Deze kleinste roman uit de Nederlandse literatuur is een ontroerend verhaal over een ingenieur en goudspeculant in een suikerfabriek die vriendschap sluit met een mismaakte fluitspeler. In zijn streven naar geld en rijkdom verwaarloost hij iets wat voor geen geld te koop is, en dat voorgoed verloren gaat. Het verhaal speelt zich af op Java onder Nederlands koloniaal bestuur. Het thema, twee manieren van leven die niet samengaan, is van alle tijden. Orpheus in de dessa geldt als een van de hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Klassiek Domein. Het originele werk.
Op wikipedia las ik: Het boek omvat 152 pagina's en was daarmee een favoriet onder de Nederlandse scholieren van de 20e eeuw. En hoewel ik ooit ook een luie scholier in de 20e eeuw was heb ik nooit van dit boekje geweten. Misschien maar goed ook. Ik had het waarschijnlijk niet op waarde kunnen schatten. Het taalgebruik is mooi en bloemrijk, het verhaal sentimenteel en moralistisch.
"Orpheus in de dessa (van jav. dorp)" is een boek vol legendes en overtuigingen van de lokale bevolking (de menselijke oorsprong van de tijger, de Bruiloft van de Rijst, de cultus van godheden, offers...) verteld door een lokale genaamd Si Bengkok die, zoals Orpheus, zijn nieuwe kennis - de Nederlander Bake, een lokale industriële ondernemer geobsedeerd door materieel gewin - intrigeert met de hypnotiserende geluiden van zijn soelingan (een Indonesische fluit). Tijdens hun ontmoetingen komt Bake, dankzij de verhalen van de jonge Si, eindelijk uit zijn ondernemerswereld, duikt dieper in het land en de natuur, maakt kennis met gewoonten en mensen, en nu zelf als Orpheus die zijn Eurydice in de onderwereld zocht, zoekt zijn verloren ziel en lang vergeten gevoelens en herinneringen. Na een kritieke periode op de plantages verliest Bake opnieuw perspectief en verwaarloost zijn jonge vriend, wat leidt tot een incident in het dorp waarna hij hard zal beseffen wat de prioriteiten in het leven zijn.
Deze roman speelt zich af tijdens de periode van de ethische politiek in Indonesië, geleid door het motto van educatie, irrigatie en (vrije) migratie. Dit was de tijd toen er gestreefd werd naar de behandeling van de lokale bevolking op gelijke voet, ontwikkeling van het land, kennismaking met de mensen en weergeven van hun levenswijze. De roman zit vol met mythen en gewoontes, bekritiseert de louter exploitatie van het land en waardeert vriendschap, cultuur en natuur.
“Орфеј у деси (преко јав. село)” је књига испуњена многим легендама и веровањима локалног становништва (тигрово људско порекло, свадба пиринча, култ божанстава, жртвовања...) које приповеда локалац Си Бенгкок који је попут Орфеја хипнотишућим звуковима сулингана (индонежанске фруле) заинтригирао свог новог познаника - Низоземца Бакеа, локалног индустријалца опседнутог материјалном добити. При њиховим сусретима Баке коначно излази из свог предузетничког света, залази дубље у земљу, природу и вођен причама младог Сија упознаје се с обичајима и народом, и сам као Орфеј који је у подземљу тражио своју Еуридику, тражи своју изгубљену душу и давно изгубљена осећања и сећања. Након критичног периода на плантажама Баке поново губи перспективу и запоставља свог младог пријатеља, што доводи до инцидента у селу након ког ће Баке на суров начин увидети приоритете у животу.
Роман из периода етичке политике Низоземља у Индонезији вођене геслом едукације, иригације и (слободне) миграције, периода када се тежило равноправном поступању с локалцима, радило на развитку земље, упознавању с народом и представљању њиховог начина живота, и роман који је поред митова и обичаја, уз критику пуког израбљивања земље, испуњен и вредновањем пријатељства, културе и природе.
Bake is ingenieur in een suikerfabriek in Nederlands Indië. Hij raakt verblind door een hang naar winst, waardoor hij inboet aan medemenselijkheid. Uiteindelijk wordt hij keihard met zijn neus op de feiten gedrukt: ‘Domme Bake’, lezen we tussen de regels door. Maar wie zijn wij om met de vinger te wijzen naar uitbuiters van toen? Onder omstandigheden die niet beter zijn dan de situatie zoals beschreven in dit verhaal, zakken er dagelijks kinderen af in de kobaltmijnen van Congo, om grondstoffen voor onze mobiele telefoons te verkrijgen. Allemaal veilig ver van onze bedjes, zodat we niet geconfronteerd worden met de gevolgen van onze kapitalistische hebzucht.
The second book I've read about Dutch colonialism. The book is about a greedy Dutch engineer that works in sugar-factory in Java. He wants to make money but meets by accident a Javanese young man called Si-Bengkok that teaches him about the more relaxed Indonesian way of life, close to the nature and without the constant chase of money and productivity. It's heartbreaking to read how the native people are treated by the cold and arrogant Dutch colonialists that are oppressing the whole population in order to make some more money. It's a good book but since it's more than 100-years-old it also seems a bit black and white and not so nuanced.
In tegenstelling tot andere reviews, vond ik het wel een genuanceerd boek. Die laat zien dat de hoofdpersoon in aanraking komt met de rijkheid en pracht van het indonesische leven en daardoor in korte vlagen lijkt te vervreemden van de westerse Nederlandse koloniale levensstijl. Maar hij komt er niet echt los van en zakt steeds weer terug in zijn inhaligheid en zijn obsessie met productieviteit. Uiteindelijk maakt hij datgene kapot wat hem eigenlijk het meest lief is/ het meest geraakt heeft. Nog steeds van toepassing in de huidige maatschappij helaas.
Het is mooi poëtisch opgeschreven, met meanderende allitererende zinnen, maar dat verhult niet de koloniale, racistische ondertoon: de rationele Europeaan tegenover de onwillige en luie inlander die vanwege het machtsverschil schijnbaar onaangedaan meebuigt met de grillen van de westerse productiemethode, en de onbetrouwbare kruiperige indo. Maar wel mooi opgeschreven...
Een behoorlijk mooi boek. Het taalgebruik is natuurlijk ouderwets, maar ik vond hem nog steeds prima te lezen. De dromerige sfeer staat in contrast met het verhaal zelf, wat ik heel mooi vind. Het einde van het boek liet mij een beetje schrikken, maar op een goede manier, denk ik.
Aan het begin was het lastig om in het verhaal te komen en had ik vermoedens dat het langdradig zou zijn. Verder in het verhaal, toen alles duidelijker werd kwam ik echt ij het verhaal. De langdradigheid viel ook reuze mee.
Bijzonder boekje, heel ouderwets taalgebruik natuurlijk, maar geeft mooi de sfeer en gedachtegangen weer in Nederlands Indie, daardoor toch zeker het lezen waard.