68 sciencefictiontechnologieën uit onder meer Star Wars, Star Trek, Back to the Future, Jurassic Park, Dune, Dr. Who, Harry Potter, Spider-Man en The Avengers
Zwaaien met een lightsaber, reizen door de tijd, met warp 9 door de kosmos zoeven, teleporteren naar je bestemming, spelen met de hamer van Thor, of een poort openen naar een parallel universum (waar het hopelijk wat gezelliger is dan in Stranger Things). Iedereen heeft weleens gedagdroomd bij alle betoverende ideeën die ons in sciencefiction worden voorgeschoteld. En het leuke is: dat geldt óók voor de wetenschappers en ingenieurs die zulke fictie transformeren tot feit.
Van lightsaber tot tijdmachine bespreekt de boeiendste ideeën en technologieën uit de wereld van sciencefiction aan de hand van de meest recente inzichten uit de wetenschap. Met telkens de vraag: hoe dicht zijn we nu eigenlijk bij de realisatie?
Voor iedereen die zich in de bioscoop of al netflixend plots betrapt op de gedachte: ‘Wow, wat gaaf – dát wil ik ook!’
George van Hal (1980) is sterrenkundige, sciencefictionfan en wetenschapsredacteur bij de Volkskrant. Hij spreekt regelmatig op radio, televisie en in publiekslezingen over wetenschap.
George van Hal legt als wetenschapsredacteur bij de Volkskrant regelmatig expliciet de verbinding tussen sciencefiction en de echte wereld, waarbij hij zich onder andere ontpopt heeft tot pleitbezorger van Nederlandse sciencefiction. Een vaste rubriek van Van Hal is Doe mij er ook zo een!, waarin hij ingaat op de wortels van fictieve technologieën in de echte wereld. Van Lightsaber tot Tijdmachine bundelt een aantal van deze columns en vult ze aan met updates en nieuw materiaal. Het boek is een de facto vervolg op Robots, Aliens, en Popcorn uit 2015, maar waar dat boek ging over grotere ontwikkelingen en processen, is Van Lightsaber tot Tijdmachine gericht is op kleinere uitvindingen en innovaties.
Het boek begint sterk, met een voorwoord en inleiding waarin George van Hal het belang van sciencefiction op een mooie en gebalanceerde manier uiteenzet. Naast dat dit sowieso nog altijd geen overbodige exercitie is – sciencefiction wordt door het grote publiek nog vaak als een verzameling kinderlijke jongensdromen gezien – maakt Van Hal ook duidelijk hoe belangrijk sciencefiction is in de ‘echte’ wetenschap. Sciencefiction schetst bestaande wetenschappelijke ontwikkelingen, verkent de filosofische context en consequenties van die ontwikkelingen naar de toekomst toe, en inspireert wetenschappers. Wetenschappers gebruiken sciencefiction als inspiratie en om hun creativiteit te voeden, en creëren daarmee de ontwikkelingen die weer een rijke voedingsbodem zijn voor sciencefiction-auteurs. Dit praktische belang van sciencefiction, naast het artistieke belang, wordt door Van Hal kundig verwoord.
De hoofdmoot van het boek bestaat uit een serie columns en nieuwe teksten waarin allerlei technologieën uit uiteenlopende sciencefiction media beschreven worden. Van Hal legt uit op welke principes deze technologieën gebaseerd zijn, of er in de echte wereld equivalenten zijn, en zo niet, of we die op enig moment kunnen verwachten. Van Hals schrijfstijl is vermakelijk en hij weet te enthousiasmeren voor technologie en wetenschap. De diepte ontbreekt echter enigszins – de teksten zijn eigenlijk te kort om ruimte te bieden om echt in de materie te duiken en verder te gaan dan aanstippen van verbanden en toekomstbeelden. Daarnaast komt het nogal eens voor dat bepaalde ontwikkelingen meerdere keren genoemd worden in verschillende stukken, waarbij het iedere keer gepresenteerd wordt alsof de lezer het voor het eerst hoort. Waarschijnlijk is dit een artefact van de columns waarop het boek gebaseerd is. Desondanks stoort dit enigszins.
