Verslag van de wederwaardigheden in de kunstenaarskolonie rond de dichteres Fritzi ten Harmsen van Beek (1927- ) in het Blaricumse buiten 'Jagtlust' in de jaren 1954-1967.
Annejet van der Zijl is a Dutch writer. Born in 1962, she studied mass communication at the UVA in Amsterdam and did a MA International Journalism at City University in London. She worked in magazine journalism until 2000, meanwhile publishing her first book Jagtlust, about a ramshackle villa that in the sixties was a meeting place for many artists and poets. Annejet van der Zijl lives in Amsterdam with her husband, a journalist.
De vervallen villa Jagtlust en haar bewoners wordt tot leven gebracht. Droom, werkelijkheid en fictie lijken door elkaar heen te lopen. Een kunstenaarskolonie in de jaren ‘50 met al zijn escapades van sex, drugs en rock’n roll als ideale buitenplaats voor het talentvolle deel van de vrijgevochten generatie die hun jeugd verloor in WO2. Als voorloper van de flower power van de baby boomers uit de jaren ‘60. Onder meer Remco Campert, Gerard Reve, Bernlef, Gerrit Komrij, Peter Vos, Ramses Shaffy komen over de vloer. Eén van de meest tot de verbeelding sprekende mythes van de literaire Nederlandse geschiedenis is op aangename wijze inzichtelijk gemaakt.
Interesting sketch of the pre-hippy generation that saw their youth spoiled by WWII and decided to catch up using a hedonistic life style involving sex, drugs, poetry, art etc. The Jachtlust house served as a perfect location for the wilder parties.
The research supporting this non-fiction book is impressively thorough.
My personal motivation for reading this was to know more about Fritzi, who appears in some of Reve’s work. She turns out to be the official tenant of the house during its glory days.
Van Zijl's debuut is al geschreven in de voor haar kenmerkende stijl, journalistiek maar toch betrokken. Een boeiend en intrigerend tijdsbeeld. Het leven van de dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek is vanaf het begin vrij, losbandig en buitenissig. In dit boek lezen we vooral over de tijd in Jagtlust wanneer Fritzi en haar broer Hein de (grote) erfenis van hun vroeg gestorven ouders erdoorheen gejaagd hebben. Op wonderbaarlijke wijze lukt het Fritzi,inmiddels met zoontje , om bijna twintig jaar te wonen in de buitenplaats Jagtlust. In de roerige jaren vijftig en zestig verblijven hier af en aan mensen als Remco Campert, Gerard Reve, Ramses Shaffy, Peter Vos, Johan van der Keuken en ga zo maar door. Het was een leven van voortdurend feesten, vooral veel drank en ook wel drugs en seks. En daartussendoor huppelde het jonge zoontje Gieltje.... Daar had ik wel medelijden mee, het loopt ook niet bepaald goed met hem af. Onvoorstelbaar hoe mensen zo kunnen leven maar Van Zijl maakt het toch begrijpelijk en inzichtelijk. Ik heb ervan genoten!
Dit debuut van Annejet van der Zijl is een geweldig boek. Het beschrijft hoe in de jaren vijftig en zestig tout le monde van literaire bn'ers en kunstzinnig georiënteerden het buitenplaatsje Jagtlust in Blaricum aan de Eemnesserweg bezocht. Dichteres Fritzi Harmsen van Beek was het betoverend middelpunt, een even artistieke als chaotische geest die grote aantrekkingskracht had op Remco Campert, Gerard Reve, Peter Vos en vele andere bekende namen. Haar vader Eelco Harmsen van Beek was de schepper van Flipje, het fruitbaasje, van Tiel en Noddy, creatie van Enid Blyton. Haar broer Hein was een in die tijd bekend playboy, die vooral nooit geld had dat hij wel over de balk smeet. Beide, broer en zus, waren bijzonder begaafd en diep tragisch, omdat ze die begaafdheid niet konden omzetten in iets productiefs. Ik las het boek in twee avonden uit en was even getuige van de slemppartijen, orgies en katers op Jagtlust, het vergooien van talent en het niet aankunnen van het leven. Maar intussen heeft Fritzi wel prachtige gedichten geschreven. Soms drijven er mensen boven in de grote vijver van middelmatigheid en dat was voor het benepen literaire na-oorlogse klimaat in Nederland een verademing.
