Over het hermetisme is in christelijke kringen nog weinig bekend. Het centrale leerstuk is de drievoudige relatie tussen God, de kosmos/natuur en de mens. Het is een vorm van panenthe e: God is wel in de schepping, maar valt er niet mee samen. De hermetische gedachte dat alles in de schepping met elkaar samenhangt, leeft in deze tijd heel sterk. Voor veel godzoekers zullen de hermetische geschriften dan ook een bron van inspiratie zijn. In dit boek wordt het hermetisme in al haar aspecten besproken. Van het antieke (heidense) hermetisme tot het christelijke hermetisme in de renaissance en daarna. De auteurs vertellen u over alchemie, magie en astronomie, bedreven door pi stische dominees in Duitsland, en over theosofie en antroposofie als moderne vormen van hermetisme. Zij laten zien hoe deze stroming op verschillende momenten in de geschiedenis door de gevestigde kerk steeds werd onderdrukt. De auteurs willen met dit boek vooroordelen wegnemen tegen het hermetisme en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van 'een theologie van de natuur'.
Ik ben geboren in Gorinchem in de zomer van 1943. Ik ben al vroeg gaan werken in het bedrijfsleven en heb op latere leeftijd mijn studie weer opgenomen. In 1986 behaalde ik mijn doctoraal in de cultuurgeschiedenis. Tijdens mijn studie godsdienstgeschiedenis kwam ik in aanraking met de spectaculaire vondst bij Nag Hammadi uit 1945 die eind zeventiger jaren bekend werd door een eerste integrale vertaling in het Engels. Ik studeerde af in de ‘Gnostica’ (zoals mijn bul het letterlijk aangeeft) bij professor Roelof van den Broek, de opvolger van de legendarische professor Gilles Quispel.