Jump to ratings and reviews
Rate this book

Hitler's Flemish Lions: The History of the SS-Freiwilligan Grenadier Division Langemarck (Flamische Nr. I)

Rate this book
An examination of Flemish soldiers' motivation to answer Himmler's call to arms

Illustrated with rare photographs, many previously unpublished, and with close analysis of the key figures such as Flemish Knight's Cross winner Remy Schrijnen, this is a fascinating study of fanatical courage. By the end of World War II there were soldiers of more than 30 nationalities fighting in the 38 combat division of the Waffen SS; Reich Germans were in the minority. How did a regime founded upon notions of its own racial superiority come to welcome hundreds of thousands of foreigners into its military elite—and what motivated these men? Here the author examines in depth the Langemarck division, composed entirely of fighters drawn from the Flemish lands of Northern Belgium. Motivated by a powerful anti-communist zeal and a desire to escape forever the interference of their traditional enemy, France, these men fought at Stalingrad and in the encircling battles of the Volkhov pocket. They fought the bitter campaign in the Ukraine in 1943-44, then in Estonia at the Narva. The Division was destroyed by the Russian juggernaut in 1945.

224 pages, Paperback

First published October 1, 2007

6 people are currently reading
63 people want to read

About the author

Jonathan Trigg

23 books27 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
5 (8%)
4 stars
29 (46%)
3 stars
21 (33%)
2 stars
5 (8%)
1 star
2 (3%)
Displaying 1 - 7 of 7 reviews
Profile Image for Pieter.
388 reviews64 followers
January 14, 2015
Het boek dient in eerste instantie om een Engelstalig publiek te informeren over de politieke drijfveren en militaire verrichtingen van de Vlamingen in dienst van Duitsland tijdens de periode 1941-1945. De inleiding over het Vlaams-nationalisme tijdens het interbellum is redelijk correct.

Interessant wordt het wanneer Trigg de lezer meevoert doorheen de Russische steppes, van Leningrad over Oekraïne tot Pommeren. De auteur nuanceert het gebrek aan Vlaamse officieren omwille van een Duitse arrogantie. Vaak hadden de Vlaamse vrijwilligers gewoonweg te weinig militaire ervaring. Naarmate de jaren vorderen en golf na golf Vlaamse soldaten gedecimeerd uit de strijd komt, blijken sommigen in staat om verantwoordelijkheid te dragen. Ook de individuele verhalen van helden als Remi Schrijnen en Georg D'haese worden belicht. Het groeiende respect voor de Vlaamse moed en volharding blijft niet opgemerkt in Berlijn. Stilaan groeit het eerder ondersteunende legioen uit tot een panzergrenadierdivisie, dat ruim wordt voorzien van anti-tankwapens en artillerie om de strijd met de Sovjets aan te binden.

Bijna 300 blz raakt de lezer geboeid en tegelijk stil van de enorme offers die deze Vlaamse generatie heeft gebracht. Kortrijk 1302 is een ijkpunt geweest van Vlaams militair vernuft dat onze natie heeft verlost van de Franse heerschappij. Rusland 1941-1945 is militair een even sterk huzarenstuk geweest, maar heeft echter niet geleid tot een mate van Vlaamse autonomie. Tot spijt van het menig Vlaams bloed dat langs het Oostfront is gevloeid.
Profile Image for Wim Van Den Bossche.
123 reviews
November 16, 2014
Very well written. A detailed description of the fights and live along the Russian front during the second worldwar. Answering some questions on the flemish involvement in the support of the Waffen-SS.
46 reviews10 followers
June 12, 2015
De auteur van dit boek probeert objectieve waarheid te tonen en doet dat goed.

Dit boek toont de gruwelijkheid van de beide kanten in een oorlog.
Het toont ook dat de Vlaamse SS-soldaten zeer moedige mannen waren. Sommige waren in hun hoofd overtuigd dat strijden tegen de Bolsjevieken het goede was, anderen vochten vanuit een Vlaams-patriotisch gevoel en weer anderen vochten gewoon uit een gestoord gevoel voor avontuur.

Ik geloof dat dit boek goed is in je respect-level omhoog te trekken voor deze mannen en de hel waar ze doorgingen, door objectieve waarheid te geven van de realiteit van oorlog, natuurlijk zonder dat dat je akkoord doet gaan met de wreedheden van de Nazi oorlogsmachine, hun propaganda en hun koppigheid in voor deze zaken op te komen na de oorlog.