Vorig jaar reden Raúl en ik even het hek van Jagtlust in en hebben een tijdje op de oprit staan mijmeren over die tijd van toen.
Een ongelooflijk, maar toch waar gebeurd verhaal over de vaste bewoonster, Fritzi Harmsen van Beek, en alle tijdelijke bewoners en bezoekers van de villa Jagtlust in het midden van de vorige eeuw. Annejet van der Zijl heeft veel mensen geinterviewd en veel artikelen gelezen. (Er zijn op het internet nog fragmenten te vinden met de dichteres Fritzi.) Het is niet te bevatten dat zij met een zo ongeregeld en losbandig leven zoveel beschermers heeft gehad dat zijn dit haar hele leven heeft kunnen blijven doen en ook nog de leeftijd van 81 jaar heeft bereikt. Haar zoon die in dit bandenloze en vrijgevochten milieu opgroeide mocht slechts 55 jaar worden. Dit boek is zeer leesbaar, heel zorgvuldig gedocumenteerd en geeft een bijzonder tijdsbeeld van de jaren ‘50 en ‘60 van de vorige eeuw.
Dit boek is gebaseerd op een interessant idee, namelijk om een huis als uitgangspunt voor de beschrijving van een groep mensen te nemen. Bij Brideshead Revisited pakte dat goed uit, in dit geval maar zeer matig. De verhalen over de gebeurtenissen in het huis komen niet veel verder dan pathetisch en theatraal dronken worden, ‘name dropping’ en quasi-geinige weetjes. Een teleurstellend boek.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Ik lees dit boek na De Jaren van Annie Ernaux. Beide zou je kunnen beschrijven als literaire non-fictie. Maar waar Ernaux een literair interessant, inhoudelijk rijk en ontroerend boek heeft gemaakt met haar eigen herinneringen en die van anderen, komt Jagtlust niet veel verder dan een variaties-op-een-thema, namelijk van geld verspillen aan drankmisbruik en gekkigheid door rijke elitaire jonge mensen.
“(…) tussen al die zelfverzekerde jongens van rijke komaf die op Jagtlust rondhingen.” “(…) al die decadente types die op Jagtlust hun lusten kwamen botvieren.” “Om mensen die werkten voor de kost moesten hij en zijn makkers over het algemeen erg lachen.” “De selectie van gasten daar had behalve met talent wel heel erg met klasse te maken: ze vroegen je er altijd wie je ouders waren.”
De eindeloos beschreven pogingen om wild en mateloos te leven komen op mij vooral pathetisch en theatraal over. Een pony in huis die het parket kapotpist en uit verveling het behang van de muren vreet? Je auto in de serre parkeren om de auto te beschermen tegen de regen? Hordes katten in huis die erop los pissen en schijten? Overal lege drankflessen… Wat een miserie zeg. Van der Zijl omschrijft het leven van de zoon van Fritzi ten Harmsen van der Beek als een “onherroepelijke reis richting zelfkant.”
