De autobiografie is een merkwaardig genre: de lezer heeft in zijn achterhoofd wel dat hij alles wat hij voorgeschoteld krijgt met een korreltje zout moet nemen, en slikt het niettemin als zoete koek. Maar wat te doen met een tweede autobiografie? Brakman heeft immers in 1989 al een eerste, Pop op de bank, het licht laten zien, en is niet in herhaling vervallen. Uit de titels blijkt al een verschil in benadering: wat is er passiever dan een pop op een bank, en wie is er zo actief als Émile Zola, die een eeuw geleden met zijn schotschrift lk beschuldig! zowat iedereen in Frankrijk in de beklaagdenbank zette? Enfin, bij Brakman krijgen haast alle mensen van vroeger (hijzelf incluis) er in tweede instantie flink van langs om wat ze hem hebben aangedaan; het is aan de lezer om ze toch minstens na te geven dat ze een van onze grootste schrijvers de stof hebben geleverd voor een schitterend, meer dan vijftig boeken omvattend oeuvre...
Willem Pieter Jacobus Brakman (Den Haag, 13 Juni 1922- Boekelo, 8 mei 2008) Was een Nederlandse schrijver. In de periode tussen 1961 en 2004 publiceerde hij in totaal 51 romans, verhalen, novellen en een enkel essay. Daarmee is hij een van de meest productieve naooglogse Nederlandse schrijvers. Hij heeft drie van de belangrijkste literaire prijzen op zijn naam staan.
1962: Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor 'Een Winterreis' 1972: De Ferdinand Bordewijk Prijs voor 'Zes subtiele verhalen' 1980: De P.C Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre
'Je bent vlak bij de totale waarheid en je raakt steeds verder van een punt verwijderd. Dit lezen, deze tovervijver, brengt me in een staat van gelukzaligheid. Eenvoud als een stralend uitroepteken op het ingewikkelde neerslachtige humor om het leven weer een poosje mee aan te kunnen mozaïeken van zinnen en woorden die op de een of andere manier heerlijk meeslepen.' Jan Mulder (De Volkskrant)