Enkele favoriete quotes:

“Er is niets ergers in de militaire geschiedenis dan de verschrikkelijke aanval van koude op het Duitse leger. (…) Een afschuwelijk detail is dat heel wat mannen stierven terwijl ze hun natuurlijke behoeften deden en hun anussen bevroren.” (p 77)

“Op bepaalde posities langs de linies stapelden we de lijken van de Russische soldaten op elkaar en bedekten ze met sneeuw, zodat wij enige vorm van bescherming hadden. De grond was te hard om loopgraven aan te leggen.” (p 90) (Uit Allen Brandt, The Last Knight of Flanders, Schiffer Publishing, 1989)

“Vanaf het begin van de schermutselingen in Oekraïne stapelde hij [Remi Schrijnen] het aantal doden op, goed voor een reputatie van moed, koelbloedigheid onder vuur en een onorthodox trekje dat zijn handelsmerk zou worden. Samen met een van zijn teamleden, de in Oekraïne geboren en Russisch sprekende Anton Dersmenscheck, leidde hij een ‘onofficiële’ nachtelijke verkenningspatrouille naar het niemandsland, om informatie te verzamelen en over te brengen. In die dagen perfectioneerde hij de positie van zijn befaamde Kopfstellung-geweer, zodat hij zijn wapen optimaal kon gebruiken. Tank na tank en geweer na geweer werd het slachtoffer van zijn moed en accuraatheid. (…) Een incident omschrijft het best Schrijnens gedrag aan het front en verklaart zijn latere heldhaftigheid in Narva. Hij werd steeds meer onder vuur genomen door een groot aantal Russische antitankwapens. De situatie verslechterde en Schrijnen stuurde zijn team terug naar de relatieve veiligheid van het hoofdkwartier. Hij bleef ter plaatse en vocht alleen verder. Zijn compagniecommandant August Knorr zag dit en zonder aarzelen liep hij door het vijandelijke vuur naar Schrijnen toe en nam diens lader over. Samen vernielden ze een voor een alle Russische wapens.” (p 171)

Vanaf pagina 190, wordt een zeer gedetailleerde uitleg gegeven over een strijd in Narva (verdediging van drie heuvels, waaronder de Weeshuisheuvel). Deze vormen van uitleg maken het boek een meerwaarde.

“De bevelen werden gegeven en in de nacht van 25 juli trokken de Vlamingen naar de Weeshuisheuvel. Daar groeven ze zich in voor een onvermijdelijke strijd tegen de grote Russische mastodont. Zoals eerder gezegd zouden de Vlamingen tegenover het Russische 2de stootleger komen te staan, een formatie die na de zware nederlaag aan het Volkhovfront, toegebracht door onder meer het SS-Legioen Vlaanderen, opnieuw was samengesteld.” (p 190)

“De enige 75 mm PAK was de hoeksteen van de Vlaamse verdediging en alles lag nu in handen van de jonge SS-sturmmann en schutter Remi Schrijnen. Ondanks de overweldigende kracht werd de Russische aanval teruggeslagen en nog eens vier T-34-tanks brandden uit, voor Schrijnens PAK. Naarmate de dag vorderde, volgden nog meer aanvallen en altijd weer waren het de explosieve sprenggranaten van Schrijnens kanon die het verschil maakten. Granaat na granaat ontplofte midden in de aanvallende infanterie, bij bosjes werden de mannen neergemaaid. Na een van deze aanvallen besliste Schrijnen om een onbekende reden de Kopfstellung-positie die hij de laatste tweeënhalve dag had ingenomen, op te geven en het wapen vijfhonderd meter naar links te verplaatsen. Remi Schrijnen was nog maar net verhuisd toen er een marinegranaat landde, precies op de oude positie. Als het wapen niet was verplaatst, zou de bemanning opgeblazen zijn en was de verdediging voorbij. Leo Tollenaere, Fons Van Broeck en Juul Fieremans, de oude kameraden van Schrijnen bij het legioen, bleven heen en weer lopen om munitie aan te voeren, zodat het geweer kon blijven vuren. Maar voor hoe lang nog?” (p 206-207)