De teksten worden met enige regelmaat afgewisseld met korte interviews met allerlei sciencefiction-gerelateerde personen, van auteurs tot wetenschappers tot regisseurs. Het gebrek aan diepte in de hoofdteksten maakt echter dat deze interviews nogal contextloos aandoen, ondanks dat het zondermeer de moeite waard is om de gedachten en inzichten van de geïnterviewden te lezen. Hoewel de interviews geplaatst lijken te zijn om als lijm te dienen tussen de verschillende korte hoofdteksten, blijft het boek mede hierdoor voelen als een verzameling losse columns.
Van Lightsaber tot Tijdmachine is zonder meer een vermakelijk boek en ik heb het met plezier gelezen. Afgezien van het nieuwe materiaal is het echter lastig om in dit boek meerwaarde te vinden ten opzichte van Van Hals bestaande columns. Het grote voordeel van een boek ten opzichte van een column is immers dat het de ruimte biedt om de diepte in te gaan en ideeën verder uit te werken, maar van die extra ruimte wordt in dit boek nauwelijks gebruik gemaakt. Het blijft een voor een boek oppervlakkige verzameling losse tekstjes. Hoewel dit zeker niet betekent dat het boek, zeker voor een beginnende sciencefiction-enthousiasteling, niet de moeite waard is, had er meer in dit boek gezeten. Het blijft nu echter bij een vermakelijk boek dat uitnodigt tot het duiken in een Wikipedia rabbit hole, zonder zelf aan die honger naar meer te kunnen voldoen.
8,5 De waarde van dit prettig leesbare, toegankelijke boek is vooral hoe het de wisselwerking tussen wetenschap en verhalen illustreert. Met name in ons taalgebied kijken veel 'literaire lezers' neer op sciencefiction als puur vermaak of escapisme. Er vindt verandering plaats. Met name door de auteur van dit boek plaatst een landelijke krant nu met enige regelmaat recensies van SF-boeken en in de 'literatuur' gebruiken auteurs SF-elementen ter illustratie van autobiografische ontboezemingen. Maar 'core SF' (om het zo maar eens te noemen) heeft waarde in zichzelf! Denk aan het doordenken van maatschappelijke ontwikkelingen en het waarschuwen voor de onvermoede gevolgen van nieuwe innovaties - dystopieën zoals '1984' en 'The Handmaids Tale' blijven relevant en de auteur van dit boek zou aan al deze verhalen heel goed een vervolg kunnen wijden ... Hier gaat het echter om SF als fictie over wetenschap. Schrijvers nemen concepten en ideeën uit de wetenschap en voeren die door tot hun ultieme conclusie. Andersom zien wetenschappers concepten en ideeën uit SF-verhalen en gebruiken die als basis voor theorieën en innovaties. Zelfs vergezochte SF-tropes als 'faster than light'-reizen, tijdreizen en parallelle universa hebben geleid tot daadwerkelijke publicaties waarin elementen daarvan werden doorgerekend. En het blijkt zelfs nuttig om van sommige uitvindingen en concepten te laten zien waarom die in de praktijk niet praktisch uitvoerbaar zouden zijn of waarom de huidige fysica er geen plek voor biedt. Fascinerend is dat dit soms verschuift: zo dachten wetenschappers dat voor een 'warp'-aandrijving speculatieve exotische materie nodig zou zijn, maar liet later iemand zijn dat dit ook binnen ons huidige model mogelijk zou moeten zijn. Aangezien we in de 21ste eeuw in een wereld leven waarin wetenschap en techniek een grote rol spelen en waarin nieuwe innovaties worden gelanceerd voordat de gevolgen goed doordacht zijn (en ook dystopische verhalen uit lijken te komen) is het lezen van en denken over SF niet alleen iets voor nerds en natuurwetenschappers, maar voor iedereen die bezig is met de toekomst. AI, klimaatverandering, groene energie, 3D-printers, massa-communicatie en fake news - alles onderwerpen die in SF al decennia lang besproken werden. Het mooie aan dit boek is dat het heel veel concepten uit SF-films en -series langsgaat. Iedereen die wel eens iets als een superheldenfilm of een Star Trek-aflevering heeft gezien zal iets herkennen. Nadeel is dat per onderwerp maar twee pagina's beschikbaar zijn. Heel erg de diepte in gaat het niet, maar de auteur heeft genoeg ervaring als journalist om optimaal gebruik te maken van het aantal woorden. Aangezien ik zelf al een flinke interesse heb in het SF-genre en in natuurwetenschap kwam ik weinig heel nieuwe inzichten tegen (behalve de leuke pogingen van mensen om een AT-AT, een hoverboard of een lightsaber te bouwen, bijvoorbeeld), maar de korte, kernachtige bespreking diende wel als een leuke opfrisser. Vooral interessant vond ik de verschillende interviews met schrijvers en wetenschappers. Die hadden best wat uitgebreider mogen zijn, maar ik snap dat daar de ruimte niet voor was. Ik vloog door het boekje heen en sloot het met een brede glimlach (vooral omdat de laatste hoofdstukken waren gewijd aan de meer bizarre concepten als de simulatie-hypothese en zombie-epidemieën). Een aanrader voor de liefhebber van SF-series en -films, vooral voor wie zelf niet enorm natuurwetenschappelijk onderlegd is.
