Diederik Stapel was een vooraanstaand wetenschapper, gerespecteerd door zijn vakgenoten en populair bij zijn studenten. Aan zijn glansrijke carriere kwam een abrupt einde toen in september 2011 bekend werd dat Stapel veelvuldig onderzoeksresultaten had vervalst en zelfs had verzonnen. Zijn val was diep en hard. Maandenlang beheerste Stapels ontsporing de nationale en internationale media. Zijn handelwijze zal de boeken ingaan als een van de mest opzienbarende voorbeelden van wetenschappelijk bedrag ooit. Hoe kon hij zo hoog stijgen en zo dramatisch diep vallen?
In Ontsporing vertelt Diederik stapel voor het eerst sinds de onthulling zijn verhaal: zijn keuze voor de wetenschap, zijn enthousiasme en nieuwsgierigheid, zijn verlangen naar antwoorden en inzichten, de experimenten die hij opzette en de verleidingen waaraan hij geen weerstand kon bieden. Op pijnlijke wijze maakt hij duidelijk hoe hij zijn collega's en studenten, maar vooral zichzelf, stukje bij beetje een rad voor ogen draaide. Stapel trapt niet na, beschuldig niemand en veegt zijn eigen straatje niet schoon; hij onderzoekt zichzelf minutieus en geeft de lezer een kijkje in de krochten van zijn ziel.
Ontsporing is zowel een wetenschappelijke thriller waarvan de lezer de afloop al kent, als een vingerwijzing voor iedereen die wel eens verleid is om in zijn leven, werk of relatie de werkelijkheid mooier voor te stellen dan zij is. Het is het even onthutsende als ontroerende relaas van een inteliigente, zoekende geest, die het verkeerde pad koos. Maar bovenal is Ontsporing een moedigde, genadeloze autobiografie van een wetenschapper die keihard ten val kwam.
In a half hearted attempt to wash away his guilt, this clearly over-privileged, narcissistic, white euro nationalist recounts his glory days as an actor while casually dusting in truths of his academic misconduct. The reader has to bear through almost 60 pages of worthless, irrelevant ramblings about this man’s young dreams to take the stage with unsolicited teachings of psychological phenomena this man clearly tries to use and abuse to gain ethos with the reader. Personally, I don’t feel the need to be educated by one of science’s biggest clowns, nor do I care about a failed go at theater that the author clearly still clings to. I don’t feel this man is truly sorry for what he did but rather sorry he got caught. The English title is misleading as this isn’t a story as to why and how he got caught, but instead a very windy and unnecessary memoir where a man tries to prove his worth after getting caught completely forging everything he based his livelihood upon while boasting his educational prowess and showmanship.
Fascinerend boek. Schaamteloos spel van waarheid en dichting. Stapel beschrijft hoe hij een manipulator en fraudeur werd en laat het zien door het te doen met dit boek.
Tweede kans "Ik ben een zondagskind. Alles komt altijd goed. (...) Tot augustus 2011. Vanaf nu is het altijd maandag." Ik vind a priori dat iedereen een tweede kans verdient. Ik merk bij mezelf wel allerlei schommelingen in dat uitgangspunt bij het lezen van dit boek. Is dit nou zijn ticket naar een tweede kans? Is dit nou de grote bekentenis of het deemoedige mea culpa? Het lijkt eerder op een poging om zijn ellende te exploiteren, om een bestseller-auteur te worden met, wie weet, een verfilming van zijn boek. Wat had ik eigenlijk verwacht en waarom brengt het boek me zo aan het twijfelen? Ontspoort haalt me uit mijn comfort zone en dwingt me mijn eigen ideeën en veronderstellingen te bevragen, en dat vind ik knap.
Verfilmbare thriller Ontspoord laat je vertwijfeld achter over wat je eigenlijk hebt gelezen: autobiografie of literatuur; en vooral over wat de intenties van de schrijver zijn. Een beetje als bij Knausgård. De kernvraag bij alles wat je in dit boek leest is zoals bij alle autobiografische boeken: waarom wil de schrijver dat ik dit lees en waarom op deze manier? Je realiseert je als lezer constant dat dit boek is wat de schrijver wil dat je leest. Het leest als een filmscript; wat wil hij bereiken? Stapel heeft van zijn ellende een verfilmbare thriller gemaakt.
