She has performed on several foreign stages and her poems have been translated and published in English, French, German, Slovenian, and Spanish. In 2010 her poem 'State secret' was translated in all languages of the European Union.
She worked in a prison service to help fund her studies of creative writing in Amsterdam. Her début "Napkins at half mast" (2007) was awarded the Liegen konijn Prize, and followed by a second collection, "On behalf of the other" (2009), whoch was awarded the J.C Bloem Prize. For both collections she also received the prestigious Van der Hoogt Prize. 2012 saw the striking thrid collection "Cell inspections", which gained the VSB Poetry Prize in 2013.
2,5 ster Een aantal gedichten raakte me en vond ik heel treffend, maar het overgrote deel was naar mijn smaak te abstract (zegt waarschijnlijk alles over mij en niet over het boek ;))
Hoewel ik sommige poetische vondsten werkelijk prachtig vind en de rillingen me soms over de rug liepen, mis ik hier wel het menselijke in het misdadige. De mensen achter de gruweldaden komen nergens dichterbij, als we zo in hun hoofd kijken is het echt nergens warm of licht of dichtbij iemand anders. En dat geloof ik eigenlijk niet, dat dat zo kan zijn.
Na 7 nachtdiensten stond ik voor de enorme boekenkast vol poëzie in boekhandel Praamstra. Waar te beginnen? Ik trok maar gewoon wat bundels uit de kast. Dit was er een van en het was prachtig.
Esther Naomi Perquin werkte een aantal jaren als bewaarder in een gevangenis. Veel van de gedichten in ‘Celinspecties’ zijn op deze ervaring terug te voeren. Zo begint elk van de korte deeltjes, waarin deze bundel is opgedeeld, met een portret van een gedetineerde. Net door haar soms wat onderkoelde toon, komen deze soms behoorlijk hard binnen. Ook haar andere hier opgenomen gedichten hebben vaak een wat donker kantje, een duistere onderlaag. Dat, gecombineerd met het feit dat ze – zoals het een dichteres van stand betaamt - behoorlijk wat aan de fantasie van de lezer overlaat, maakt haar werk tot een fascinerend universum om telkens opnieuw in rond te dwalen Daarbij stoot je soms ook wel eens op een aantal lieflijke verzen, zoals in ‘Een huwelijksgedicht’, dat ze volgens mijn schrijfdocent ter gelegenheid van zijn huwelijk met een andere dichteres schreef. Over het algemeen lijkt Perquin echter weinig fiducie in de liefde te hebben. In het liefdesgedicht dat er op volgt noteert ze dat het ‘de juiste eeuw voor liefde niet’ is en blijkt de laatste ridder aan syfilis gestorven. Om het ietwat verderop nog vernietigender te samen te vatten met: ‘We werpen elkaar in het passeren / haastig lichaamsdelen toe.’ Kortom, u heeft het begrepen, deze bundel gaat niet je vertrouwen in de mensheid herstellen, maar als studie van onze door ambivalente en verwarrende gevoelens gedreven soort, staat hij op eenzame hoogte. En misschien is het kweken van empathie wel de eerste stap naar verzoening.
Van bij het begin voelde ik de drang dit vijf sterren te geven. Dat geldt zeker nog voor de introductiegedichten, toch: uiteindelijk werden het er vier — omdat 72 (!) pagina's 'zware jongens' toch van het goede te veel blijkt en omdat 'zware jongens' uiteindelijk nooit blijvend interessant zijn; misdaad is per definitie banaal en repetitief.
(Zelfde reden allicht waarom ik nooit bevangen word door de vreemde drang om maffiaseries te verslinden zoals tegenwoordig de hype is. Ik vind de misdadige geest vermoeiend monomaan en voorspelbaar simplistisch.)
Gelukkig is deze bundel niet emotioneel. Dit blijft strak, droog, en klinisch, en pas daaronder voel je de onderstroom; die trekt je dan onverbiddelijk onder. Dat is een sterkte, maar het werkt ook versmachtend. Dit houd ik slechts enkele cycly vol, tot uiteindelijk de verveling toeslaat en ik er heel graag snel weer uit wil.