“D’Haese beval een terugtrekking naar het westen en Laperre liep naar de PAK om het nieuws over te brengen. Met een zucht van verlichting grepen de mannen hun plunjezak, klaar om Laperre te volgen. Iedereen, behalve Remi Schrijnen. ‘Ik blijf hier tot het voorbij is’, zei hij tegen een geschokte Laperre, die zijn bevel herhaalde en dreigde met de krijgsraad als hij niet zou gehoorzamen. Maar de kleine schutter haalde zijn schouders op en bleef waar hij was. (…) Iedereen dacht hetzelfde terwijl ze maakten dat ze wegkwamen, naar het westen: ‘Dit is de laatste keer dat we SS-Sturmmann Remi Schrijnen levend hebben gezien.’ De Russische strijdkrachten waren vastbesloten hen gelijk te geven en maakten zich klaar voor een aanval, de laatste hoopten ze die de koppige Vlaamse verdedigers zouden wegblazen. Een grote groep van dertig T-34-tanks, voorzien van de recentste 85 mm-wapens, en een infanterie werden verzameld voor de laatste inspanningen van de dag. Om er zeker van te zijn dat ze niet zouden falen, werden nog vier extreem zware Jozef Stalin-tanks aan de aanvalseenheid toegevoegd. Deze tanks waren het Russische antwoord op de Duitse Tigertanks en gingen prat op een 122 mm-hoofdgeschut en een bijzonder dik, hellend pantser. De Russen waren ervan overtuigd dat ze deze keer succes zouden boeken en doorbreken. Eindelijk was de overwinning in zicht. Terwijl de tanks in de richting van zijn positie rolden, volgde Remi Schrijnen rustig de T-34 die aan het hoofd van de eenheid reed door het vizier van zijn kanon. (…) De eerste granaat sloeg in op de T-34, die daarop in brand vloog en tot stilstand kwam. (…) Nu hij de dood in de ogen keek, kwam Schrijnen voor een ander mogelijk probleem te staan. De afgelopen dagen had hij het kanon honderden keren afgevuurd, waardoor de loop en het vuurmechanisme vol waren komen te zitten met residu van de granaten, met vet en vuil, en de hals in de loop bleef steken. Dit moest hij weghalen, zodat hij de PAK snel kon blijven herladen. Zo niet zouden hij en zijn PAK overreden worden door de tanks. Dat zou het einde betekenen. Met de pook van de loop liep Schrijnen weg van het beschermende schild naar de tromp, met zijn rug naar de tanks die op hem afkwamen. Hij ramde de pook in de loop om zo de granaathuls te verwijderen. Daarna liep hij weer terug naar het staartstuk en laadde een nieuwe Panzergranate. Hij richtte snel en vuurde, laadde, vuurde, laadde en bleef zo snel hij kon vuren en opnieuw laden in een wanhopige poging om de tanks tegen te houden. Van zo dichtbij hadden zelfs de machtige Jozef Stalin-tanks geen bescherming meer tegen de snelle granaten die op hen werden afgevuurd en werden ze aan flarden gescheurd. (…) Tussen rook en spuwend vuur werd tank na tank stukgeschoten tot eindelijk de laatste van de monsters een paar meter van Schrijnens geweer stond. Zowel de tank als de PAK vuurde op hetzelfde moment. De Russische machine werd tot een schroothoop herleid, het antitankwapen kreeg een voltreffer te verwerken en was kapot. Remi Schrijnen werd door de inslag zwaargewond en verloor het bewustzijn. Door de kracht van de explositie werd hij 20 meter uit de geschutstelling weggeblazen. Zijn strijd was voorbij maar zijn actie had een enorme impact. Niet minder dan zeven Russische tanks lagen vermorzeld voor de loop van zijn geweer, waaronder drie van de bijzonder krachtige Jozef Stalin-tanks. (…) De bajonet was afgestompt door één man en één geweer. (p 207-209)

“Nu de Russen naar het oosten waren gerend, op de vlucht voor de tanks van Nordland, lag het slagveld er vreemd rustig en desolaat bij. De strijd was verloren, de Russen op de Weeshuisheuvel gaven hun zwaar bevochten posities vrij en trokken naar hun kameraden, maar niet voor ze de gevangenen die gewond waren en zich niet meer konden bewegen, neerschoten. Kausch reed met zijn tanks voorbij de kapotgeschoten PAK van Schrijnen en zag hoeveel vernielde Sovjettanks eromheen lagen. Het team zag een lichaam bewegen, stopte en ging naar buiten op onderzoek. Ongelofelijk maar waar, daar lag hij, een gewonde maar duidelijk ademende en blijkbaar onverwoestbare Remi Schrijnen. Hij werd op het achterdek van de tank gehesen en mee teruggenomen voor verzorging.” (p 213)

