De geest moet waaien is een klein de jeugdige held bevrijdt zich van de banden van het verleden. Gedreven door een dichterlijk verlangen naar geluk stort hij zich in avonturen, ontdekt de vriendschap, wordt verliefd. Zijn zucht om hooggestemd te leven belet hem niet de naakte werkelijkheid onder ogen te zien. Uit die tweespalt ontspringt een hoogst persoonlijke humor, soms cynisch getint. Maar altijd levensecht en triomferend over de trivialiteit van alledag.
Leuk, vlot boekje van de auteur die bekend werd als Johnny the selfkicker, de man die met zijn maniakale geluidsgedichten vernieuwing naar de 60’s bracht (gaat dat zien op den Youtube). De geest moet waaien is natuurlijk proza, waar elk overbodig woord uit de zin is geslepen (Nico Dijkshoorn noemde Van Doorn als zijn grote voorbeeld).
Alle zinnen lopen vlot. Vaak met enkele komma’s, een plastisch zelfstandig naamwoord, geen werkwoord. Door die strakke stilering oogt het nog fris. Enkele ontwikkelingen uit Johnny’s leven komen langs en verder schetst Van Doorn een mooi beeld van de jaren ’60, waar er nog hoop was op een omwenteling en er vrij werd geëxperimenteerd met seks en drugs. Zijn sfeerbeschrijvingen van Amsterdam meten zich met die van Campert en Wolkers. Van Doorn bekijkt niet alles door een roze bril, hij is eerder een grappige doch scherpe waarnemer. Maar de diepgang die bijvoorbeeld Campert wél kan aanbrengen in die ogenschijnlijk zorgeloze 60’s roes ontbreekt in dit boek.