Afrekening universitaire wereld In het begin van het boek schetst Stapel een ontluisterend beeld van universiteiten die zoveel mogelijk proefschriften produceren omdat ze eraan verdienen; desnoods matige proefschriften. Beoordelingscommissies die worden samengesteld uit vriendjes die elkaar de hand boven het hoofd houden. De status van hoogleraren die hoger is als ze veel proefschriften produceren - lees: veel geld verdienen voor de Universiteit. Stapel benoemt geld, status en macht als de perverse prikkels die hem ertoe brachten te ontsporen. Maar, denk je als lezer, je bent toch psycholoog? Je weet hoe het brein en de geest reageren op perverse prikkels en hoe de neocortex met wat wiskracht kan ingrijpen in de biologische reflexen van de oude hersendelen? Waarom greep je niet in, waarom liet je je verleiden door illusies, juist op je eigen terrein? Is dit deel een afrekening met hoe de universitaire wereld hem heeft behandeld?
Sociale psychologie Stapel legt een hele serie concepten uit zijn vakgebied uit als een soort circumstantial evidence om indirect aan te tonen hoe het zover is gekomen. Allereerst natuurlijk het academische klimaat met perverse prikkels. Maar daarnaast ook zijn jeugd: - Stapel speelt in zijn jeugd toneel: Pinter. Hij geniet van 'zelfexpansie', jezelf oprekken en uitbreiden, groter maken dan je bent. Hij meldt zich zelfs aan voor de toneelschool, maar gaat uiteindelijk niet. - Fundamentele attributiefout: mensen denken dat mensen zijn wat ze doen; ze scheren dader en daad over een kam, zonder rekening te houden met invloed van de situatie; ze overschatten de causale rol van de persoonlijkheid in het ontstaan van gedrag. - Pluralistische onwetendheid: je denkt in een groep dat je iets niet weet, omdat niemand in de groep reageert en jij denkt dat dat komt omdat de anderen het ook niet weten. - Alles tendeert naar het gemiddelde: excellentie is moeilijk te kopiëren, succes is zelden te evenaren. Op een uitzondering volgt het gewone; na succes komt middelmaat. - Verboden vrucht. Stout zijn is spannend. In Oegstgeest dronk Stapel wel eens een biertje, maar als student in Amerika geldt 'drink to get drunk'. Volgens Stapel 'omdat het niet mocht'. - Stapel las vroeger vooral boeken van auteurs waarbij realisme-idealisme of waarheid-verdichting centraal staat. Daarbij legt hij het adagium uit: 'laat mij uw boekenkast zien, en ik vertel wie u bent.' Kortom, lijkt Stapel te willen zeggen, het verrijken van feiten met fictie interesseerde hem vroeger al.
Volgens de personal impact-hypothese levert massamediale beïnvloeding van mensen enkel kennis op (maatschappelijk niveau) en moeten mensen zelf ervaren om tot duurzame gedragsverandering te komen (persoonlijk niveau); mensen overschatten zichzelf en onderschatten de invloed van structurele omstandigheden of risico's. De campagnes die wel succesvol zijn, zijn dat omdat ze de directe ervaring veinzen met bijvoorbeeld testimonials. Stapel ontdekte dat je mensen kunt aanspreken door levendige en betrokken taal te gebruiken. Daarmee kon hij ook zijn respondenten beïnvloeden.
Innerlijke leegte Stapel legt erudiet het verschil tussen persoonlijkheids- en sociale psychologie uit. Voor het tweede type psycholoog wordt gedrag bepaald door de context, omstandigheden buiten de mens; voor de eerste juist binnen de mens. Hij eindigt zijn uitleg bij Benjamin Kouwer die volgens hem in diens boek uit 1963 overtuigend aantoont dat de mens niet beschikt over een kernpersoonlijkheid: als je de psyche van de mens afpelt dan eindig je met niets, leegte. Die leegte verklaart Stapel evolutionair, het stelt de mens in staat om constant mee te veranderen met veranderende omstandigheden. Kouwer kon het besef van innerlijke leegte niet aan en beëindigde naar verluid zelf zijn leven; Stapel ziet het als een bevrijding. Hij stelt dat vragen naar wie je bent en wat je wilt onbeantwoordbaar zijn, en dat hij die vragen met rust kan laten. Op zich een interessant inzicht, maar in de context van dit boek komt het over als een manipulatief excuus van Stapel om zijn 'ontsporing' niet vanuit zijn persoonlijkheid te hoeven duiden. Even later stelt hij: 'Gezonde mensen kunnen ook vreselijke dingen doen.' En haalt het prison- en het stroomexperiment aan.
