3,5! Het is niet altijd even duidelijk waarover het precies gaat, maar dat is volgens mij ook het punt niet. Als je de nood om volledig mee te zijn kan loslaten, kan je ten volle genieten van de taal, en die heeft mij toch enkele keren goed doen lachen, of me een figuurlijk mes recht door het hart gestoken. Zoals Rachel het zelf mooi verwoordt: "Wat gek toch, (...) dat woorden me altijd zoveel dieper treffen dan beelden" (37).
Nog enkele fragmenten die ik heb aangeduid:
- "De tijd heelt alle wonden. Klinkt redelijk. Alleen, aan wat voor wondjes denkt men dan. En wat de tijd betreft: wat niet gebeurt duurt eeuwig en heft die tijd dus op" (50).
- "Dat is het jammerlijke fiasco van onze beschaving, dat liefde op geen stukken na zo belangrijk wordt gevonden als de politiek. (...) Een verdienstelijk burger, dat word je niet met je hart" (52).
- "'Tot ziens', zegt hij na enig geaarzel, 'ik herhaal: tot ziens. Ik kom me spoedig bij je vervoegen'. (...) Rachel verzinkt dadelijk in een diep gepeins: spoedig, hoe snel mag dat wel zijn, en wat houdt het woord vervoegen eigenlijk in? Wonderbaarlijk met hoeveel gemak het woordenboek door de liefde op losse schroeven wordt gezet" (70).
- "De ambassadeurs der Vooruitgang, die zich aanvankelijk vol trots op de borst hadden geklopt omdat zij de eersten waren die in een auto rondtoerden, zaten ten slotte met de handen in het haar toen ze (...) tot de akelige ondervinding kwamen dat ze mét de zegeningen van het moderne leven de kou in huis hadden gehaald" (71).
- "Als je verleden je lief is, zwijg erover. Er hoeft slechts één mond verkeerd open te gaan of alles wordt vernield. Herlezen, herzien, herijken en herontmoeten, het zijn stuk voor stuk levensgevaarlijke ondernemingen want het heden bepaalt het verleden, meer nog dan andersom" (83).
- "'Dan kun je ze voor later bewaren' (nu is het later en ik heb geen idee wat ik ermee aan moet)" (101).
- "'Wat heb je Rachel, je huilt toch niet?' 'Huilen? Ik? Dat moest er nog bij komen.' 'Waarbij?' 'Bij al die sneeuw'" (104).
- "'Is dat zo? Dat was ik glad vergeten" (...), zinnen die haar op brutale wijze van iets leken te beroven" (108).
- "Een vrouw die een rok aantrekt noemt de opening 'sluiting'. Een man die de rok uittrekt noemt de sluiting 'opening' en als hij het niet hardop doet, dan doet hij het wel in gedachten" (117).
- "Toen zag je plotseling dat het bloed was - je kon wel doodgaan - en heb je het toch verteld. (...) 'Grote goedheid, Rachel', heeft je moeder uitgeroepen, 'als het waar is wat je me daar vertelt, dan ben je vandaag Roodkapje geworden en wat moeten we als die zomaar in verwachting raakt!' Je zegt niet: 'Wolven krijgen toch ook niet ZOMAAR stenen in hun buik', dat schoot je pas later te binnen" (134).
- "Toch zijn het niet de haren die door dit alles in de war zijn geraakt, het zijn de hersenen en hersenen die laten zich niet kappen. Ik heb tenminste nog nooit een kam of een borstel gezien, (...) die erin geslaagd is om gedachtekronkels glad te strijken" (136).
- "Maar goed, in een lege wijnfles komt een kaars ook wel tot zijn recht" (138).
- "Als je er nu maar goed zorg voor droeg alles altijd op zijn plaats terug te leggen hoefde je nooit bang te zijn dat je iets kwijtraakte" (147).
- "Afschuwelijk hoe gedachtebeelden je kunnen pijnigen. Als je ogen iets onaangenaams zien sla je gauw je handen ervoor of doe je ze dicht. Maar sla jij je handen maar eens voor je gedachten, doe jij je gedachten maar eens dicht" (170).
- "Een beginnende sneeuwstorm laat zich immers ook niet terugduwen in de wolken omdat jij je wanten toevallig thuis hebt laten liggen?" (201)