Verhalen schrijven betekent op de rug van anderen gebruik maken van de oerverhalen uit de cultuur. Wie waren J.R.R. Tolkien en J.K. Rowling geweest zonder de Edda en de Keltische mythes? En wie kan nog een verhaal over een jong meisje in een bos schrijven zonder aan Roodkapje te denken? In Schrijven met het oerverhaal vertelt Eisso Post de achtergrond van al deze oerverhalen en laat hij zien hoe je daarmee in modern proza je eigen verhaal kunt scheppen. Dit boek geeft je niet alleen de ingrediënten, maar ook het bewustzijn welke sprookjes, sagen en mythes in je verhaal op worden gewekt. Vandaar dat dit boek niet alleen voor Fantasyschrijvers is, maar voor alle soorten roman- en verhalenschrijvers.
Heel interessant boek. Heb zeker al 3 verhaal ideeën eruit gehaalt. Het laat goed zien wat een sprookje, mythe en sage is. Het verteld wat de onderdelen zijn, hoe ze al gebruikt zijn en wat je ermee kan. Het is overzichtelijk en fijn lezen. Zeker iets om na te slaan bij het schrijven.
(Deze recensie is gebaseerd op de eerste 40 pagina's.)
Het boek begint met een samenvatting en bespreking van de Edda's en een aantal verschillende genres, waaronder sprookjes, sagen/streekverhalen, legenden en ridderromans. Het is fijn om een soort van samenvatting te hebben van deze termen, omdat ze vaak een beetje door elkaar heen lopen.
De schrijver besteed aan sommige verhalen een stuk meer tekst/alinea's dan aan andere. Er gaan bijvoorbeeld vijf(!) alinea's over Marten Toonders dwergen Pee Pastinakel en Kweetal uit de "Bommelverhalen". Leuk, maar is het echt nodig om hier zo veel aandacht aan te besteden, terwijl bijvoorbeeld de dwergen van Tolkien veel bekender zijn en bijna niet besproken worden? (Misschien wordt er later bij een ander onderdeel meer aandacht aan Tolkien geschonken, maar daar wordt niet naar vooruit gewezen.) Aan de andere kant acht de schrijver sommige verhalen dan weer zo bekend bij de lezer dat hij er geen aandacht aan besteed; bij Klein Duimpje staat bijvoorbeeld: "Het verhaal met de reus, dat iedereen kent, (...)" - het verhaal komt mij wel bekend voor, maar ik weet niet meer precies hoe het ging. Het was fijn geweest als hier wat meer aandacht aan besteed was.
Over het algemeen vind ik de toon prettig. Het is zakelijk, maar niet te moeilijk. Makkelijk om in te komen, dus. Maar: de schrijver vind het niet nodig om zijn mening over bepaalde zaken, zoals het christelijk geloof of bepaalde schrijvers of verhaaltechnieken, onder stoelen of banken te steken. Het is niet zo dat hij openlijk het christendom aanvalt ofzo, maar zijn mening sijpelt er wel heen onsubtiel doorheen. Een beetje oplettende lezer heeft wel door dat niet elk advies opgevolgd hoeft te worden, maar het leest niet per se prettig om soms opeens een mening tegen te komen die doet alsof hij een objectieve bewering is.
Voorbeeld: "Ook de band van dwergen met verborgen schatten en onderaardse edelmetalen, en hun smeedkunst, kan een interessante rol spelen. Maar het ouderwetse schatzoekersverhaal is voor de welvarende lezer van nu minder interessant dan voor de arme boer voor wie het Oerverhaal ooit bedoeld was. Er moet dus iets nieuws, iets origineels, mee gebeuren - er is bijvoorbeeld iets niet in de haak met die schat, die smeedkunst." ("Gebruik van dwergen in je verhaal", Hoofdstuk 5, blz 41.)
De schrijver geeft vaak als schrijftip mee om "iets origineels" met de motieven te doen; lekker vaag en daarmee niet erg behulpzaam.
Na het doornemen en aantekeningen maken bij Schrijven met het Oerverhaal, voel ik een sterke drang om verder uit te gaan zoeken welke elementen uit de Oerverhalen ik goed zou kunnen gebruiken in mijn eigen verhalen. Dit boek behandelt de Edda’s, sprookjes, sagen en streekverhalen, legenden en ridderromans. Daarna komen de wezens uit deze verhalen en alle verschijnselen in de verhalen aan bod. Verder worden de lessen die uit deze verhalen zijn te leren behandeld en worden suggesties aangereikt over hoe een moderne schrijven de vele elementen uit de Oerverhalen zou kunnen gebruiken in nieuwe verhalen. Als ik weer eens ga brainstormen voor een nieuw verhaal, zal ik zeker ook de oerverhalen niet vergeten mee te nemen voor mijn onderzoek.
Een fijn boek over de oerverhalen. Het begin geeft vooral uitleg over verschillende oerverhalen, waarin Arthur, Edda's, Harry Potter en Tolkien in zijn uitleg meerdere malen terugkeren. Het boek is erg zakelijk geschreven, wat ik zelf minder fijn vind dan de duidelijk te herkennen enthousiasme, naar mijn mening wordt ik dan minder in het verhaal gezogen en kom ik er moeilijker doorheen.
Desondanks staat er veel in waar je over oerverhalen veel kan leren. Er worden verschillende voorbeelden gegeven over hoe schrijvers als Tolkien en J.K. Rowling de oerverhalen in hun boeken hebben gebruikt en ik vond dat zelf erg bijzonder om te lezen. Toch zeker wel wat aan het boekje gehad!