Onwetenschappelijk experimenteren: the experiment is the message 'Experimenteren is een kunst. Het luistert nauw om het juiste gedrag op het juiste moment aan de juiste mensen te ontlokken.' Van lieverlee werd Stapel goed in het ontwerpen van experimenten om de door hem gewenste resultaten te krijgen. Hij onderzocht niet de mens en haar gedrag, maar het experiment. Hij maakte het onderzoek kloppend bij zijn theorie, in plaats van andersom. Zeer onwetenschappelijk. Volgens Stapel is wetenschap communiceren, overtuigen, theater, marketing, een gevecht.
Diffuse anekdote De volgende anekdote is fraai. Stapel vertelt dat hij vroeg een snoepert was en eens een doosje after eight heeft leeggesnoept. Hij wordt ter verantwoording geroepen om kwart over acht 's avonds (after eight!). Stapel gebruikt de anekdote om..., ja waarom eigenlijk? Om iets persoonlijks te vertellen en 'aaibaar' te worden? Om zijn ongeremdheid aan te tonen? Om het algemene punt dat hij daarvoor maakt dat verlangens bevrediging zoeken te onderbouwen? Of om de lezer zelf te laten associëren dat Stapel er allemaal niets aan kan doen omdat hij vroeger al gulzig was? Alleen een slot kon Stapel weghouden van after eight en koekjes; een ander moet hem tegenhouden, zelf kan hij dat niet.
Vicieuze cirkel Stapel beschrijft een vicieuze cirkel. Doordat hij alleen werkte, was zijn sociale geweten minder actief wat hem ontvankelijk maakte voor fraude. Toen hij eenmaal begon te frauderen, wilde hij steeds meer alleen werken uit angst voor ontdekking. Etc etc. In zijn val sleept hij studenten en promovendi mee; naar eigen zeggen ter meerdere eer en glorie van zichzelf.
Filmscript Het boek leest als een filmscript. De snelle opening die je het verhaal in trekt, waarin Stapel beschrijft hoe hij in paniek in Zwolle en Groningen bewijs verzamelt voor onderzoek dat niet heeft plaatsgevonden. De familiereünie die precies na zijn ontmaskering plaatsvind, waar net zijn hele familie bijeen was, wat anders nooit gebeurt, en waar zijn vrouw en hij met hun duistere geheim rondlopen en nog steeds de schijn ophouden. De jonge studiejaren in Amerika. De combinatie van stijgende roem en vereenzaming als wetenschapper. Het gesprek met de rector waarin hij nog probeert om zich vrij te praten, wat niet lukt. De tennispartij met zijn broers waarna hij zijn fraude opbiecht. De sentimentele flashback van de moeder nadat ze het slechte nieuws te horen heeft gekregen. De sfeerbeschrijving van het leven in armoede na het ontslag (die hij vergelijkt met de film Groundhog day). De doctorsbul die hij in een hoek van de kinderkamer, tussen rommelig speelgoed terugvindt. De mediastorm. Het heen en weer springen tussen het hier-en-nu, vroeger en de inhoudelijke vakbeschrijvingen. Ze lezen als scènes, als een filmscript. Het bezoek tijdens de familiereünie aan de kathedraal van Gent met de beschrijving van de schildering van de gebroeders Van Eyk van 'het lam gods', komt op mij over als opnieuw een poging om de lezer te laten associeren met Stapel en ik vind die associatie stuitend.
Toch het individu Moeten we Stapels fraude nou sociaal psychologisch duiden? Dat zou betekenen dat niet hij, maar omstandigheden hebben geleid tot zijn gedrag. Zelf zegt hij erover: "Ík heb gefraudeerd, niet de situatie. (...) Mensen reageren nooit allemaal op exact dezelfde manier op een situationele impuls. (...) Als die impulsen heel sterk zijn, lijken alle reactie op elkaar en is de variatie miniem. Als de impulsen minder sterk zijn, is er meer ruimte voor variatie." Aha, dus toch het individu; maar niet all the way want als het rapport van de onderzoekscommissie er is, is Stapel teleurgesteld in de beschrijving van de persoonskenmerken die zouden hebben geleid tot zijn wangedrag. Hij valt de methodologie van de commissie aan om aan te tonen dat hij heus niet zo erg is als zij beschrijven. Wat nou als hij dat wel is? Volgens mij weet Stapel heel goed welk verdedigingsmechanisme dan in werking treedt; het heet: cognitieve dissonantiereductie. Stapel haalt de vastgoedfraude aan, en de fraudes van Nick Leeson en Goldman Sachs; altijd terloops en associatief, maar wel zo dat hij op mij de suggestie wekt dat hij vindt dat hij zo erg nog niet was, dat er anderen waren die veel meer schade hebben aangericht. Hij spreekt over zichzelf met 'Stapelgate', en bepleit dat de mediastorm zo lang aanhield omdat zijn gedrag zo 'menselijk en herkenbaar' was. Hij vindt zichzelf zwaarder gestraft dan kerkelijken die zich vergrepen aan kinderen. Echt waar.