Namen Dit boek blinkt uit in name dropping. En wat voor namen: Popje als meisjesvoornaam, Plonia, Shireen, graaf De Mareschal, Van de Wall Bake, Tita, Yoka, Freddie als meisjesvoornaam en natuurlijk Fritzi ten Harmsen van der Beek
Saaai Over drinken gesproken. De mensen die Jagtlust frequenteren lijken enkel in drank en in drinken geïnteresseerd., en later in drugs Na de zoveelste beschrijving van weer een zuippartij met overmatige dronkenschap als gevolg, en het ‘s ochtends ontbijten met sterke drank om de kater te verzachten, ben ik er wel klaar mee. Het is allemaal zo’n niksheid, zo’n zie-mij-eens-wild-zijn-theater terwijl het enkel een stel rijke dronkenlappen zijn… Of er moeten interessante gesprekken hebben plaatsgevonden, maar daarover lezen we in dit boek niet. Niets inhoudelijks over de culturele tijdgeest, niets over maatschappelijk of cultureel engagement, niets over poëzie- of grafiekvernieuwing. Terwijl gezien de namen die langskomen hier wel sprake van heeft kunnen zijn. Heeft Van der Zijl de keuze gemaakt om hier niet over te vertellen - in dat geval vind ik het een keuze die slecht uitpakt. Vonden er geen interessante gesprekken plaats - dat lijkt mij onwaarschijnlijk. Of wilden de Jagtlusters van weleer er niets meer van weten, want schaamtelijk gedateerd en ouderwets, vergeetachtig of overleden? Wie het weet mag het zeggen. Feit is dat de verhalen in dit boek oppervlakkig zijn, vooral name dropping en drankmisbruik betreffen - pathetisch, theatraal en saaaai.
Profiteur En dan de vrouw om wie dit inhoudloze verbrassen en zuipen allemaal lijkt te draaien: Fritzi ten Harmsen van der Beek, regelmatig afgekort tot F.t.H.v.d.B. Fritzi is de dochter van Eelco en Freddie, beide succesvolle reclametekenaars in hun tijd. Eelco is de bedenker en tekenaar van de Flipje Tiel-stripboeken en van onder andere het echtpaar-onder-paraplu-logo van verzekeraar RVS (RSV?). Het leverde hem een fortuin op. Fritzi en haar broer Hein verbrassen dat fortuin in no time, wat de schrijfster ook wel “de Grote Uitverkoop’ noemt. Fritzi eindigt blut als niet-betalende bewoner van landhuis Jagtlust, dat op dat moment gemeente-eigendom is. Zij blinkt uit in het om haar vinger winden van rijke mensen die haar ofwel willen redden (geile mannen) ofwel willen zijn (jaloerse vrouwen). Telkens laat ze haar onbetaalde rekeningen - onder andere voor teveel drank - door anderen betalen. Zij is in gewoon Nederlands een profiteur. Daarnaast schijnt ze een niet onverdienstelijk dichteres te zijn geweest, maar daarover lezen we vooral dat ze zo weinig produceerde dat er maar een paar dunne bundels konden worden gepubliceerd - haar eerste is één van de dunste boeken die De Bezige Bij ooit uitbracht; de schrijfster was toen al 38 jaar oud. De recensies waren schijnbaar overwegend lovend. Mevrouw had blijkbaar talent. Alleen niet voor moederschap, want ze verwaarloosde haar zoon compleet.
Tijdgeest Het enige waar ik in dit boek wel empathie mee heb, is tijdgeest. De tijd waarin het huis Jagtlust werd uitgewoond was de tijd van De Avonden van Reve, één van de Jagtlust-bezoekers; van de jaren zestig en verder; kortom van het verzet van jonge mensen tegen de bekrompen naoorlogse moraal in Nederland. Dat dat enige losbandigheid met zich meebrengt, kan ik invoelen. Wat ik ook interessant vond om te lezen was hoe het Gooi veranderde van een leeg gebied met keuterboertjes dat het schijnbaar na WO2 was, tot een regio met buitenhuizen voor rijke Amsterdammers, tot het volle woonreservaat voor “nouveau riche” en wouldbe’s dat het nu is. En dat de kunstenaars die aanvankelijk Laren bewoonden werden verdreven door rijke mensen die het wel sjiek vonden om in een kunstenaarsdorp te wonen. De échte kunstenaars trokken verder, naar Bergen... afijn we weten hoe dat is afgelopen. Dat dorp is inmiddels volledig overgenomen door rijke pensionados, veelal met een solide agressieve business- of legal-carrière in de pocket waardoor het een constant procederen van de ene rijkaard versus de andere, en natuurlijk tussen rijkaards en overheid schijnt te zijn. Youp van het Hek schijnt er te wonen. Of zoals Van der Zijl het stelt: “Met Jagtlust gebeurde wat met het hele Gooi gebeurde: het geld verjoeg de verbeelding.”
