In zijn zelfgebouwde vliegtuig koos Joost Conijn een route die niemand anders ooit nam. Hij vloog vanuit Europa over Afrika en bezocht de meest onherbergzame gebieden in het oerwoud. Hij landde op rafelige stukjes asfalt en kreeg eten en een slaapplaats van de verwonderde mensen voor wie hij zomaar uit de lucht kwam vallen. Overgeleverd aan het materieel van zijn vliegtuig, aan het humeur van de plaatselijke autoriteiten en aan de elementen, maakte Joost Conijn een verbijsterende tocht.
Fantastisch verhaal en avontuur, prachtige zinnen. Je hebt gevoel echt mee te reizen. Mooie aankleding met foto's. Daarentegen behalve de spanning van het vliegen weinig emotie en uitdieping. Ik mis de chronologie af en toe en het einde is erg abrupt. Maar dit soort avonturiers zouden we meer moeten hebben in de wereld.
The Dutchman Joost Conijn flew across Africa in 2010 in a self-built aeroplane. The back cover proudly claims that he is not only an adventurer, but also “a very good writer”. By that they presumably mean that he knows an ‘m’ has three little legs, that proper names start with capital letters, and that sentences tend to end with a full stop.
Beyond that, however, this slim book never rises above the level of a school essay written by a thirteen-year-old.
Conijn describes his adventures without the slightest sense for suspense or humour. The chapters are short and all written in the present tense. Used sparingly, that tense can make an intense action scene feel more immediate and vivid, but when an entire book is written that way it loses all force and starts to feel less like a stylistic choice than a fear of verb conjugations more complicated than those mastered by toddlers.
The only stylistic variation Conijn allows himself is occasionally beginning a sentence with an adverb.
Mind you, the adventure itself is fantastic. Risking your life every day in a flying contraption full of unpredictable mechanical failures, crossing a continent where one bizarre situation follows another… that should make for gripping material. Unfortunately, he simply cannot convey it.
I respect the undertaking enormously, but I could tell a more exciting story about buying shoes in the Veldstraat than Conijn manages to squeeze out of his entire African journey.
ik waande me verwaand boven wolken en in benauwde hangars. meegesleept op de vliegreis naar afrika, hortend en stotend, wat zijn er toch veel verschillen tussen gastvrijheid onderweg. deze man vertrekt in een zelfgebouwd vliegtuig onder het mom van 'ik hoop dat de transponder goed is vastgelast'. bondig boek mooie kiekjes en abrupt einde.
Rationeel gezien is dit boek misschien geen 5 sterren waard, de schrijfstijl zou eentonig genoemd kunnen worden, het einde voelt eenigzins abrupt en sommige zinnen lopen net niet lekker. Maar er staan tegenover al die zinnen, 20 fantastisch mooie. Echt ergens gaat het niet over maar je voelt alles wat er verteld wordt extra hard. Prachtig boek, prachtige verhalen en beetje gehuild.
Respect. Je eigen vliegtuig bouwen, daarmee over de gevaarlijkste landen vliegen én landen, open staan voor bijzondere ontmoetingen én dat ook nog eens op een toegankelijke manier kunnen opschrijven. Blij dat ik het boek eindelijk heb kunnen lezen.
Beautiful and lyrical tale of great adventure. I rarely read in Dutch as I'm not quite good enough in it but this was perfect, more like short prose poems than a full travel memoir but simple and beautiful and cutting straight to the essential.
De echte Joe Speedboat. Indrukwekkend hoe iemand zijn leven zo vorm kan geven. Je vliegbrevet halen in een land met een laag opleidingstarief en vervolgens je eigen vliegtuig bouwen. Kom daar maar eens op.
Zonder al teveel voorgeschiedenis stijgt het zomaar op, dit reisverslag van Joost Conijn. De Nederlandse kunstenaar bouwde eigenhandig een houten vliegtuig en beschrijft in Piloot van goed en kwaad hoe hij er mee van Nederland naar Kenia vliegt. Titel en cover – een portret waar Tom Cruise jaloers op zou zijn – van het geheel doen vooraf enigzins vrezen voor een egotrip van een masochistische doe-het-zelver. Maar ondanks de ambities van 19e eeuwse allure, blijkt Joost Conijn juist een bijzonder kalm en integer verslaggever van zijn eigen avontuur.