In korte hoofdstuk (2 à 3 bladzijdes) bespreekt George van Hal hier 68 ideeën uit de sf-wereld die ooit misschien wel eens waarheid kunnen worden, die al goed onderweg zijn om dat te worden, of die het al zijn omdat de wetenschap ze heeft ingehaald.
Die korte stukjes zijn dus heel toegankelijk voor iedereen. Verwacht je geen diepgaand, complex theoretisch gewauwel over de snaartheorie of iets dergelijks, maar gewoon een kort en krachtig overzicht van elk onderwerp. De auteur gaat in op de technologie zoals die in films, series en boeken gebruikt wordt, hoe die theoretisch gesproken werkt of zou moeten werken en in hoeverre dat haalbaar is, wat de wetenschap daarmee aan het doen is, en wat de voor- en nadelen van de toepassingen zijn. Je zult meermaals (lees: heel vaak) versteld staan van wat er allemaal al mogelijk is. En dat doet Van Hal dan ook nog in een heel aangename stijl.
Feitelijk zou je dit boek moeten kopen, lezen, een jaar of veertig, vijftig in de kast zetten en het er dan weer uit halen, waarna je het opnieuw leest en erin gaat aanduiden welke vooruitgang er in die periode gemaakt is. Dat wordt lachen.
Van lightsaber tot tijdmachine is een boek voor sciencefictionfans die nieuwsgierig zijn naar de haalbaarheid van ideeën, concepten en vindingen uit hun favoriete genre.
Voor deze Trekkie was het boek een beetje frustrerend. De franchise kwam regelmatig langs. Maar nog vaker niet langs, waar dat best had gekund. En, naar mijn bevooroordeelde mening, ook had gemoeten.
Het boek is een verzameling korte stukjes waarin een uitvinding wordt getoetst aan de stand van de wetenschap. Het is daarom aan de ene kan prima leesvoer voor in bed. Maar aan de andere kant ook te lastig voor dat moment. Het was misschien toffer geweest als George van Hal een lijn had gevonden in meerdere concepten.
Hoogepunt was dat de Improbability Drive uit H2G2 is gebaseerd op elementen uit de quantummechanica.
Een leuk popcorn boek , waarin sf personen en spulletjes tegen het licht worden gehouden, wat eventueel mogelijk zou kunnen, …. Een gezellig boek om even bij te dromen , … om dromen waar te maken is er soms behoorlijk veel energie nodig en dan blijkt dat dat zelf die gedroomd heeft nog eens kan in de weg zitten , en dan moet er nog gesleuteld worden aan dat zelf , …. Dromen kunnen leuk zijn , Tussen al die spulletjes, transportmiddelen, berekende en bezielde (?) robots , zitten nog nog een boel vragen , bij de transport dromen denk ik dan Bv. Aan : wat houd onze voeten op de grond ? Draai bewegingen ( mss sneller dan de lichtsnelheid ) die bewustzijn rondslingeren en zwaartekracht veroorzaken , vragen genoeg , koffie, thee, water melk ?
Een top boek voor alle nerd, het verteld hoe onze wereld eruit zou zien als we de technologie hadden uit films maar ook hoe zoiets zou werken. Verder worden er voorbeelden gegeven van de technologie uit films die we al bezitten