Het leven is mooi. Maar ook de dood wordt veel bezongen. Tussen beide bevindt zich een schemerland dat zelden wordt bezocht. De bewoners zijn eigenaardig. Er zijn kadavers en teddyberen, kunstvoorwerpen en nog net niet helemaal verteerde oude mannetjes. Een arts zou de meesten zonder aarzelen dood verklaren, maar dat kan te wijten zijn aan de beperkingen van de medische blik. Is iemand dood louter omdat er geen hart klopt? Soms is dood ook nog een beetje levend. Maar wie weet er het fijne van? In Mummies doet Midas Dekkers een poging de natuurlijke historie van de wereld tussen dood en leven te beschrijven.
Een leuk boekje met columns die gaan over de dood, maar ook de fase daarvoor. Van alles komt voorbij. Gemummificeerde katten, opgezette dieren, droogbloemen, teddyberen, de paddentrek, Siamese tweelingen en meer. Het zijn allemaal korte verhaaltjes die vlot lezen. Het boek is ook niet heel dik, dus je hebt het zo uit. De illustraties bij de columns zijn mooi gemaakt. Al zijn sommige wat afschrikwekkend.
Heel leuke verzameling korte stukjes met als onderliggend thema, de dood. Zeer goed geschreven in een plastische taal. Het taalgebruik is licht spottend, de kijk van Dekkers is ontluisterend, zonder ooit oneerbiedig te zijn... maar de schrijver drukt de lezer met zijn neus op de realiteit van de vergankelijkheid en het futiele van het al te menselijke eeuwig bezig zijn met zichzelf en zijn verlangen naar onsterfelijkheid.