‘De jongen kon er niet erger aan toe zijn. Telkens als we in zijn buurt komen, slaat hij de ogen op en vraagt: “En wat gaan we nu doen?” Maar alles wat we doen laat hij met vreselijke lijdzaamheid gebeuren. Zoals hij daar ligt, gestut door zijn kussen, met zijn kleine gele gezicht uitziend over de zaal, beheerst hij al mijn gedachten. Ik ben in de ban van het raadsel dat in zijn longen huist. Vijf dagen geleden liep hij nog op vaste benen, vijf dagen verder en hij ligt aan de rand van de wereld – en vanavond kijkt hij over de rand. Er is geen granaatscherf, geen schram, geen traan… De aanval komt van binnenuit. De anderen in de zaal lijken op spoken. Als ik morgen zal vragen: “Hoe is het met de jongen?” wat zullen ze dan zeggen? Kun je wennen aan de dood? Het is niet erg veilig daarover na te denken… Want als de dood goedkoop wordt is het wie toekijkt, niet wie sterft, die vergiftigd wordt.’
In 1914 was Enid Bagnold vijfentwintig jaar oud. Ze was mooi en intelligent en veelbelovend, maar bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd ze een eenvoudige verpleegster in een militair hospitaal in Woolwich (Engeland), waar de ene geknakte soldaat na de andere uit de loopgraven in Frankrijk en België werd afgeleverd. Overal klonk de kreet dat de oorlog gewonnen moest worden – en de prijs waartegen dat gebeurde, valt in het dagboek van Enid Bagnold te lezen. Eindeloze vernietiging, afschuwelijk lijden, verspilling, en gruwelijke geestelijke ontwrichting. Maar Bagnold laat het daar niet bij: vanuit haar dagelijkse ervaring als verpleegster hekelt ze de medische dienst van het Britse leger en het gehele militaire establishment. Ontzetting, woede, verontwaardiging: het zijn de drijfveren van waaruit Bagnolds dagboek geschreven is.
Dagboek zonder data is het derde en laatste boek in de reeks waartoe ook Het kielzog van de oorlog van Ellen N. LaMotte en Verboden gebied van Mary Borden behoren: alle drie zijn het getuigenissen van verpleegsters uit de Eerste Wereldoorlog.
'Misschien is er niets beters dan de extase en het onbehagen van het leven?' (p.48)
'Dagboek zonder data' leest eerder als een dichtbundel dan een dagboek. Het is de poëzie in de zinnen die de ervaringen van Bagnold levendig en beklijvend maken - misschien wel diezelfde poëzie die Woolf een beetje jaloers en kregelig maakte. Een poëzie die afstand schept, wat je van een dagboek niet meteen zou verwachten, en hierdoor net een ruimte creëert waarin kritiek en vragen versluierd kunnen worden. Ook al werd het na uitgave zo gepercipieerd, nergens lees je het dagboek als een aanklacht, of een openlijke kritiek. Je leest impressies bij vaak pijnlijke en onaangename ervaringen, neergeschreven in een eloquent dichterlijke taal. Met altijd dat beetje oog voor de pracht van de natuur bij het naar huis gaan na de dienst, en de zin om van het leven iets moois te maken.
'Kun je wennen aan de dood? Het is niet erg veilig daarover na te denken... Want als de dood goedkoop wordt is het wie toekijkt, niet wie sterft, die vergiftigd wordt.' (p.97)
Na het dagboek volgde er voor Enid Bagnold nog een mooie schrijverscarrière. Maar zelden zou ze nog die vrije dichterlijke stem benaderen waarmee ze de data tussen de fragmenten in haar dagboek wegschreef. Wellicht poogde ze iets te hard een goede romanschrijfster te worden, en haar "taal al te zeer in de klassieke vormconventies te prangen".*
'Maar je moet nooit luisteren naar wat mensen zeggen, alleen naar wat ze bedoelen, en zij was het soort persoon wiens gedachten je in je eentje moet zien te lezen, aangezien haar woorden nogal vaak door haar gedachten worden vertekend.' (p.85)
* cf. 'Het is beter fout te zijn dan juist', p.9 - inleiding op het dagboek door vertaler Erwin Mortier
'25 jaar oud was ziekenhelpster Enig Bagnold (1891-1981) bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In Dagboek zonder data beschrijft ze de rauwe werkelijkheid in een militair hospitaal. In 1918 baarde het boek veel opzien, ook nu nog geeft het te denken.'
Volgens recensent Simone Timmermans biedt 'Dagboek zonder data' een bijzonder inkijkje in het leven van een verpleegster aan het front. Bagnold observeert en beschrijft met rake beelden de verschrikking die soldaten én verpleegsters dagelijks ondergaan. De lezer moet niet alleen heel dramatische ontwikkelingen verwachten; er is ook ruimte voor luchtiger beschrijvingen, vooral van de omringende natuur. Dat maakt 'Dagboek zonder data' echter nog geen opgewekt boek. Wel een boek dat nieuwsgierig maakt naar meer getuigenissen van verpleegsters in WO I.
Het lijkt wel of Enid een vrouw van deze tijd is en niet opgegroeid in een twintigste eeuw die nog moest beginnen. Voor wie van mooie zinnen en bespiegelingen houdt. Vertaling van Erwin Mortier, dan weet je het wel. Het gaf mij niet een hele indringende kijk in de great war, maar zeker de moeite waard.