Verval Natuurlijk gaat al dat liederlijke wangedrag niet eeuwig goed. Mensen kregen banen en gezinnen wat niet te combineren viel met Jagtlust. “Voor mij werd Jagtlust het symbool voor de verloedering van een maatschappelijke toplaag, de vergane glorie van zo’n halve aristocratie.” “Alleen Fritzi, tja, die veranderde nooit. Dat was haar kracht, maar ook haar tragiek. Want de rest ging verder, en zij bleef achter.” “Op het laatst was het alleen nog maar ellende: koud, tochtig, vervallen en vervuild.” Men denkt dat Fritzi permanent onder invloed is. “Machteloos zagen Fritzi’s overgebleven vrienden aan hoe zij steeds verder wegzakte in depressies.” Haar zoon was als vroege twintiger “een van de eerste echte junks van Amsterdam”. Waarom Fritzi er zo lang kon wonen (17 jaar) is omdat Jagtlust onverkoopbaar was: “Het was een ruïne.” De beheerder vertelt de uiteindelijke verkoop persoonlijk: “(…) hoe ze hem door gang vol lege flessen naar de woonkamer voerde en hem plaats liet nemen op een stoel waaronder een van haar honden net een grote drol had gedeponeerd.” In 1971 wordt Fritzi door een vriend met ingezamelde financiële hulp naar Noord Groningen verhuisd. Er volgt een korte opleving met een enkele goed ontvangen publicatie maar vanaf 1975 produceert Fritzi niets meer. Ze zegt er later zelf over: “(…) ik heb niet genoeg mijn best gedaan.” De mensen in Groningen gaan al snel ook voor haar zorgen. Fritzi sterft met 81 in een verzorgingstehuis. Het lijkt erop dat ze daar in haar leven het meeste haar best voor heeft gedaan, dat ze zelf niets hoefde te doen omdat anderen voor haar zorgden.
Overlevers Er zijn twee categorieën overlevers van Jagtlust: culturelen en rijken. De culturelen hebben carrière gemaakt in de cultuursector en de rijken in het zakenleven. Verschillende mensen die Jagtlust frequenteerden hebben het niet overleefd: ongelukken en zelfdodingen. Een enkeling probeert het zelfkantbestaan door te zetten. Reve ziet hoe pathetisch dit is en schrijft: “Ik spuug op alles wat bohémien wil zijn en denkt dat het chique is in troep te leven.” Jagtlust eindigt als luxe villa van een rijke bankier, “(…) een perfect decor voor de blonde, geprivilegieerde kinderen die er nu opgroeien.” In zekere zin is er dus weinig veranderd.
Torraca en studentencorpora Ik lees dit boek terwijl ik verblijf in Torraca, een arm bergdorp in Campanië, Zuid-Italië. Ik maak er op 27 augustus de jaarlijkse Mariaprocessie mee, compleet met een op schouders gedragen beeld, pastoor in wit habijt, vuurwerk en een driekoppig orkest dat achter het beeld loopt. Dat orkest was geweldig: een doedelzakspeler, een accordeonist en iemand die iets als een schalwei bespeelde. De accordeonist was een twintiger maar de andere twee waren potige vijftigers of ouder, gedrongen vlezige mannen waarvan je je kunt voorstellen dat ze in het levensonderhoud van hun gezin voorzien op het land of in de bouw. Dit driemanschap bleef ook toen het beeld eenmaal was gearriveerd in de kerk een poosje doorspelen. Zoals waarschijnlijk al eeuwen gebeurt. Ik romantiseer niet, het leven is hier schraal en hard, maar dit dorp is een vaste plek waar het leven en haar tradities al eeuwen doorheen stromen. Ik maak vanuit Torraca wandelingen in het schitterende natuurgebied waar het dorp onderdeel van uitmaakt, onder andere naar bronnen van snelstromende ijskoude riviertjes. Ook die stromen al eeuwen op dezelfde manier, blijkens de diepe kloven die zij gedurende eeuwen hebben uitgesleten. Ik eet voor weinig geld heerlijk eenvoudig traditioneel boereneten met lokale wijn van Fiano-, Falanghina- of Aglianico-druiven. Je kunt anno nu van dit alles getuige zijn met eerbied voor de continuïteit van de Geschiedenis die je op dit soort plaatsen in levende lijve voor je ziet. Van welke stroom getuigt Jagtlust? Welke continuïteit komt voort uit het liederlijke drinken en feesten van de rijke verwende jongeren daar? Misschien het wangedrag in de studentencorpora?
