Struikrovers, piraterij, familiegeheimen en eerstrijd: ze spelen allemaal een rol in dit heerlijk klassieke werk. Ferdinand Huyck is een intrigerend verhaal dat een fascinerend beeld schetst van de cultuur en omgangsvormen van een verdwenen wereld. Eer en reputatie spelen een constante rol in dit verhaal dat af en toe leest als een heerlijk kostuumdrama. Hoewel de omslachtige wijzen van omgang de moderne lezer soms ietwat kunnen frustreren, is de leeservaring prachtig wanneer je je hier aan over weet te geven. Wanneer je daar toe in staat bent, kan dit boek je mee voeren naar de achttiende-eeuwse landhuizen, grachtenpanden en herbergen van bekende Nederlandse locaties als Naarden, Amsterdam en Terschelling.
Op een wat kritischere noot is het boek hopeloos verouderd, voornamelijk op het gebied van het hoogdravende, ouderwetse taalgebruik. De taal is doordrenkt met archaïsche woorden en zegswijzen en menig personage gooit de lezer regelmatig Latijnse spreuken of citaten van Franse dichters voor de voeten (in het geval van mijn editie zonder vertaling). Dit is natuurlijk niet verwonderlijk met een 180 jaar oud boek en de meeste lezers van negentiende-eeuwse literatuur zullen dit hoogstwaarschijnlijk verwachten en voor lief nemen of zelfs waarderen. Maar voor lezers die hun eerste stappen trachten te zetten in de wereld van literaire klassiekers, kan dit boek intimiderend complex en achterhaald taalgebruik bevatten.
Tevens berust het plot van Ferdinand Huyck op in de loop van het boek steeds bizarder wordende maten van toeval. Op magische wijzen zijn alle personages die de hoofdpersoon ontmoet verbonden met het hoofdplot en waar in Nederland Ferdinand zich ook bevindt, tot zijn grote verbazing (maar niet tot die van de lezer) treft hij altijd de personages wiens aanwezigheid de scène kunnen voorzien van de meeste drama. Het overmatige gebruik van dit "toeval", zorgde bij mij af en toe voor wat lacherige reacties.
De kracht van van Lennep zit hem voornamelijk in zijn intrigerende, mysterieuze plotlijnen en nog meer in zijn kleurrijke personages. Elk personage dat je in dit boek ontmoet heeft een uniek karakter dat schitterend naar voren komt dankzij de unieke stem die van Lennep ze weet te geven. Zo spreekt de messentrekkende matroos Andries vaak in zeemansjargon, gebruikt Kapitein Pulver erg graag vergelijkende beeldspraak en citeert Ferdinand's plagerige zusje Suzanna maar al te graag haar favoriete dichters om haar broer op zijn plaats te zetten. In een non-visueel medium als een boek zijn twee voorname methoden om persoonlijkheid over te brengen de acties en de unieke stem van het personage. Van Lennep weet beide elementen naadloos op elkaar aan te doen sluiten.
Al met al is Ferdinand Huyck een heerlijk, romantisch stukje historisch escapisme, hoewel voornamelijk de doorgewinterde lezers van literaire klassiekers er goesting in zullen vinden.
Heel onderhoudend. Echt wat je noemt een roman. Alles kom t erin voor: struikrovers, piraten, schlemielen, boeven met een hart van goud, miskende edellieden, niet-deugende jongelui, grappige zusters, zorgzame moeders, stoere vaders, hopeloze liefde, gestolen erfenissen, godsvruchtige tantes, maar ook schipbreuk leiden, duelleren, paardenrennen, ten onrechte beschuldigd opgesloten zitten in het cachot, je kunt het niet verzinnen of het zit erin. De roman aller romans. En ja, heel leuk eigenlijk, jammer dat het uit is ;-) .
Allerhande figuren en scènes zijn erg geslaagd, maar op sommige plaatsen stemmen vorm en stijl niet met elkaar overeen. De grote ontknoping op Terschelling kon me nog het meest bekoren, met z'n haast tijdloze (nou ja) karakters en alle couleur locale. Al bij al maakt dat het boek misschien wel aardig.
I read these books in an old edition with steel engravings, most in a summerholiday on the beach. I must have been 17 years. I still have the books, stored on the attick and have not seen them in years. But I still remember part of the adventures of Ferdinand Huyck.