Erbarme dich De eindsprint van Stapel komt bij mij binnen als schaamteloos en sentimenteel. Stapel beschrijft dat hij als puber luisterde naar Pink Floyd en The Specials, maar opeens werd getroffen door het Erbarme dich uit de Mattheus Passion van Bach. In de tekst vraagt Bach aan god om compassie met de stervende Jezus, of met de mensheid. We waren de associatie met het lam gods al eerder tegengekomen. Gelijk na het Erbarme dich schrijft Stapel dat hij niet meer verder wilde uit zelfhaat. Hier geloof ik niet meer in toeval en wekt de tekst bij mij de indruk bewust naast elkaar geplaatst te zijn: de schrijver op het diepst van zijn ellende, heb medelijden. Het boek sluit af met een sentimenteel appèl aan de liefde die alles overwint.
Eindnoten Voor iemand die zelfs na volledige lezing nog gelooft in de integriteit van dit boek, zijn de eindnoten verhelderend. Zelfs het verschil in schrijfstijl is tekenend. In de eindnoten legt Stapel onomwonden uit welke literaire keuzes hij heeft gemaakt. Dat vind ik te prijzen, want het laat precies zien dat Ontspoord niet een autobiografisch feitenrelaas is of een mea culpa, maar een thriller. Waarmee al het voorgaande onbetrouwbaar is geworden en we nog steeds niet zeker weten wat er is gebeurd, hoe en waarom... fascinerend, niet?
This is actually a well written and easy to read book. The story is fascinating and gives a great insight into the (problematic) research culture that is still pervasive to this day.
HOWEVER I advice anyone that wants to read this book NOT to buy it. You can find it in libraries, via friends or in other ways. This book was written by someone that earned money by faking research and is now still earning money by writing this book after he was caught.
Several times in our conversation, Stapel alluded to having a fuzzy, postmodernist relationship with the truth, which he agreed served as a convenient fog for his wrongdoings. “It’s hard to know the truth,” he said. “When somebody says, ‘I love you,’ how do I know what it really means?”
The car let out a warning beep to indicate that we had exceeded the speed limit. Stapel slowed down. I asked him if he wished there had been some sort of alarm system for his career before it unraveled. “That would have been helpful, sure,” he said. “I think I need shocks, though. This is not enough.” Some friends, he said, asked him what could have made him stop. “I am not sure,” he told me. “I don’t think there was going to be an end. There was no stop button. My brain was stuck. It had to explode. This was the only way.”
Stapel dumped most of the questionnaires into a trash bin outside campus. At home, using his own scale, he weighed a mug filled with M&M’s and sat down to simulate the experiment. While filling out the questionnaire, he ate the M&M’s at what he believed was a reasonable rate and then weighed the mug again to estimate the amount a subject could be expected to eat. He built the rest of the data set around that number. He told me he gave away some of the M&M stash and ate a lot of it himself. “I was the only subject in these studies,” he said.
And yet as part of a graduate seminar he taught on research ethics, Stapel would ask his students to dig back into their own research and look for things that might have been unethical. “They got back with terrible lapses,” he told me. “No informed consent, no debriefing of subjects, then of course in data analysis, looking only at some data and not all the data.” He didn’t see the same problems in his own work, he said, because there were no real data to contend with.
Each was a choice made by the scientist every time he or she came to a fork in the road of experimental research — one way pointing to the truth, however dull and unsatisfying, and the other beckoning the researcher toward a rosier and more notable result that could be patently false or only partly true.
I asked Zeelenberg how he felt toward Stapel a year and a half after reporting him to the rector. He told me that he found himself wanting to take a longer route to the grocery store to avoid walking past Stapel’s house, lest he run into him. ------------------------------------------------------------------------------
(And what happened to the questionnaires?) I don’t like having piles of paper lying around, so I threw them away. (Where?) In a dumpster that I found by the side of the road. (Where? Which street? Do you think the dumpster has been emptied since then?) That’s what I did. That’s how it was. (Do you even believe this yourself?) It’s unorthodox, I know. It’s not the kosher way to do things. But that’s just how I roll. (That’s just how you roll?) That’s just how I roll.
Maarten carried on talking about the conference, but I’d stopped listening. What could they have found out? Everything? Surely not. Nobody would believe everything, surely? Nobody believes everything. Maybe I still had a chance? This was too big, too terrible, too weird; too big to fail, as they used to say about the banks.
