Wisten gewone Nederlanders in '40- '45 van de Holocaust? Het is een van de grote vragen van de Nederlandse geschiedenis. Tot de jaren zeventig luidde het algemeen geaccepteerde antwoord dat men het niet wist; de beschikbare informatie was fragmentarisch en inconsistent, de misdaad was onvoorstelbaar. Sindsdien groeide het vermoeden dat men het niet had willen weten; de slachtoffers wilden niet weten uit machteloosheid, de omstanders uit onverschilligheid. Dit is de nieuwe consensus: Nederland keek weg van de Holocaust. Maar is dat zo? In dit boek wordt aan de hand van 164 dagboeken voor het eerst precies gereconstrueerd wat men destijds hoorde, dacht en wist. De conclusie luidt dat gewone Nederlanders niet onverschillig stonden tegenover de vervolging, dat zij niet wisten dat de meeste gedeporteerden bij aankomst werden gedood en dat die onwetendheid de sleutel is tot een beter begrip van hun gedrag.
Het meest beroemde boek geschreven in de Nederlandse taal is een dagboek, dat van Anne Frank. Dat behandelt Van der Boom in zijn boek uit 2012, waarmee hij de Libris Geschiedenisprijs won, vreemd genoeg nauwelijks. Dat doet hij wel met het dagboek van Etty Hilesum, waaraan hij ook de titel van dit boek ontleend. "Gewone Nederlanders" waren beide dames echter niet tussen 1940 en 1945. De auteur gebruikt ze als "controlegroep, als mensen die in een cruciaal opzicht van de onderzoekspopulatie verschillen" (p. 313). Dat klinkt erg sociaal-wetenschappelijk, terwijl de auteur die pretenties niet heeft. Met een studie van de dagboeken kan de auteur misschien wel het dichtstbij de "tijdgenoot" komen, meldt hij elders, al is enige statistische pretentie daarmee wel van de baan. En daarmee kan wat mij betreft ook het woord "controlegroep" de deur uit, want dat vind ik toch wat kil klinken voor onze wereldberoemde dagboekschrijfster.
Toch is dit boek razend interessant om te lezen en geeft het nieuwe inzichten. Het legt persoonlijke dilemma's bloot vanuit verschillende perspectieven, die ook nog eens moeten worden genomen op basis van een minimale "informatiebasis" (p. 401). En dat leidt ertoe dat mensen tegenovergestelde keuzes maken in identieke situaties. Wel of niet onderduiken, wel of geen hulp aanbieden, wel of geen verzet plegen, het bleken veelal beslissingen tussen leven en dood, zonder dat "de tijdgenoot" zoals de auteur dit (weer wat afstandelijk) noemt, dit wist. Slechts enkele Joden en niet-Joden kwamen enigszins in de buurt van de verschrikkingen die de Holocaust met zich mee bracht. Maar een overgroot deel niet. De auteur generaliseert niet en geeft geen percentages, want zijn discipline behoort tot de humaniora. Uit zijn onderzoek blijkt wel de schrijvers van vrijwel alle 164 dagboeken dachten dat de Joden tewerk werden gesteld in Polen en althans deels zouden terugkeren.