Een boeiende inkijk in de opkomst van het avant-gardisme in de jaren vijftig en zestig. Vermakelijk beeld van de tijdsgeest waarin naoorlogse intellectuelen en kunstenaars de Nederlandse cultuur blijvend wisten te beïnvloeden.
"maar de maanden vervullen, de verloofdes putten zich uit, de lege flessen hopen zich op en sneller steeds zich alles ledigt, vermindert en ontwijkt: in liefde en liefde in beestachtige grenzeloze onverschilligheid."
Hoewel er geen direct oordeel wordt gegeven, wordt er wel een bepaald beeld geschept. Dit beeld is een wat eenzijdig beeld die bovendien niet voldoende wordt uitgelegd. Ik heb het idee dat de schrijfster zich heeft laten meeslepen door een aantal personen die met veel trots en bravoure hebben verteld over 'die wilde tijd', terwijl het genuanceerdere deel van het verhaal buiten schot is gebleven. Voor de Fritzi en de betrokken mensen uit dit boek kan ik weinig begrip op brengen. Zegt dat wat over die mensen, of over het boek?
Leven als God in Frankrijk fraai beschreven. Hoe een dichteres als bindmiddel functioneert voor een netwerk van schrijvers in een door haar geregisseerde poel van ‘alles moet kunnen’.
Interessante geschiedenis. Al was het boek behoorlijk mythisch en bijna sensationeel (?) Na verloop van tijd waren de beschrijvingen van al het gefeest saai aan het worden. Als ik naar de biografie van Maaike Meijer kijk, is er meer aan F Harmsen van Beek. Daar ben ik benieuwd naar geworden
F.t.H.o.d.B. en kunstenaarscliqueje komen tezamen om wollig bollig taalgebruik op elkaar te botvieren op het dak van een rommelige kast van een huis. ik heb nou geen idee of ik onwijs graag een verloofde van Fritzi wil zijn of gewoon onwijs graag haar wil zijn, maar wat een charmante chaosmaker is zij zeg! van je wervelwind en zorgenkind en dierentuin in plezierpuin! lijmt ze alles wat losgeraakt is weer onzorgvuldig maar liefdevol vast!
ik heb dus een poging gedaan haar poëzie te lezen maar zo dat zijn veel woorden waarbij 1+1 gelijkstaat aan een bloemenkrans ik snap der geen narcis van, maar er zullen zeker meer pogingen volgen!!!
Na een toevallige ontmoeting met de heer Theo Sontrop op het eiland Vlieland, waar hij een tipje van de sluier lichte over zijn leven was ik meteen geïnteresseerd in meer verhalen van die periode en bovenal Jagtlust. Vanzelf kwam ik bij het boek van van der Zijl en petje je af voor al haar research. Leuk boek om te lezen voor een kleine indruk in het leven van Artistieke (on)gelukzoekers in die tijd.
Voor Huizen als dit is de uitspraak: Als de muren konden konden spreken uitgevonden.
PS: Ik kan het niet bevestigen maar er is mij eens verteld dat de uitdrukking: Het gooische matras zijn oorsprong vindt op Jagtlust en na de verhalen uit dit boek verbaasd dat mij niks....