“De veteranen van Leningrad, Volkhov, Krasny Bor en Narva waren samengebracht voor hun zwanenzang, maar geen van hen zou zich zomaar gewonnen geven. De oorlog van de Vlamingen was nog niet voorbij.” (p 228)

“Het Rode Leger was in januari zo snel opgerukt dat een geordende terugtrekking van Duitse troepen en burgers niet mogelijk was geweest. De inefficiëntie van de plaatselijke nazihiërarchie had hier niet echt geholpen. Er was niet geluisterd naar de waarschuwing om burgers te evacueren en daar werd nu de prijs voor betaald. Het hoeft niet gezegd dat de meeste van deze partijfunctionarissen zichzelf op het eind wel wisten te redden door naar het westen te vluchten. Hun mede-Duitsers lieten ze aan hun lot over” (p 246)

“Op hun tocht naar Arnswalde op 17 februari werden de Vlamingen en Scandinaviërs met vreugde en opluchting begroet door de belegerde garnizoenen en de horden burgers. Toen het Rode Leger Duitsland binnenrolde, wilde het de brutaliteit van de recente Duitse bezetting wreken. Het resultaat was een onmenselijke slachtpartij onder hulpeloze Duitse burgers. Er werd vooral geplunderd en verkracht op bijna industriële schaal. De mensen uit oostelijk Duitsland renden letterlijk voor hun leven, weg van deze wraakgolf. (…) Steeds meer gingen gevechtseenheden van de Wehrmacht hun rol zien als het redden van zo veel mogelijk Duitsers uit de klauwen van het Rode Leger en niet het winnen van een oorlog die in hun ogen toch al verloren was.” (p 247)

“De vrijwilligers likten hun wonden in Neu-Rosow. Maar bij dageraad de volgende ochtend lanceerde het Rode Leger een aanval vanaf het uitbreidende bruggenhoofd. De meeste verdedigers waren nu Vlamingen. Ze boden dapper weerstand en hielden de stad de hele dag in handen. Later die avond werden de Waalse overlevenden teruggehaald naar het dorp Pomelen, ten noorden van de snelweg. De Vlamingen kregen de taak hun posities aan de linies in te nemen.” (p 264)

“Op hun terugtocht naar het noordwesten, weg van de hoofdaanval van het Russische Rode Leger, bleven de Vlamingen vechten waar dat nodig was, vooral om de trieste horden Duitse burgers op de vlucht voor de Russen bij te staan.” (p 265)

“De beste manier om de impact te beoordelen die de Vlamingen hadden op de Duitse oorlogsinspanning, is door te weten te komen hoe de Wehrmacht zelf hun bijdrage beoordeelde. We moeten dus de opmars van de Vlamingen bekijken, van SS-legioen zware infanterie belast met de beveiliging in de achterhoede en onder bevel van een breed Duits kader, tot een grotere, volledig gemotoriseerde eenheid met integrale pantsers en zware wapens (toen die schaars waren) onder grotendeels Vlaams bevel. Een groot aantal Vlamingen vocht het grootste deel van de oorlog aan het oostfront in enkele van de hardste gevechten van het conflict. Ze werden door vriend en vijand gerespecteerd voor hun moed en standvastigheid.” (p 277)
46 reviews10 followers
June 12, 2015
De auteur van dit boek probeert objectieve waarheid te tonen en doet dat goed.

Dit boek toont de gruwelijkheid van de beide kanten in een oorlog.
Het toont ook dat de Vlaamse SS-soldaten zeer moedige mannen waren. Sommige waren in hun hoofd overtuigd dat strijden tegen de Bolsjevieken het goede was, anderen vochten vanuit een Vlaams-patriotisch gevoel en weer anderen vochten gewoon uit een gestoord gevoel voor avontuur.

Ik geloof dat dit boek goed is in je respect-level omhoog te trekken voor deze mannen en de hel waar ze doorgingen, door objectieve waarheid te geven van de realiteit van oorlog, natuurlijk zonder dat dat je akkoord doet gaan met de wreedheden van de Nazi oorlogsmachine, hun propaganda en hun koppigheid in voor deze zaken op te komen na de oorlog.

