Wat een fijn, bizar, verontrustend en mooi boek. Ik kan niet precies zeggen waar het over gaat - de woede van pubers, racisme, ontheemd zijn, de complexiteit van een gezin, angst voor het onbekende, jezelf kwijtraken, opgroeien - en dat is prima.
De hoofdpersoon is sowieso een noviteit in wit, ik-schrijf-over-mijn-jeugd-want-ik-was-christelijk/homo/uit 020/provinciaal: een even agressieve als getraumatiseerde als zoekende als reflectieve als haar klassiekers kennende categoraal gymnasiaste als Kameroense als ontluikend lesbische als uit in een of ander inwisselbaar misantropisch en xenofoob kutdorp in Nederland komende als van haar familie houdende als lieve vrouw.
Het boek soms poëtisch en soms bikkelhard en soms richtingloos (en dat is meestal ook wel prima, dit is geen boek dat zich aan je verkoopt omdat het verhaal zo lekker chronologisch en efficiënt verteld wordt, eerder het tegenovergestelde) en soms als het einde van seizoen 4 van Game of Thrones (zijspoor: ik keek net dat fragment weer, ik moet dat nooit meer kijken, het is niet goed voor me, stop hiermee Inge, ooit moet je weer leren slapen).
Confrontaties is dus heel veel wat je niet verwacht in boeken. Ik merkte dat daarbij haar innerlijke strijd tussen woede en liefde en tussen weggaan en terugkeren heel goed werkte en zeer, zeer overtuigend binnenkwam. Tegelijkertijd zorgt die onbekendheid en abstractie soms voor enige desinteresse, zowel qua onderwerpen als qua vertelvorm. Daarom die ene ster minder.