“‘s Zomers zwiert hij met de bus door de stad als een rollerskater door het Vondelpark. Hij flaneert, hij flirt, hij psst-psst naar voorbijlopende vrouwen. Hij waant zich in de tropen, hangt met zijn arm uit het raam en zakt als gevolg hiervan voor zijn eerste rijexamen op ‘te ervaren rijden’. Tussen de klussen door rijdt hij even naar huis en bestijgt zijn troon. Al rokend, broek op de knieën, sorteert hij zijn bestelbonnen op lokatie. Centrumklussen bovenop, buitenwijk- en Bijlmerklussen -minder urgent- onderaan. Terug achter het stuur zweeft hij over het wegdek. De lading lost zich vanzelf. Hij vergeet de krentenbollen in zijn tuppewarebakje. Voedt zich met de warme lucht die als een hete adem door de wagen hijgt en met de aanblik van zomergasten, liggend in het gras van berm en plantsoen. Amsterdam leeft, een Paramaribo ver boven de evenaar. Salsa blaast uit de krakerige cassetterecorder in het dashboard. De zangeres raast, kreunt, zweept op. Met zijn pinkring -een vlechtmotief van Surinaams roodgeel goud- tikt hij de maat op het stuur. Meer goud hangt om zijn nek, zijn sterrenbeeld in achttien karaats. De stad ligt aan zijn wielen, kleurijk, opzwepend, levendig, hitsig. Door de Kalverstraat lopen mensen als draagmieren te slepen met inkopen. De stoep is uitgesleten door hun niet aflatende trektocht. Ze wriemelen door elkaar heen, trekken onduidelijke sporen naar gecamoufleerde nesten, thuis vertelt hij ons dat hij tijdens het rijden beelden voor zich ziet van de markt bij de Waterkant. Dat hij de Surinaamse rivier ruikt, precies de Amstel. Dat rivieren overal hetzelfde ruiken, naar de onderbuik van de stad. Dat zwarte mensen zich voor zijn geestesoog langs elkaar wringen. Vrouwen met grote heupen, forse billen, strakke kleding, de tassen gevuld. In Amsterdam zijn draagmieren wit. Hij is stoned.”
Ik vond het moeilijk inkomen omdat het boek per hoofdstuk van tijd wisselt en dat begreep ik aan het begin nog niet. Maar op een geven moment deed het mij denken aan mijn vader en vond ik het prachtig om te lezen, om in te beelden hoe hij was. Hij had vroeger de zelfde baan en toen mochten wij ook wel eens mee in zijn bestelbus. Ik stelde me voor hoe het leven zou zijn als het anders was gelopen.