In de zomer van 2008 begon Hans van Mierlo met het schrijven van zijn memoires. Zijn eerste herinneringen gaan terug naar de opmaat van de Tweede Wereldoorlog zoals hij die als kleine jongen beleefde in zijn geboorteplaats Breda. Met ferme, ironische en ongekunstelde pen beschrijft Van Mierlo de gebeurtenissen in het grote, veilige gezin en de inbreuk die de onveilige buitenwereld daarop maakt.
Hij heeft zijn memoires slechts kunnen beginnen. De dood heeft hem het zwijgen opgelegd. Het is gebleven bij deze kostbare eerste aanzet, een prelude waarin de belofte weerklinkt van het langere muziekstuk.
Min of meer als schrijver vlak na het startschot gevallen: hij was dan eindelijk zijn memoires begonnen, in 2008, maar hij was nog maar net de eerste straten van zijn kindertijd uit toen het einde hem overviel. Wat er is, flarden herinneringen aan zijn ouders, aan de oorlog, en losse opmerkingen over zijn eigen psychologische afkomst, bijzonder boeiend en soepel geschreven. Hartverscheurend lief en slim ingeleid door Conny Palmen, de liefde van zijn late leven. Jammer dat het niet dikker is.
Wat jammer dat Van Mierlo deze memoires niet heeft kunnen afmaken, te laat begonnen of te vroeg gestorven (1931-2010). Brabants katholiek fabriekantenzoontje beleeft de mobilisatie- en de oorlogsjaren. Het dunne boekje maakt me in elk geval nieuwsgierig naar de biografie, geschreven door Hubert Smeets. En vooruit, daarna misschien ook nog naar Connie Palmens "Logboek van een onbarmhartig jaar" ook al vind ik Palmen een nogal dweperige grachtengordelgroupie.
Zeer kort boekje. Jammer dat hij niet langer de tijd heeft gekregen om zijn hele leven op te schrijven, Van Mierlo heeft een heel prettige manier van schrijven.
Herinneringen aan zijn kinderjaren van de literair en taalkundig begaafde politicus Hans van Mierlo, enkele jaren voor zijn dood in het voorjaar van 2010 geschreven.