Ik kan bij de gratie Gods niet verzinnen waar ik dit boek ooit heb opgepikt. Laat mij de laatste zijn om voor de grap obscure publicaties te lezen, die beker laat ik graag aan mij voorbijgaan (ik overcompenseer dat met de muziek die ik luister, zo wacht ik nu node op een plaat uit Engeland van een artiest die op Spotify maandelijks nog geen 100 luisteraars kent, zeg maar de Loutering van het sonische spectrum).
Maar goed. Loutering dus. Een boek over Mexico in 1940 met een hoofdpersoon die zo in de cast van Requiem for a Dream kan. Mijn god, hoe vaak kun je wéér de verkeerde keuze maken, terwijl je zoveel potentie hebt om - als je wél de goede afslag neemt - er iets groots en meeslepends van te maken, of in ieder geval jezelf te redden? De eerste keren dat onze Paco dat doet, moest ik met bloed in mijn ogen me er doorheen slepen. Alsof ik een vijfjarige was bij het poppenkasttheater op Binnenwegplein wilde ik 'nee, kijk uit, achter je, doe het niet!' roepen tegen mijn Kobo. En niet luisteren he, die Paco? Verschrikkelijk.
Maar gaandeweg ging ik het accepteren, die vicieuze cirkel van nét het slechte doen, de existentiële bodemdrift, het willens en wetens zand in de raderen van je eigen leven gooien. Want net zoals Trainspotting in retrospectief voor mietjes is omdat het uiteindelijk allemaal goed kwam, is Loutering - net als Requiem for a Dream - een gift in zijn fatalisme. Want, laten we wel wezen: opgroeien zonder vader in een totaal verweesde en hierarchieloze samenleving roept grote en meeslepende vragen op en laat soortgelijke wonden achter (althans, dat vermoed ik). Dus dan mag je ook wel chronisch hard je eigen leven verkloten. Ik <3 Paco hoor, ondanks alles, en dat siert dit boek enorm.
Loutering is naast die enorme catharsis-ervaring ook heel erg interessant in het gekozen scenario. Mexico, 1940, het dorp waar zowel de verbannen filosoof Trotski als de invalide kunstenares Frida Kahlo woont, een land dat nog steeds aan het bijkomen en wederopbouwen is na de Mexicaanse revolutie, een bevolking die nog altijd getraumatiseerd is door de vele schrikbewinden, een maatschappij vol mystiek en magie, een fundamentele klassenstrijd: het boek geeft er allemaal inzicht in, zonder dat Luuk Imhann zich verliest in te wijdlopige of onnavolgbare verdiepingen van die thema's (vermoedelijk is het de zegen hierbij dat hij er niet vandaan komt en dus geen trauma van zich af hoeft te schrijven, maar het gewoon als buitenstaander kan reproduceren en functioneel kan inzetten).
Een heerlijk boek dus. Het leest als een trein (de eerste hoofdstukken zijn even wennen, Imhann is geen schrijver die direct als een warm bad voelt, en hij strooit ook wel érg rijkelijk met vergelijkingen die wat barok aandoen, maar goed, het went en biedt na die eerste hoofdstukken een herkenbare vorm van proza), het eindigt zoals het zou moeten (ook al zou dat niet zo moeten), en heel even denk je een compleet andere wereld te betreden én te snappen. Da's een verdienste van formaat.