De laatste tijd probeer ik zoveel mogelijk Nederlandse klassiekers te lezen - nu het niet meer verplicht is 'voor school', en ik er zelf voor kies, is het een stuk leuker om te doen. Het geeft me ook een fijn, nostalgisch gevoel nu ik in Ierland woon, vooral tijdens deze vervelende pandemie.
'De lotgevallen van Ferdinand Huyck' was een heerlijk, ongecompliceerd verhaal, vol schelmen en zeerovers en geheimen en de liefde die overwint. Ik besefte dat ik dit soort avonturenromans normaal gesproken in het Engels lees, en het was erg leuk om het dit keer eens in een Nederlandse setting te zien - zelfs c. 300 jaar nadat dit boek zich afspeelt is het nog altijd herkenbaar. Afgezien van een paar 19e-eeuwse stereotyperingen en natuurlijk de ouderwetse spelling valt er weinig aan het boek aan te merken. Het duurde wel even voor ik aan het taalgebruik gewend was - wat is 't Nederlands ook veranderd de afgelopen paar honderd jaar! Maar na een tijdje merkte ik het nauwelijks nog, en begon ik er zelfs van te genieten. Het heeft mijn vocabulaire verrijkt met woorden als 'floddermadam', dus ik mag niet klagen.
Nog steeds zeer leesbaar verhaal van Van Lennep met de normale ingredienten: een deugdzaam meisje, een deugdzame jongeman, een schurkachtige jongeman, zeerovers, duels, godvruchtige tantes, en wat niet al. Veel ervan uit engelse romans bekend, maar doordat hier Nederlandse gebruiken en plaatsen genoemd worden is het echt een aanwinst in mijn leesljst. Nu alleen meer door een straatnaam bekend, ter hand genomen vanwege de verschijning van de biografie door Marita Mathijsen. Blij toe, zal de Van Lenneplaan vanaf nu met andere ogen bekijken.
Deze avonturenroman heb ik gelezen rond mijn achttiende en ik vond hem toen fantastisch. Nu, decennia later, heb ik weer hard gelachen om deze ouderwetsche roman vol toevalligheden, schurken, zeerovers en dichters. Personages om nooit meer te vergeten, en zinnen als 'Ban uw vreesch!' ga ik gebruiken. Nog zo'n mooi citaat, de titel van het zeven-en-dertigste hoofdstuk:. 'Waarin treurige en schrikwekkende tooneelen voorkomen, gelijk men die somtijds in het dagelijksche leven, maar zeer dikwijls in romans en vercierde geschiedenissen aantreft.' Heerlijk toch?
Verrassend goed leesbaar boek. Het is geschreven in 1840, dus ik verwachtte dat ik me er echt doorheen zou moeten worstelen, maar dat was helemaal niet zo. Het taalgebruik is een beetje oud en dus een beetje anders, maar daar wen je heel snel aan en als leuke bijkomstigheid heb je daardoor net een halve seconde langer nodig om het door te hebben wanneer er een grap wordt gemaakt en dat geeft wel een leuk effect. Het verhaal is tijdloos. Verder zit het vol mysteries en toevalligheden à la Alexandre Dumas. Ik begrijp nu wel waarom er een straat naar Jacob van Lennep vernoemd is.
Pirates, highwaymen and damsels in distress inhabit this Romantic-age view of the Dutch Republic on the threshold of the Age of Reason. Written in an elegant, fluent style, this is the story of a young man's difficulties in winning the heart of his beloved, Henriette Blaek, as he gets increasingly caught up in a web of conspiracies and misunderstandings. Third time I read this humorous and adventurous novel from 1840, which has much more to offer than just the notorious scene with the "Bekkesnijder" in the tavern at Soest.
This 19th century Dutch historical novel is, with the exception of Terschelling, set in an area I know very well. The novel is not only great fun to read, but for me, the historical facts were extremely interesting too. The story is set around 1720, some 120 years before the book was written, and according to the introduction, the only real historical ‘mistake’ the author made is the reoccurring mentioning of umbrellas, which, at least according to the introduction, didn’t appear in the Netherlands until much later.
The novel is a picaresque novel mainly, although partly it can also be seen a novel of morals. The story starts when Ferdinand Huyck returns to Amsterdam, after having spend two years abroad. It is a very humorous story and lets the reader enjoy Ferdinand’s fortunes and misfortunes for the first few months after his return, and of course ‘all’s well that ends well’ :-)