Verhaal over twee families dat zich afspeelt van 1908 tot eind jaren '50.
In 1908 wordt Sofia Mazone, de bijna 18-jarige dochter van een rijke reder, halsoverkop verliefd op Stefano Pasqualini, de ambitieuze zoon van een steenhouwer. Sofia's vader verwacht echter dat zij trouwt met Sandro Orlandi, een eveneens rijke grondbezitter, wiens terrein grenst aan dat van de Mazone scheepswerf zodat na het huwelijk de werf uitgebreid kan worden.
De gedesillusioneerde Stefano vertrekt na het huwelijk op zijn fiets richting Duitsland; hij heeft in Rome zijn opleiding tot bouwmeester/architect voltooid maar in Italië is voor dat beroep geen werk te vinden en hij hoopt dat in Duitsland wel aan te treffen. Onderweg naar Stuttgart belandt hij maanden later in een klein dorpje in Schwaben, blijft daar hangen en trouwt na verloop van tijd met de intelligente Anna. Ze weten samen een succesvol bouwbedrijf op te zetten, krijgen tweelingzoons (Peter en Paul) en enkele jaren later ook nog een dochter, Else.
Ondertussen heeft Sofia het leven geschonken aan een zoon, het resultaat van één intense liefdesnacht die ze samen met Stefano daags vóór haar huwelijk met Sandro heeft beleefd. Hij blijkt sprekend op haar grote liefde te lijken en ze noemt hem eveneens Stefano, maar doet het voorkomen alsof Sandro de vader is. Een aantal jaren later blijkt ze opnieuw zwanger, ditmaal wel van Sandro, en krijgt een beeldschone dochter, Angela.
Als Sandro vrij onverwacht komt te overlijden, reist Sofia als weduwe naar Duitsland om Stefano op te zoeken en hem te vertellen dat ze samen een zoon hebben. Ze slaagt er inderdaad in hem te ontmoeten, maar de afloop van die ontmoeting is rampzalig en Sofia komt oog in oog te staan met Anna en haar tweeling. Beide vrouwen vatten een onuitsprekelijke haat voor elkaar op en Sofia vertrekt onmiddellijk weer terug naar Napels.
Deze familiegeheimen, gebeurtenissen en haatgevoelens zijn van grote invloed vooral op de levens van Paul en Angela gedurende de navolgende jaren. We volgen hen en de andere familieleden vanaf de jaren '30, waarin het nationaalsocialisme in Duitsland steeds meer voet aan de grond krijgt en waar in Italië Benito Mussolino zich tot een belangrijk machtspersoon ontwikkelt, gedurende de oorlogsjaren en de jaren van wederopbouw, tot 25 maart 1957, de dag waarop het Verdrag van Rome (tot oprichting van de EEG) wordt ondertekend, een dag die eindelijk ook voor de families Pasqualini en Mazone/Orlandi persoonlijk een hoopvolle toekomst inluidt.
Al met al een onderhoudend boek. 3½ sterren.