Enkele favoriete quotes:

“Er is niets ergers in de militaire geschiedenis dan de verschrikkelijke aanval van koude op het Duitse leger. (…) Een afschuwelijk detail is dat heel wat mannen stierven terwijl ze hun natuurlijke behoeften deden en hun anussen bevroren.” (p 77)

“Op bepaalde posities langs de linies stapelden we de lijken van de Russische soldaten op elkaar en bedekten ze met sneeuw, zodat wij enige vorm van bescherming hadden. De grond was te hard om loopgraven aan te leggen.” (p 90) (Uit Allen Brandt, The Last Knight of Flanders, Schiffer Publishing, 1989)

“Vanaf het begin van de schermutselingen in Oekraïne stapelde hij [Remi Schrijnen] het aantal doden op, goed voor een reputatie van moed, koelbloedigheid onder vuur en een onorthodox trekje dat zijn handelsmerk zou worden. Samen met een van zijn teamleden, de in Oekraïne geboren en Russisch sprekende Anton Dersmenscheck, leidde hij een ‘onofficiële’ nachtelijke verkenningspatrouille naar het niemandsland, om informatie te verzamelen en over te brengen. In die dagen perfectioneerde hij de positie van zijn befaamde Kopfstellung-geweer, zodat hij zijn wapen optimaal kon gebruiken. Tank na tank en geweer na geweer werd het slachtoffer van zijn moed en accuraatheid. (…) Een incident omschrijft het best Schrijnens gedrag aan het front en verklaart zijn latere heldhaftigheid in Narva. Hij werd steeds meer onder vuur genomen door een groot aantal Russische antitankwapens. De situatie verslechterde en Schrijnen stuurde zijn team terug naar de relatieve veiligheid van het hoofdkwartier. Hij bleef ter plaatse en vocht alleen verder. Zijn compagniecommandant August Knorr zag dit en zonder aarzelen liep hij door het vijandelijke vuur naar Schrijnen toe en nam diens lader over. Samen vernielden ze een voor een alle Russische wapens.” (p 171)

Vanaf pagina 190, wordt een zeer gedetailleerde uitleg gegeven over een strijd in Narva (verdediging van drie heuvels, waaronder de Weeshuisheuvel). Deze vormen van uitleg maken het boek een meerwaarde.

“De bevelen werden gegeven en in de nacht van 25 juli trokken de Vlamingen naar de Weeshuisheuvel. Daar groeven ze zich in voor een onvermijdelijke strijd tegen de grote Russische mastodont. Zoals eerder gezegd zouden de Vlamingen tegenover het Russische 2de stootleger komen te staan, een formatie die na de zware nederlaag aan het Volkhovfront, toegebracht door onder meer het SS-Legioen Vlaanderen, opnieuw was samengesteld.” (p 190)

“De enige 75 mm PAK was de hoeksteen van de Vlaamse verdediging en alles lag nu in handen van de jonge SS-sturmmann en schutter Remi Schrijnen. Ondanks de overweldigende kracht werd de Russische aanval teruggeslagen en nog eens vier T-34-tanks brandden uit, voor Schrijnens PAK. Naarmate de dag vorderde, volgden nog meer aanvallen en altijd weer waren het de explosieve sprenggranaten van Schrijnens kanon die het verschil maakten. Granaat na granaat ontplofte midden in de aanvallende infanterie, bij bosjes werden de mannen neergemaaid. Na een van deze aanvallen besliste Schrijnen om een onbekende reden de Kopfstellung-positie die hij de laatste tweeënhalve dag had ingenomen, op te geven en het wapen vijfhonderd meter naar links te verplaatsen. Remi Schrijnen was nog maar net verhuisd toen er een marinegranaat landde, precies op de oude positie. Als het wapen niet was verplaatst, zou de bemanning opgeblazen zijn en was de verdediging voorbij. Leo Tollenaere, Fons Van Broeck en Juul Fieremans, de oude kameraden van Schrijnen bij het legioen, bleven heen en weer lopen om munitie aan te voeren, zodat het geweer kon blijven vuren. Maar voor hoe lang nog?” (p 206-207)