Een groot deel van de tijd heb ik mij zitten ergeren aan het elitaire gedrag wat in dit boek beschreven staat. Hoewel de schrijfster geen oordeel geeft. We hoeven denk ik niet trots te zijn op deze mensen als persoon, misschien als artiest wel.
Eerst vind je ze interessant en daarna krijg je een bloedhekel aan ze. En daarna... tja... blijf je met een gevoel van de eindigheid achter. Wel prachtig beschreven door Annejet van der Zijl. Dat wel.
Ontnuchterend te weten dat die o zo alternatieve vjjftigers voortkwamen uit een elitair, decadent milieu, en zich daarin bleven wentelen. Misschien ook wel de charme van deze club. Annejet van der Zijl weet er een mooi verhaal van te maken.
Jagtlust is een villa in Blaricum die van 1956 tot 1971 bewoond werd door Fritzy Harmsen van Beek, dichteres, schrijfster en tekenares. In de tijd dat zij daar woonde was de villa een soort lustoord waar een bonte verzameling kunstenaars, rijke jonge snobs, vrijbuiters, casanova's, kind aan huis waren en waar vooral gefeest werd en alles kon en alles mocht. Daarmee was het een vroege vrijplaats voor een kleine elite (veelal uit Amsterdam) die voorop liepen in een hippe, vrije leefstijl die eind jaren 60 meer algemeen goed werd voor een veel grotere groep mensen. Annejet heeft in deze debuut roman na veel research en gesprekken met betrokkenen tussen 1995 en 1998 gereconstrueerd wat zich in het huis heeft afgespeeld. Duidelijk is dat je of kapot ging aan die leefstijl of op tijd tot een soort bezinning kwam, om uiteindelijk goed terecht te komen. Een belangrijk deel van de deelnemers heeft een belangrijke stempel gedrukt op het culturele gedachtengoed in Nederland in de jaren 70 tot het begin van deze eeuw. Ik heb met verbijstering gevolgd hoe de bandeloze Fritzy haar hele leven (ze is 81 geworden) zonder echt verantwoordelijkheid voor iets te nemen zoveel mensen aan zich heeft weten te binden zodat zij altijd een vangnet van vrienden, relaties had waardoor dingen toch "goed" afliepen.
Dit was leuk om naar te luisteren … een stukje Nederlandse literatuurgeschiedenis met protagonisten die bekender zijn dan dat ik dacht. Het gaat over de geschiedenis van Jagtlust, het huis waar Fritzi Harmsen van Beek gaat wonen als ze alleenstaande moeder is - met tussenkomst van de gemeente Amsterdam. Ze organiseert daar ware happenings allerhande waardoor de kunstscène van Amsterdam zich vaak daar afspeelt ipv in de hoofdstad. In de jaren 70 verlaat ze de kunstenaarskolonie waar ze de laatste jaren helemaal alleen met haar poezen heeft gewoond. O.a. Gerard Reve en Remco Campert zijn frequente bezoekers. Ze trouwt met Remco Campert (huwelijk houdt niet zo lang stand). Wetenswaardig is ook dat Fritzi blijkbaar het boek van Annejet van der Zijl nog heeft gelezen - ze heeft er niet aan meegewerkt en comentaar op het boek is dan ook dat niet alles te verifiëren valt. Leuke noot voor de Nederlandse lezers: haar ouders verdienden veel geld met de serie ‘Flipje’, het fruitmannetje van de jam van de Betuwe-;) In het boek lees je ook over de bijdragen van de kinderen aan Flipje. Haar vader heeft trouwens ook een aantal boeken van Enid Blyton geïllustreerd.