My arrival in New York was spectacular. I’m not very good with small spaces and great heights. I don’t like getting into elevators, and I prefer not to have to spend too much time in a small toilet. I’m a little bit apprehensive of large apartment blocks, church towers, and high bridges, and I get a funny feeling in a stomach if I so much as look at a photo that’s been taken from very high up. There’s a famous picture that depicts the building of the Rockefeller Center in New York City. You can see ten or so building workers sitting on a girder, eating their lunch. The rest of the city—cars, pedestrians, other buildings—looks like a collection of scale models, hundreds of feet below them. With their sandwiches in their hands, they’re smiling at each other and at the photographer, who is presumably also delicately poised high in the sky near them. There’s hardly enough room to sit on the girder. One of the workers is looking at an engineering drawing; another is lighting his neighbor’s cigarette; a third is just staring straight ahead, looking a little tired. When I see that picture, I feel nauseous. Occasionally I look it up on the Internet, to see if I’m cured yet, but it hasn’t happened yet. In fact, the feeling gets worse every time. When I have to fly somewhere, I’m always a bit relieved when the flight passes without too much turbulence and I don’t have to take the barf bag from the seat pocket in front of me.
For me, however, this conclusion was liberating. If it’s really the case that the self doesn’t exist, then there’s nothing to worry about. If there’s no such thing as your own “I”, then you’re freed from the need to find answers to questions like “Who am I?” and “What do I want?” Reading Kouwer’s The Game of Personality brought me a sense of relief. All the time that I’d been trying to discover who I was and what I really wanted, I’d been asking myself questions that had no answers. And now that I knew it, I could leave those questions behind without regret.
Moeten lezen als opdracht voor wetenschappenlijke integriteit. Wel grappig hoe deze man jarenlang onderzoeksfraude (fabricatie van onderzoeksresultaten) goed probeert te praten in dit boek.
I enjoyed reading this book. It's an easy read and an interesting case. In fact, I started reading this book together with "Thinking, Fast and Slow" by Daniel Kahneman, but I found this book of Diederik Stapel much more interesting, partly because Kahneman partly builds his case using findings about social priming, which he described as undeniable facts, but now seem hard to replicate. In fact, I think Stapel's book provides a way more balanced view of environmnetal influences on human behaviour and decision making, probably because he doesn't have anything left to lose, while Kahneman has to defend why he got that nobel price (and therefore tends to give an overly optimistic reading of the fact, in my view; see also: http://www.slate.com/articles/health_...).
Apart from the content of this book about social psychology, it's primarily fascinating to read how Stapel faked his data and got away with it for as long as he did. He faked his data in very clumsy ways (filling in questionnaires by himself using different coloured pens, typing in full datasets by himself, copying data-files, ..). Despite that, he apparently managed to fool dozens of colleagues and publish in the highest journals, and it took three of his students (rather than colleagues, reviewers or editors) to expose his fraud.
The motivation he describes in the book to explain his fraud (wanting to publish, wanting answers, wanting praise) can be understood, although of course it can't be tolerated. Nevertheless, the environment he describes that facilitated his fraud (being left alone to do your research, little control by colleagues, little interest to see the actual data, but rather wanting to see the results) sound very familiar, and seem to have not changed much since his case (I work as a researcher in psychology myself).
The last chapters (apart from the final two last chapters that seemed to be unnecessary) about how the university and press treated his case made me quite angry. I understand that he definitely had to punished and this is acknowledged in the book. But the way he was publicly shamed seem completely out of proportion to me. He himself acknowledges that he is fully responsible for his fraud, but I think that if you can systematically get away with this fraud for that many years, there must be something wrong with the system as well. Nevertheless, he was singled out as a sociopathic manipulator, which do not correspond with the content of this book I find. Furthermore, he rightly points out that the general way of dealing with misconduct in universities is to keep things internal (which I've seen happening a few times, and hardly any consequences were tied to these cases), whereas his case was widely publicized.
I think this book would definitely be a worthwhile read for anyone doing academic research in psychology. It is bound to give you a more critical view of how research is handled in psychology. Most importantly, I think it points our how thin the line is between 'cleaning' and 'exploring' data and outright fraud (or how it becomes easy to go from the one to the other). And hopefully it will help people to not succumb to some of the perverse incentive systems that are in place in research, as Stapel did.