De kracht van het verhaal zit hem onder andere in het contrast tussen een ogenschijnlijk onhaalbare stunt en de sobere verteltrant. Conijns bijna afgemeten zinnen lijken direct voort te vloeien uit zijn maandenlange pilotenbestaan. ‘Niets is overbodig aan een vliegtuig, zo ook niet aan de taal in de lucht’, schrijft hij. ‘Vliegtuigen en stations spreken elkaar met zo min mogelijk woorden’.
Voor de gemiddelde reiziger zijn die stations, de vliegvelden, een doorvoerhaven, voor Conijn zijn ze altijd eindbestemming. Het maakt hem tot een syncopisch reiziger, hij beweegt tussen de maten van het conventionele reizen in. Het personeel van de landingsbaantjes waar hij met zijn houten kist neerstrijkt ontvangen hem met een mengeling van argwaan, verwondering en sympathie, om vervolgens hun voedsel, kennis en verveling met hem te delen.
De eenzame controllers, verveelde militairen, Russische vrachtpiloten, ze blijken een betrokken gemeenschap te vormen. ‘Een twijfelende piloot die onderweg in de problemen raakt en terugkeert op het veld is niet laf, hij wordt verwelkomd als een verstandige piloot’. Iedereen kent de risico’s en grootspraak is daarom overbodig. Al lezende begrijp je waarom, de angst neer te storten wordt niet alleen boven de Sahara en de wouden van Centraal-Afrika akelig voelbaar.
Ondertussen schrijft Joost Conijn op zo’n vanzelfsprekende toon over zijn reis dat je bijna vergeet dat hij iets doet dat Jan Cremer in z’n stoutste dromen nog niet zou verzinnen. ‘De kranten in de hoofdstad vragen zich af hoe een klein vliegtuigje dat eigenlijk geen vliegtuig is ongezien het land heeft kunnen binnendringen. Het leger en de veiligheidsdiensten hebben geen antwoord’, noteert hij zonder een spoor van triomfantelijkheid. Dat blijft natuurlijk niet zonder problematische gevolgen. Maar Joost Conijn reist en schrijft als een Nederlandse Kapuściński; alsof hij niet anders kan en immuun voor paniek. Intimidaties slaan geen deuken in zijn onbevangenheid. Laat staan dat hij er zich van tevoren al te druk over maakt.
‘Wanneer je te veel van tevoren weet ontstaan er redenen om niet te gaan. Ik reis onwetend’. Dat zouden meer mensen moeten doen want het levert uitzonderlijke reisliteratuur op.
Very adventurous story, I wouldn't believe it truly happened if I didn't know better.
The writing itself is in a pretty unique way, Joost Conijn writes with a very episodically and short method, but still gives you a full idea of the adventure. I enjoyed the extra photo- and correspondencedocumentation that has been added to the book, even though they aren't always described.
Met de intrigerende serie in NRC van een paar jaar terug nog in mijn hoofd heb ik dit boek gekocht. En het stelt niet teleur. Korte verhalen over de vliegvelden waar de avontuurlijk ingestelde Joost Conijn met zijn zelfgebouwde vliegtuig landt, vooral in Afrika. Weinig uitweiding, maar tussen de regels door ademt het poëzie. Mooi!
Plus: - Groots avontuur - Afrika - De foto's, snippers, kaarten en e-mails die aan het boek zijn toegevoegd.
Min: - Bijna het hele boek wordt vanuit een neutrale stand verteld. Heel af en toe komt angst voorbij, maar voor de rest komen er weinig emoties in voor. - Abrupt einde.
- Op de achterflap: goed boek met mooie zinnen. (Parool, volgens mij). Een ijzingwekkend neutrale aanprijzing. - Het avontuur is fantastisch. Het boek erover is, nou ja, een goed boek met mooie zinnen. Niet veel meer.
Prachtig! Het had van mij wel uitgebreider gemogen. En een kaartje met de afgelegde route zou fijn zijn geweest. En meer details over dat vliegtuig. Maar afgezien daarvan: wat een fantastiach avontuur!
Geweldig, een echte avonturier die zich laat leiden door wat hij tegenkomt. Niet bang voor risico, een man van mijn hart. Prachtig geschreven bovendien. Aanrader!