Voordat de auteur echter in de dagboeken duikt neemt hij een aanloop van ruim 100 bladzijden waarin hij historische context, verwijst naar onderzoek in andere landen geeft en methodologie. Vooral de verwijzing naar vergelijkbaar onderzoek in Duitsland, de VS en Engeland hadden misschien achterwege kunnen blijven. Ze zijn wel interessant, maar niet direct relevant (een geval: "further reading"), Na deze omtrekkende bewegingen beschrijft hij uitgebreid de stemming in Nederland tijdens de bezetting. Ook dat doet de auteur voortreffelijk, met gebruik van een keur aan bronnen wordt pijnlijk duidelijk hoe effectief de misleiding strategie van de bezetter was ("fake news!") en hoe weinig aanknopingspunten er waren voor "Jan modaal" om de Holocaust zoals die veelal pas in 1945 duidelijk werd te plotten in de waargenomen en beleefde gebeurtenissen. Dat nuanceert het beeld van de gewone man als de "schuldige omstander", want schuld veronderstelt kennis en die was er niet of nauwelijks. Zelfs niet bij de Joodse Raad, waarmee de auteur zijn boek besluit en waarover zijn boek Politiek van het Kleinste kwaad (2022). Waar hij hier nog meldt dat de "heren van de Joodse Raad" Auschwitz- tuinman Van Duyn "eerder een provocateur dan een klokkenluider" vonden (p. 228), blijkt het in zijn laatste boek nog veel erger. De tuinman kwam niet eens in gesprek met voorzitter Cohen en moest het doen met diens assistente Levie. Waarvan akte.
Het laatste hoofdstuk doet het meest gedateerd aan en ook het Nawoord bij de zesde druk kon mij niet helemaal bekoren. Dat zijn prijswinnende boek veel losmaakte, vooral in de kleine overgebleven Joodse gemeenschap, is misschien niet verwonderlijk. De morele, juridische en zelfs religieuze implicaties van het boek stonden natuurlijk niet centraal in het onderzoek, maar zijn voor hen nog steeds een open zenuw. "Tot zover het debat over schuld, of, neutraler gezegd, de mate waarin onwetendheid het gedrag van de omstanders verklaart." (p. 545), perst de auteur er nog uit, nadat hij vrijwel alle kritiek op historische gronden heeft weerlegd. Misschien zou hij deze Joodse lezers nog serieuzer kunnen nemen door ze te bekijken "hedendaagse controlegroep"?
Een heel toegankelijk wetenschappelijk boek over een vraag die tot op de dag van vandaag onbeantwoord is. Erg goed opgebouwd en vreselijk interessant. Wel had de conclusie naar mijn mening iets voorzichtiger getrokken mogen worden op basis van de relatief weinige bronnen.
In het boek 'Wij weten van niets van hun lot' probeert Bart van der Boom een antwoord te vinden op de vraag of de 'gewone' Nederlander wist dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog een holocaust gaande was. Hierbij gebruikt Van der Boom verschillende dagboeken om een antwoord te vinden.
Wat zou goed is aan dit boek is dat Van der Boom eerst een goede situatie schets geeft van de Tweede Wereldoorlog. Zoals vragen ze stellen als: wat wist men in Amerika of in het Verenigd Koninkrijk (waar toch vaak informatie de Nederlandse grenzen binnen vloeiden). Daarnaast geeft hij ook nog in een paar hoofdstukken weer wat nu precies de holocaust is, dus ook mensen die 'niets' weten van de Tweede Wereldoorlog zouden dit boek kunnen begrijpen (al hoop ik dat iedereen hier toch wel een minimale kennis over bezit, maar dat terzijde).
Aan de hand van de verschillende dagboeken (hij gebruikt er meer dan 150) verklaart hij hoe de 'gewone' Nederlander dachten over het feit dat alle Joden werden afgevoerd naar ofwel 'Polen' of 'het Oosten'. Daarnaast maakt hij gebruik van de Joodse Nederlanders als een soort controle groep, hadden zij namelijk dezelfde gedachtes over het Oosten en in hoeverre speelde dat mee in het leven. Hierdoor stelt van der Boom een thesis op die, naar mijn bescheiden mening, betrouwbaar kan worden geacht. De resultaten, dat men er geen idee van had wat er allemaal gebeurde, van het onderzoek zijn heel goede bijdrage aan het historisch debat en maakt de gifzwarte bladzijde van de Nederlandse historie wat minder zwart.
Erg toegankelijk en goed boek, niet alleen om de inhoud, maar ook omdat Van der Boom het belang van gedegen historisch onderzoek en het belang van empathie voor historisch besef.