Een zelfonderzoek van de frauderende hoogleraar sociale psychologie. De eerste 8 hoofdstukken waren best goed: hij komt eerlijk over en kan goed schrijven. Hij vertelt wat hij gedaan heeft: van aanpassen van ongewenste uitkomsten tot het geheel verzinnen van data. Zelf zegt hij dat de motieven waren: "scoringsdrift, ambitie, luiheid, nihilisme, hang naar macht, statusangst, publicatiedruk, arrogantie, emotionele onthechting, verslaving" en eigenlijk: 'all of the above'. Met name de verslaving kont er heel nadrukkelijk uit: hij kon niet ophouden al werd hij er zelf ook beroerd van. Hij wilde heel goed zijn, uitblinken, en aan zijn verhalen merk je dat dat dat voor hem eigenlijk heel gewoon was. Maar dat een inteligent man als hij ongetwijfeldis niet begrijpt dat dit geen wetenschap is, kan er bij mij niet in: ik begrijp het eigenlijk nog steeds niet. De laatste twee hoofdstukken gaan over 'na de ontmaskering' en dan wordt hij toch enigszins klagend en heeft hij het over karaktermoord... Het is heel naar te lezen over zijn gezin die last heeft van de media en dergelijke, dat is echt akelig en gun je ze niet. Dat hij ook geen recht heeft op een inkomen gaat me wat te ver, als je nagaat dat die mislukte polititi nog jaren wachtgeld opstrijken. (Stel je voor dat hij een medicus was die zo optreedt: dat is echt een graadje erger!)
Wat me stoort in het verhaal is dit: hij kan wel dan roepen 'ik heb het alleen gedaan' -dus is het de schuld van niemand anders- maar in het hele boek komt nergens naar voren dat hij zich realiseert dat ook hij een sociaal mens in een groep is: dus dat je verantwoordelijkheid voor de anderen hebt, zowel in het gezin dat je hebt als in het werk als professor waarin je promovendi en studenten begeleidt. Als je alles alleen doet, en anderen nergens in kent, dan zie je die anderen dus niet voor vol aan... Achteraf realiseert hij zich hoe erg dat voor zijn kinderen en vrouw is, - dat het uitgekomen is- maar in wezen heeft hij 'tijdens' dus gewoon maling aan andere mensen, die ziet hij niet eens staan. Het laatste stuk - nog eens 35 paggina's beslaan een heel notenapparaat: hier komt de ervaren schrijver weer naar voren ;-) .
It's rare that you get to hear someone explain themselves *after* they've come to terms with the fact that they've severely, unequivocally, and imploded their own life. I have to admit that, voyeuristically, I enjoyed this, though I am not necessarily saying we should take Stapel's account at face value. He has more than proven himself to be an unreliable narrator. Seriously, this guy really should've stuck with acting. Regardless, he has spun an engaging web here, one I was more than happy to be stuck in. I can't help but think he's telling the truth- the odd lack of apologia adds to my assessment. Stapel is not seeking forgiveness here; he seems to be telling the facts as-is. With his history of lies up in flames behind him, this is a bold strategy, and I admire the ballsiness of it all. At the same time, I understand those critiquing the man for seemingly trying to profit off of one of the worst professional frauds the world has ever heard of. I think Stapel has proven himself to be an unapologetically selfish huckster and a hack, but even so I acknowledge he is good at telling his story.
Leuke, vlotte schrijfstijl, maar de helft van het boek gaat over zijn jeugd en puberteit en dat verveelde. Daarvoor las ik dit boek niet. Maar als sociaal psycholoog ben ik dan ook niet zo geïnteresseerd in iemands jeugdherinneringen. Van mij had het boek wat dieper mogen ingaan op de datafabricatie, de passages daarover vond ik boeiend. Heftig om te lezen wat het met Stapel als persoon (en met zijn directe omgeving) deed nadat de fraude aan het licht was gekomen. Toch mist het boek ergens ook meta-reflectie op het geheel, op wat het met alle betrokkenen heeft gedaan, op de gevolgen ervan voor de sociale psychologie. Al was er voor dat laatste wellicht ook niet zoveel plaats in een boek als deze. Al met al wel een good read.
The book seemed to me to be an honest mea culpa. Other reviewers — here and elsewhere — see egocentric whining and the dodging of responsibility. I seem to have read a different book: the one I read seems to be an honest confession. It is a sad story that is worth reading. It’s not high literature but it’s decently written.
This book is partly an expose of social psychology for dummies, partly Stapel-o-centric, masochistic whining. I did not find it enjoyable or interesting.