Ik luisterde dit boek tijdens een flink aantal wandelingen maar mijn gedachten dwaalden wel eens af door de ietwat verveelde stem die het boek voorlas. Wat ik bij andere luisterboeken nog niet had gehad was dat citaten door een andere stem voorgelezen werden en enkele gedichten door de dichter zelf. Maar voor mij maakte dat het boek niet leuker of zo. Ik vind wel dat Annejet van der Zijl goed haar best heeft gedaan op dit boek maar het is niet zo boeiend als de twee eerdere boeken van haar hand die ik dit jaar al heb gelezen. Ik ben weliswaar wat wijzer geworden over de artistieke vrijplaats Jagtlust en mevrouw F. Harmsen van Beek maar dit is wat mij betreft niet een must read.
Altijd al eens willen weten hoe dat jarenlange en ingewikkelde feest in de jaren zestig in landhuis Jagtlust in Blaricum eigenlijk afgelopen was: ik las er over bij Reve, in 'Op weg naar het einde', geloof ik, en nu trof ik in een tweedehands bak dit boek waar het allemaal uit de doeken wordt gedaan. Fascinerende geschiedenis, met een leerzame draad: iedereen die dat jarenlange feest een tijd meemaakte stapte er op tijd uit, als men nog iets van het eigen leven wilde maken, alleen Fitzi bleef in het midden doorgaan, en hield de draad in Groningen vast, toen haar verkrotte landhuis tenslotte verkocht werd, en zij wer deen dichter. Gelijk maar even haar debuutbundel besteld.
Een mooie beschrijving van een kunstenaarskolonie van zeer wisselende samenstelling.
Mooi is de beschrijving van het tijdsbeeld. De suggestie dat taalgebruik dat we nu Reviaans noemen eigenlijk haar basis vindt in de persoon Fritzi ten Harmsen van der Beek is op zijn minst prikkelend.
Het boek beschrijft ook een beperkte, specifieke periode uit het leven van Remco Campert.
Ik heb ervan genoten. Deze jubileumeditie is mooi uitgegeven... en terecht!.Met dit boek start de zegetocht van Annejet van der Zijl
Boeiend en tragisch verhaal over de dichteres Fritzi H.v.d.B en de kunstenaarskolonie Jagtlust, die de literaire en artistieke grootheden uit Nederland aantrok in de jaren '50-'60. Het geeft een mooi beeld van de tijdsgeest, het zich afzetten tegen toen geldende normen en middelmatigheid. Je moet de werken van de bewoners van Jachtlust en de bezoekers wel raadplegen om de inhoudelijke en artistieke impact te vatten. De zelfdestructie en tragiek die daarmee gepaard ging bij diegenen die aan deze levensstijl vasthielden komt pas op het einde van het boek echt tot uiting.
Uitgebreid inkijkje in de generatie dichters, schrijvers, en andere kunstenaars rond Fritzi ( Frederik ten Harmsen van Beek) . Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk af in het buitenhuis Jagtlust in Blaricum in de periode 1929 - 2009. Het leven van Fritzi is nogal buitenissig. Ontluisterend vond ik het opgroeien van haar zoon, die vanwege zijn zeer bijzondere moeder eigenlijk kansloos was om zich "normaal" te ontwikkelen.
Heerlijk verslavend geschreven weer. Het verhaal was interessant, al voelde ik best wat afkeer tijdens het lezen. Wat een verwende mensen. Arme kinderen, arme poezen. Opvallend dat Fritzi in haar tijd blijkbaar heel bekend en goed besproken was maar dat je haar nu in geen enkele bloemlezing terug vindt.
Recensies schrijven lijkt steeds moeilijker, misschien moet ik er mee stoppen. Zucht.
Interesting and astonishing picture of an era. Upsetting at times, because of the typical artist gossip/exclusion/insider-outsider mentality, and above all: child neglect and waste of talent. This book could have been longer, so that we could have had even more insight into the various characters. I finished in one sitting more or less.
Kleine inkijk in de vaak excessieve en soms vrij fatale aspecten van het leven van een deel van de Vijfigers ten huize ‘Jagtlust’ nabij Laren. Met een facsimile van de ‘jagtlust koerier’, de krant van het huis die op 1 exemplaar ‘ongeregeld verschijnt onder redactie van wouter kampert’. Vlot verteld.