of dat de familie er iets mee te maken heeft. Alle clichees over Roma komen aan bod. Daarnaast ook de schrijnende toestanden van illegalen die overgeleverd zijn aan huisjesmelkers en veel huur betalen voor een matras ergens in een vuil overbevolkt pand. Tegelijkertijd zijn er meldingen van homo's, dieven en daklozen die in elkaar geslagen worden. Het lijkt wel alsof iemand voor eigen jury, rechter en beul speelt. Ik vond het boek niet slecht maar nu ook weer niet top, het was me wat te rommelig geschreven. Zeker toen op een gegeven moment een tijdssprong van 11 maanden werd gemaakt, leek dat amper uit de bladindeling en dat vond ik lastig om te volgen.