Liked it since it is about conducting science. It made me think on the concept of open science more from a different viewpoint: someone that messed up. Though, I was expecting more of a description of how he was fraudulent and the reveal of it. Not so much the young Diederik Stapel part. I did not like the end either where he tries to sound remorseful, but does not achieve it.
Oprecht vermakelijk (als gmw student), maar had wel dieper op de (nep) onderzoeken in mogen gaan. Hij gaat maar door over wat voor een kut leven die heeft
2.5/5. The confession of one of the largest academic frauds in recent history - a Dutch psychologist who fabricated studies entirely over the decade. I skipped ~20% of the book because I found the details of the author's upbringing and family relations to be particularly boring. Writing is not great, and one has to patiently wait for the most interesting details.
Stapel provides a long introduction to his academic career and explains why he was trying to replicate high-impact research done by academic superstars. He felt he had simple yet brilliant ideas like others, but he could never get experimental data to support them. An interesting detail is how the cheating impacted his entire research group because he started to isolate himself, stopped networking, and avoided all meetings where people could ask difficult questions. He goes into details how he started with "improving data", but then there's a sudden jump from Excel manipulations to fabricating complete studies - what happened in between? It's a gradual process when one needs to break the cycle of lies, but there's no lesson to be learned there because Stapler is hiding all of the details. We only know how we managed to micro-manage his students. While the author is very upfront and apologetic, I am not convinced that he was completely honest, and I think he tried to diminish his responsibility.
The author dismisses other accusations related to mobbing and treatment of students. He only speaks of faking data, but there was an important element he tends to ignore: relationships with his own students were particularly problematic. His students never got to do any research because he had to control the entire study and fake the data. Thus, the damage he caused goes beyond retracted papers since his pupils never had a chance to learn.
A significant portion of the book is dedicated to a critique of the academic system. I find it very hard to disagree with him - the system is broken and encourages people to do sloppy science and salami publishing. I can see how it breaks people inside and forces scientists to cut corners. Yet, it feels that Stapler uses that to diminish his responsibility - "I did bad things, but not because I chose to, it was the system that forced me to".
Finally, as 99% of frauds and cheaters, he was caught. Would he ever admit willingly to his academic crimes? Or would he rather continue fabricating data to support grandiose research claims? In this book, Stapler convinced me that the latter is the most likely scenario.
Of je het nu geldklopperij of aandachtzoekerij vindt of niet, moed heb je als mens nodig om alles op papier te zetten zoals Diederik Stapel dat gedaan heeft. De kritische noot over onderzoek komt overeen met mijn eigen ervaringen (bijv. publicatiedruk), al moeten we niet vergeten dat wetenschap ook met z'n gebreken mooi en belangrijk is. Ook de karaktermoord zoals Stapel dit beschrijft geeft te denken. Het is afschuwelijk wat hij gedaan heeft, maar als je naar de manieren van omgaan met data kijkt die wel gedoogd worden, klopt dat ook niet helemaal. Al is dat toch iets heel anders dan data verzinnen.
Wat ik niet helemaal oké vond, is de manier waarop achteraf naar aanleidingen en oorzaken gezocht wordt. Er wordt teruggeblikt op kindertijd en jeugd, weliswaar niet oninteressant, maar vanwege de context en de implicaties vind ik het niet gepast. Alles wordt onder de loep gelegd en geëtiketteerd met x gedrag en y gedrag, doorspekt met intermezzo's over allerlei psychologische fenomenen. Achter alles wordt een aanleiding gezocht voor de latere fraude, tot in het absurde toe. Ook zijn m.n. de stukjes met conclusies over bepaald gedrag wat onzorgvuldig en zwart-wit geformuleerd. Dat vind ik niet gepast voor iemand met zo veel kennis als Stapel.
Wat schrijfstijl betreft is het duidelijk dat Stapel een belezen man is, maar er zit net iets te veel herhaling in het boek. Veel van hetzelfde met andere woorden en veel te veel metaforen. Het had allemaal wat eenvoudiger en bondiger gekund.
Misselijkmakend boek. Stapel oreert eerst over dat gedrag van mensen vooral door de context wordt bepaald. En zet zichzelf dan neer als een slachtoffer van het universitaire systeem, van de volgens hem bovenmatige integriteit die wordt verwacht van wetenschappers door de maatschappij, en van de pers. Verder suggereert hij dat elke wetenschapper de resultaten mooier maakt dan ze zijn, maar dat hij vanuit de wens een mooie wereld te scheppen net een klein stapje verder ging. Hij brengt de hele wetenschap in diskrediet om zijn eigen fraude te relativeren. En gaat volledig voorbij aan alle carrières die in de knop gebroken zijn doordat zijn promovendi hun proefschriften bij het oud papier konden zetten en hun publicatielijst drastisch moesten inkorten, als ze niet al gedesillusioneerd en verloren waren voor de wetenschap. Het boek eindigt niet met een excuus aan hen maar met een dankwoord aan degenen die Stapel bleven steunen. Een heel boek over zijn fraude geschreven maar nog steeds geen enkel zelfinzicht.
