Justus Anton (Jules) Deelder, vaak ook publicerend onder de naam J.A. Deelder (Rotterdam, 24 november 1944 – aldaar, 19 december 2019) was een Nederlandse dichter, voordrachtskunstenaar of performer en schrijver. Deelder had een opvallende presentatie en werd ook "De nachtburgemeester van Rotterdam" genoemd. Hij ging onveranderd gekleed in een zwart maatpak, droeg zijn zwart geverfde haar altoos achterovergekamd en hij had op zijn kin een smal sikje en op zijn neus vaak een kunstzinnige bril. Het tijdschrift Esquire koos hem in 2010 als de best geklede man in het 20-jarig bestaan van het tijdschrift. Deelder leefde langdurig samen met A.M.C. (Annemarie) Fok. In 1985 werd hun dochter Ari geboren. Hij schreef over haar het gedicht "Voor Ari". De zestien regels zijn in 2002 afgebeeld over een lengte van 900 meter op de westwand van het fietspad in de Beneluxtunnel onder de Nieuwe Maas, tussen Pernis en Schiedam/Vlaardingen. Het is daarmee vermoedelijk het langste gedicht ter wereld.
Toch nog maar wat extra Deelder nagelzen. Bundel uit de jaren 80, toen het vuur ook nog volop brandende was, in dit boek bijvoorbeeld het legendarische gedicht 'voor Ari'. De beste regels werden vorig week nog in NRC geciteerd, een ready made uit een kinderboek vermoed ik, het begin van 'Gewetensvraag':
'De dief schoot eerst maar Raffles was hem voor...'
Heel diep. Overigens citeerde TOm Lanoye Deelder dus verkeerd in het NRC, week of twee geleden, in een memoriam artikel, want daarin sprak Lanoye van 'Biggles'. Verkeerd onthouden, denk ik, omdat hij zelf als jongen over Biggles las, en geen idee had wie Raffles was.
Prachtige thematiek; het mid- en na-oorlogse Rotterdam, uitstapjes naar het strand en reflecties over Jules’ ouders & verdere familie; met een prachtig slotstuk in de vorm van het krachtig advies in ‘Lieve Ari’.
Deelders fascinatie met oorlog is mooi terug te lezen in deze bundel, en Voor AMC en Voor Ari zijn mooie gedichten, maar het is niet de sterkste Deelder bundel.
Deelders gedichten zijn niet moeilijk te begrijpen. Soms zijn ze zelfs zo eenvoudig dat ze niet meer dan ideetjes lijken, gevat in een paar korte regels met wit ertussen. Ik heb me ermee vermaakt, maar ben niet een keer geraakt. Daar staat tegenover dat er ook geen verheven dichterlijke pretenties uit opstijgen.