“D’Haese beval een terugtrekking naar het westen en Laperre liep naar de PAK om het nieuws over te brengen. Met een zucht van verlichting grepen de mannen hun plunjezak, klaar om Laperre te volgen. Iedereen, behalve Remi Schrijnen. ‘Ik blijf hier tot het voorbij is’, zei hij tegen een geschokte Laperre, die zijn bevel herhaalde en dreigde met de krijgsraad als hij niet zou gehoorzamen. Maar de kleine schutter haalde zijn schouders op en bleef waar hij was. (…) Iedereen dacht hetzelfde terwijl ze maakten dat ze wegkwamen, naar het westen: ‘Dit is de laatste keer dat we SS-Sturmmann Remi Schrijnen levend hebben gezien.’ De Russische strijdkrachten waren vastbesloten hen gelijk te geven en maakten zich klaar voor een aanval, de laatste hoopten ze die de koppige Vlaamse verdedigers zouden wegblazen. Een grote groep van dertig T-34-tanks, voorzien van de recentste 85 mm-wapens, en een infanterie werden verzameld voor de laatste inspanningen van de dag. Om er zeker van te zijn dat ze niet zouden falen, werden nog vier extreem zware Jozef Stalin-tanks aan de aanvalseenheid toegevoegd. Deze tanks waren het Russische antwoord op de Duitse Tigertanks en gingen prat op een 122 mm-hoofdgeschut en een bijzonder dik, hellend pantser. De Russen waren ervan overtuigd dat ze deze keer succes zouden boeken en doorbreken. Eindelijk was de overwinning in zicht. Terwijl de tanks in de richting van zijn positie rolden, volgde Remi Schrijnen rustig de T-34 die aan het hoofd van de eenheid reed door het vizier van zijn kanon. (…) De eerste granaat sloeg in op de T-34, die daarop in brand vloog en tot stilstand kwam. (…) Nu hij de dood in de ogen keek, kwam Schrijnen voor een ander mogelijk probleem te staan. De afgelopen dagen had hij het kanon honderden keren afgevuurd, waardoor de loop en het vuurmechanisme vol waren komen te zitten met residu van de granaten, met vet en vuil, en de hals in de loop bleef steken. Dit moest hij weghalen, zodat hij de PAK snel kon blijven herladen. Zo niet zouden hij en zijn PAK overreden worden door de tanks. Dat zou het einde betekenen. Met de pook van de loop liep Schrijnen weg van het beschermende schild naar de tromp, met zijn rug naar de tanks die op hem afkwamen. Hij ramde de pook in de loop om zo de granaathuls te verwijderen. Daarna liep hij weer terug naar het staartstuk en laadde een nieuwe Panzergranate. Hij richtte snel en vuurde, laadde, vuurde, laadde en bleef zo snel hij kon vuren en opnieuw laden in een wanhopige poging om de tanks tegen te houden. Van zo dichtbij hadden zelfs de machtige Jozef Stalin-tanks geen bescherming meer tegen de snelle granaten die op hen werden afgevuurd en werden ze aan flarden gescheurd. (…) Tussen rook en spuwend vuur werd tank na tank stukgeschoten tot eindelijk de laatste van de monsters een paar meter van Schrijnens geweer stond. Zowel de tank als de PAK vuurde op hetzelfde moment. De Russische machine werd tot een schroothoop herleid, het antitankwapen kreeg een voltreffer te verwerken en was kapot. Remi Schrijnen werd door de inslag zwaargewond en verloor het bewustzijn. Door de kracht van de explositie werd hij 20 meter uit de geschutstelling weggeblazen. Zijn strijd was voorbij maar zijn actie had een enorme impact. Niet minder dan zeven Russische tanks lagen vermorzeld voor de loop van zijn geweer, waaronder drie van de bijzonder krachtige Jozef Stalin-tanks. (…) De bajonet was afgestompt door één man en één geweer. (p 207-209)

“Nu de Russen naar het oosten waren gerend, op de vlucht voor de tanks van Nordland, lag het slagveld er vreemd rustig en desolaat bij. De strijd was verloren, de Russen op de Weeshuisheuvel gaven hun zwaar bevochten posities vrij en trokken naar hun kameraden, maar niet voor ze de gevangenen die gewond waren en zich niet meer konden bewegen, neerschoten. Kausch reed met zijn tanks voorbij de kapotgeschoten PAK van Schrijnen en zag hoeveel vernielde Sovjettanks eromheen lagen. Het team zag een lichaam bewegen, stopte en ging naar buiten op onderzoek. Ongelofelijk maar waar, daar lag hij, een gewonde maar duidelijk ademende en blijkbaar onverwoestbare Remi Schrijnen. Hij werd op het achterdek van de tank gehesen en mee teruggenomen voor verzorging.” (p 213)