Dat het Stapel ondanks verwoede pogingen (terecht!) niet lukt om zijn “ontsporing” in echt morele termen te vatten blijkt uit de taal waarin hij het heeft over het daadwerkelijke fabriceren:
“Het liefst deed ik het thuis, laat op de avond, aan het begin van de nacht, als iedereen lag te slapen. Ik maakte wat thee voor mezelf, zette mijn computer op tafel (...) Ik kon stoppen, maar ik wilde niet. Snel, hijgend, over mezelf struikelend op weg naar de finish (...) Ik moest alleen zijn. Ik moest zo veel mogelijk alleen doen en alles zelf in de hand houden.” (167-8)
Dit is taal die geëigend is voor de beschrijving van die andere activiteit die doorgaans met een hoop schaamte gepaard gaat, maar verder nou niet echt des duivels is. (En blind word je er ook niet van.) Natuurlijk, het is fout, maar is het écht zo fout?, vraagt Stapel zich zijns ondanks af.
Tja, wie weet.
De werkelijkheid is nu eenmaal klein en teleurstellend, en daarom wilde Stapel haar groter maken, tégen de wetenschappelijke neiging haar kleiner te willen maken in. Er is niet één idee; daarom moeten er heel veel ideeën zijn. En geen enkel van die ideeën is heilig.
Stapel was een Dostojevski, maar de wetenschap vraagt om Tolstojs.
"Dit boek is een momentopname. Zo zie ik het nu." (p.291). Was dat mar zo, dan had het boek er misschien een ster bijgekregen. Voor mij voelt het aan als te veel bijgeschaafd. Met al die uitgebreide verwijzingen naar films, muziek en literatuur zijn dit naar mijn idee geen flarden van herinneringen of een verzameling van "het van zich afschrijven". Het is een gepolijst werk, waar heel wat zielige stukjes van hadden kunnen worden geschrapt. Ik ben begonnen met lezen omdat ik wilde weten hoe anderen (met name collega's) zouden worden afgeschilderd door Stapel. Zouden zij de schuld krijgen? Gelukkig niet - maar ze krijgen, denk ik, ook te weinig eer. Het laat zich lijken dat alle geweldige onderzoeken zijn bedacht en opgezet door hemzelf, terwijl er natuurlijk genoeg samenwerkingsverbanden zijn. Hoewel ik begrijp dat deze man iets terug wil zeggen tegen alle mensen die hem maandenlang op TV hebben gezien, en ik ook niet goed weet wat wel aan mijn verwachtingen of eisen zou hebben voldaan heb ik me toch heel wat pagina's lang geërgerd aan deze vorm.
An interesting read, Stapel recounts his experiences of committing large-scale scientific fraud. Of course, one wonders about his reliability as a narrator. A glimpse into the pressures and motivations of social psychologists and academic researches more generally. He was crushed by the media response to the uncovering of his story--appears remorseful. The existence of this book itself is interesting; it seems to be a way for him to cope/apologize/explain himself. Strange book! Perpetrator's side of the story. I read a free English translation so it isn't as if he got any $$ from my readership.
In a 224 page book, Stapel devoted only a few paragraphs talking about the specific fraudulent acts he committed. He spent most of the book talking about his childhood, his parents, and how the investigators were supposedly mean to him (without concretely identifying anything unfair/unethical that the investigators did). I thought I'd read the confession of a contrite person but I was sorely disappointed. The lack of reflection and self-awareness makes me think that he deserved everything he got.
Tuloksiaan väärentäneen hollantilaisen sosiaalipsykologin tunnustuskirja. Kirjassa pääsee hyvin sisään väärentäjän motivaatioihin ja ajatteluun. On myös kiinnostavaa lukea, mitä kiinni jäämisen jälkeen tapahtuu. Toisaalta kirjassa on myös valtavat määrät turhaa muistelua lapsuudesta ja muuta sälää. Kiinnostavin osio alkaa vasta noin sivulta 90.
This is one of the most amazing pieces of writing I have ever read. Stapel, even in translation, is clever, creative, insightful, and a great teacher. He humanizes himself while telling the most amazing and horrific story of his career. This should be a must-read for everyone in science.