“De veteranen van Leningrad, Volkhov, Krasny Bor en Narva waren samengebracht voor hun zwanenzang, maar geen van hen zou zich zomaar gewonnen geven. De oorlog van de Vlamingen was nog niet voorbij.” (p 228)

“Het Rode Leger was in januari zo snel opgerukt dat een geordende terugtrekking van Duitse troepen en burgers niet mogelijk was geweest. De inefficiëntie van de plaatselijke nazihiërarchie had hier niet echt geholpen. Er was niet geluisterd naar de waarschuwing om burgers te evacueren en daar werd nu de prijs voor betaald. Het hoeft niet gezegd dat de meeste van deze partijfunctionarissen zichzelf op het eind wel wisten te redden door naar het westen te vluchten. Hun mede-Duitsers lieten ze aan hun lot over” (p 246)

“Op hun tocht naar Arnswalde op 17 februari werden de Vlamingen en Scandinaviërs met vreugde en opluchting begroet door de belegerde garnizoenen en de horden burgers. Toen het Rode Leger Duitsland binnenrolde, wilde het de brutaliteit van de recente Duitse bezetting wreken. Het resultaat was een onmenselijke slachtpartij onder hulpeloze Duitse burgers. Er werd vooral geplunderd en verkracht op bijna industriële schaal. De mensen uit oostelijk Duitsland renden letterlijk voor hun leven, weg van deze wraakgolf. (…) Steeds meer gingen gevechtseenheden van de Wehrmacht hun rol zien als het redden van zo veel mogelijk Duitsers uit de klauwen van het Rode Leger en niet het winnen van een oorlog die in hun ogen toch al verloren was.” (p 247)

“De vrijwilligers likten hun wonden in Neu-Rosow. Maar bij dageraad de volgende ochtend lanceerde het Rode Leger een aanval vanaf het uitbreidende bruggenhoofd. De meeste verdedigers waren nu Vlamingen. Ze boden dapper weerstand en hielden de stad de hele dag in handen. Later die avond werden de Waalse overlevenden teruggehaald naar het dorp Pomelen, ten noorden van de snelweg. De Vlamingen kregen de taak hun posities aan de linies in te nemen.” (p 264)

“Op hun terugtocht naar het noordwesten, weg van de hoofdaanval van het Russische Rode Leger, bleven de Vlamingen vechten waar dat nodig was, vooral om de trieste horden Duitse burgers op de vlucht voor de Russen bij te staan.” (p 265)

“De beste manier om de impact te beoordelen die de Vlamingen hadden op de Duitse oorlogsinspanning, is door te weten te komen hoe de Wehrmacht zelf hun bijdrage beoordeelde. We moeten dus de opmars van de Vlamingen bekijken, van SS-legioen zware infanterie belast met de beveiliging in de achterhoede en onder bevel van een breed Duits kader, tot een grotere, volledig gemotoriseerde eenheid met integrale pantsers en zware wapens (toen die schaars waren) onder grotendeels Vlaams bevel. Een groot aantal Vlamingen vocht het grootste deel van de oorlog aan het oostfront in enkele van de hardste gevechten van het conflict. Ze werden door vriend en vijand gerespecteerd voor hun moed en standvastigheid.” (p 277)
Profile Image for Hans.
26 reviews
January 21, 2020
A book which is good in detailing the actual battles and the progress of the Flemish waffen-SS as a whole on the eastern front throughout the second world war. But falls short in analyzing the motives and the uglier side of their service. Two or three individual soldiers are followed in any detail, but they are followed in a dry, objective kind of way (fought here, hospitilazied here, medal here).
Profile Image for Christophe.
56 reviews2 followers
September 1, 2014
Veeeeeel te technisch voor de modale lezer; Ook de data worden constant door elkaar gebruikt. De schuchtere poging om het geheel via een aantal personen te volgen -wat een mooie oplossing voor het "verhaal" zou geweest zijn- lukt absoluut niet. Misschien moet de auteur eens "Napoleons nachtmerrie" van Johan Opdebeeck lezen.
Displaying 1 - 7 of 7 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.